Terug
Gepubliceerd op 27/01/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 19:30 Raadszaal
Aanwezig: Natalie Miseur, Voorzitter
Dirk Philips, Burgemeester
Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Schepenen
Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Gemeenteraadsleden
Bruno Depondt, Elke Martens, Plaatsvervangend Algemeen directeur
Iris De Bondt, Waarnemend Algemeen Directeur

De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 22:06.

  • Openbaar

    • -00- Mededeling

      • Secretariaat

        • Fluvius Halle-Vilvoorde – Beslissing Raad van Bestuur tot niet behandelen statutenwijzigingen m.b.t. de activiteit warmte

          De gemeente heeft op 24 november 2025 een schrijven van Fluvius ontvangen waarin zij melden dat er een aanpassing is van de agenda van Buitengewone Algemene Vergadering.

          De Raad van Bestuur van Fluvius Halle-Vilvoorde heeft in zijn vergadering van donderdag 20 november jongstleden beslist om in te gaan op de vraag van verschillende gemeenten om de voorgestelde wijzigingen aan de statuten mbt de activiteit warmten, niet te behandelen op de eerstkomende Buitengewone Algemene Vergadering.

          Deze gemeenten wensen eerst bijkomende verduidelijking en toelichting bij dit dossier te ontvangen.

          Fluvius meldt in zijn schrijven dat de statutenwijzigingen blijft op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering staan, maar de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de activiteit warmte zullen niet ter goedkeuring worden voorgelegd. De overige voorgestelde wijzigingen los van de activiteit warmte zullen dus wel ter goedkeuring worden voorgelegd. De huidige geldende tekst van de artikelen met betrekking tot de activiteit warmte blijft met andere woorden van toepassing.

    • -01- Algemeen beleid en coördinatie administratie Gemeente en OCMW

      • Beleid en organisatie

        • Goedkeuring notulen van de vergadering d.d. 24 november 2025

          De gemeenteraad neemt kennis van de notulen van de vergadering de dato 24 november 2025.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Jean-Marc Mativa, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 31 stemmen voor, 2 onthoudingen

          De notulen van de gemeenteraad d.d. 24 november 2025 worden goedgekeurd.

        • Projectverenging Erfgoed Brabantse Kouters: goedkeuring beleidsplan i.k.v. hernieuwing samenwerkingsovereenkomst Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst met het Agentschap Onroerend Erfgoed – Goedkeuring beleidsplan

          De projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters verenigt twaalf gemeenten in een intergemeentelijke samenwerking rond bouwkundig, landschappelijk en archeologisch erfgoed: Asse, Grimbergen, Kraainem, Machelen, Meise, Merchtem, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst. De IOED-werking wordt ondersteund door Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw via een structurele samenwerking voor de uitvoering van het erfgoedbeleid. 

          De projectvereniging werd in 2023 door de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) erkend als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Hierdoor ontvangt zij voor de beleidsperiode 2024-2026 Vlaamse subsidies voor de basisdienstverlening op basis van een samenwerkingsovereenkomst en een gezamenlijk beleidsplan.

          In het kader van de hernieuwing voor de volgende periode is een nieuw beleidsplan 2027–2032 opgesteld, gebaseerd op: 

          • de interne evaluatie van de huidige werking
          • de bevraging van gemeentelijke diensten en erfgoedpartners
          • de nieuwe Vlaamse richtlijnen voor IOED-beleidsplannen en de visienota van minister Ben Weyts
          • feedback vanuit de Raad van Bestuur
          • de door alle gemeenten reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027–2032 

          Het beleidsplan dat nu bij alle aangesloten gemeenten ter goedkeuring voorligt, omvat de missie, visie en strategische lijnen van de IOED, de verdiepende werking per erfgoeddomein, de geplande acties per jaar, en de opvolgings- en evaluatiestructuur. 

          De gemeenteraden van alle aangesloten gemeenten keurden eerder reeds de verlenging van de projectvereniging en de financiële meerjarenbegroting goed. Hierin werden ook de gemeentelijke bijdragen al vastgelegd. Voor de gemeente zAVENTEM gebeurde dit op de gemeenteraad van 23/06/2025. De huidige beslissing betreft daarom nog uitsluitend de goedkeuring van het inhoudelijke beleidsplan als basis voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de IOED met de Vlaamse overheid. 

          De gemeente Merchtem heeft beslist om in de beleidsperiode 2027–2032 geen deel meer uit te maken van de IOED-werking. Merchtem blijft na 2026 echter wel lid van de projectvereniging zonder recht op IOED-dienstverlening en zonder financiële verplichting ten aanzien van de projectvereniging, conform de statutaire bepalingen. Deze regeling met gemeente Merchtem heeft geen impact op de gemeentelijke bijdragen van de andere aangesloten gemeenten zoals die ook opgenomen is in de reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027–2032 voor de projectvereniging. 

          Gelijktijdig met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt bijgevolg wel een aanpassing van de erkenning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, zodat het werkingsgebied van de IOED formeel wordt vastgesteld op 11 gemeenten. Dit werkingsgebied telt 281.231 inwoners[1] en een oppervlakte van 273,09 km², waarmee de IOED ruimschoots blijft voldoen aan de minimale erkenningsvereisten voor een IOED. 

          Zowel de aanpassing van de erkenning als de het nieuwe beleidsplan werden reeds goedgekeurd op de bestuursvergadering van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters op dinsdag 4 november. 2025

          De goedkeuring van het beleidsplan is vereist om het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de IOED en de Vlaamse overheid en de aanpassing van de erkenning tijdig te kunnen indienen bij de Vlaamse overheid.

          Een erkende IOED levert een belangrijke meerwaarde op voor de deelnemende gemeenten door:

          • het aanbieden van deskundige ondersteuning rond inventarisatie, beheer en herbestemming;
          • het uitwerken van gezamenlijke erfgoedprojecten en publiekswerking;
          • de integratie van erfgoed in ruimtelijke beleidsprocessen;
          • de afstemming en kennisdeling tussen lokale besturen.

           

          Volgende decreten en besluiten zijn van toepassing op deze beslissing:

          -            het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, °4 en artikel 401-412.

          -            Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, in het bijzonder Hoofdstuk 3 Instanties en actoren van het onroerend erfgoedbeleid, afd. 3 Erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.

          De vernieuwde statuten van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 23/06/2025

          -            Dit besluit houdt geen bijkomend financieel engagement in van de gemeente.

          De meerjarige financiële verbintenis vanuit de gemeente zoals beschreven in artikel 20 van de statuten werd reeds goedgekeurd op de vergadering van de gemeenteraad van 26/05/2025 


           

        • Viering 25-jarig bestaan Zaventemse Wijngilde

          De Wijngilde ‘Septem Tumbas’ bestaat 25jaar en wenst hiervoor een financiële steun van de gemeente te ontvangen.

          De Wijngilde telt een  40à 50-tal leden.

          Gedurende al die jaren organiseert de wijngilde elke maand een thema proeverij met zowel interne als externe sprekers en deskundigen.

          Daarnaast is er een jaarlijks Wildfestijn met aangepaste wijnen  wat uitgegroeid is tot een gezellig en ondertussen welbekend event.

          Ook nemen zij al sinds geruime tijd deel aan het feest in de Vilvoordelaan (traditioneel nog gekend als de Braderie). En elk jaar sinds de stichting staat er ook een wijnreis op het programma waarbij we zowel binnenlandse als buitenlandse domeinen bezoeken, gekoppeld aan de nodige culturele activiteiten.

          Met andere woorden, zij zitten niet stil en de 40 à 50 leden genieten volop van deze samenkomsten en waar ze kunnen proberen ze dit ook op een sympathieke manier uit te stralen naar de burgers in onze gemeente.

          Het gemeentebestuur heeft een aanvraag tot financiële steun ontvangen van de erevoorzitter.

          Het college stelt voor om een bedrag van € 125 toe te kennen aan de Wijngilde.

          Gelet op het feit dat een toelage enkel aan erkende verenigingen kan toegekend worden. 

          Gelet op het advies van de Financieel directeur. 

          budgetsleutel 2025/64900000/Vrije T/0710 - algemene werkingssubsidies / Feesten en Plechtigheden

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Véronique Pilate
          Resultaat: Met 32 stemmen voor, 1 stem tegen

          De gemeenteraad neemt kennis van de aanvraag van de Zaventemse Wijngilde en het voorstel van het college.

          De gemeenteraad gaat akkoord met de toekenning van € 125,- als toelage aan de Zaventemse Wijngilde ter gelegenheid van hun 25-jarig jubileum.

      • CAD

        • Toetreding/ lidmaatschap tot aankoopcentrale "Samenaankoop AZO' voor gemeente - OCMW, politie en AGB - Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden - CAD/2025/001/1820/

           

          Overwegende dat er interessante raamovereenkomsten worden aangeboden door  VZW Samenaankoop AZO waarop enkel kan ingetekend mits het betalen van lidgeld;

           

          Overwegende dat er voor het ontvangen van de bestekken (lastvoorwaarden) en het gebruikmaken van de diverse raamovereenkomsten van "Samenaankoop AZO” een lidgeld dient betaald te worden van € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw per entiteit met een eigen ondernemingsnummer; 

           

          Overwegende dat dit voor onze organisatie met 4 entiteiten (gemeente, AGB, OCMW en Politiezone) neerkomt op € 1.440 excl. btw of € 1.742.4 incl. 21% btw/ jaar;

           

          Overwegende dat het lidgeld dient betaald te worden per volledig kalenderjaar;

           

          Overwegende dat indien men inschrijft op een raamovereenkomst men voor de volledige duurtijd dient lidgeld te betalen zonder mogelijkheid van opzegging van het lidgeld gedurende de looptijd van een ingestapte raamovereenkomst. (raamovereenkomst voor 4 jaar = per entiteit € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw * 4 jaar => € 1.440,00 excl. btw of € 1.742,4 incl. btw * 4 entiteiten = € 5.760 ,00 excl. btw of € 6.969,60 incl. btw /per raamovereenkomst);

          Overwegende dat wie zich inschrijft voor en toetreedt tot een raamovereenkomst zich verbindt tot het respecteren van de volledige duur van deze raamovereenkomst;

           

          Overwegende dat het lidmaatschap kan opgezegd worden mits het respecteren van 1 maand voor opzeg voor de start van een nieuw kalenderjaar. Bij ontstentenis hiervan wordt het lidmaatschap stilzwijgend voor een kalenderjaar verlengd;

           

          Overwegende dat onze IT dienst in de loop van 2026 graag een IT-matige securityoplossing overweegt aan te schaffen via aankoopcentrale “samenaankoop AZO” bij de firma AXI (Netleaf) “Endpoint Detection & Response Service”;

           

          Overwegende dat de securityoplossing die overwogen wordt om aan te kopen eerder een must is om de digitale veiligheid van de organisatie te helpen waarborgen in deze tijden van toenemende online dreigingen;

           

          Overwegende dat deze firma zich sterk maakt om het lidmaatschap voor de periode van de afname de jaarlijkse kost van het lidmaatschap (van € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw) op zich te nemen;

           

          Overwegende dat de Centrale Aankoopdienst voorstelt om momenteel het akkoord van het bestuur te vragen voor het lidmaatschap van “Samenaankoop AZO” voor de 4 entiteiten maar slechts zou instappen voor zover er behoefte is binnen de entiteit;

           

          Overwegende dat dit betekent dat we momenteel enkel het lidmaatschap in orde brengen voor de gemeente (voor aankoop van de genoemde securityoplossing). Bij instap zou dit een kost betekenen van € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw/jaar of

           

          € 1.440 excl. btw of € 1.742.4 incl. 21% btw voor de duurtijd van een raamovereenkomst;

           

          Overwegende dat we door het lidmaatschap van de Gemeente Zaventem de inhoud van andere bestekken kunnen raadplegen en enkel lidgeld voor de andere entiteiten dienen te betalen indien deze zou toetreden tot een raamovereenkomst;

           

          Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van € 30.000,00 niet), en inzonderheid  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat en artikel 43;

           

          Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

           

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

           

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

          Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in 2026 en volgende jaren op MJP0001619/AC000406 van de exploitatie;

          Gelet op de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen d.d. 01 december 2025, punt CBS/2025/3189, houdende : “Toetreding/ lidmaatschap tot aankoopcentrale "Samenaankoop AZO' voor gemeente – OCMW, politie en AGB. Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden”;

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Art. 1 : Goedkeuring wordt verleend aan het lidmaatschap van “Samenaankoop AZO” voor de 4 entiteiten indien de noodzaak zich voordoet voor de opdracht “Toetreding/ lidmaatschap tot aankoopcentrale "Samenaankoop AZO' voor gemeente - OCMW en AGB en politie”.

          Goedkeuring wordt verleend tot effectieve betaling van het lidmaatschap  voor de       Gemeente Zaventem zijnde € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw/jaar of € 1.440 excl. btw of € 1.742.4 incl. 21% btw/ 4 jaar (stilzwijgende verlengingen) .

          Art. 2 : Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).

          Art. 3 : VZW Samenaankoop AZO wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van vzw Opdrachtencentrale, OCMW Zaventem, Autonoom Gemeentebedrijf Zaventem, Gemeente Zaventem en Politiezone Zaventem bij de gunning van de opdracht op te treden.

          Art. 4 : In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.

          Art. 5 : Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.

          Art. 6 : Lidmaatschap wordt afgesloten met  “VZW Samenaankoop AZO” ,tegen € 360,00 excl. btw of € 435,60 incl. btw/jaar of € 1.440 excl. btw of € 1.742.4 incl. 21% btw/ voor een volledige raamovereenkomst van 4 jaar enkel voor de gemeente Zaventem.

          Art. 7 : De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in 2026 en volgende jaren op MJP0001619/AC000406 van de exploitatie.

    • -02- Brandweer

      • Beleid en organisatie

        • Meerjarenplan Hulpverleningszone Vlaams-Brabant West

          De dotaties voor de Hulpverleningszone Vlaams Brabant West worden vastgelegd door de zoneraad op basis van een akkoord tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. 

          Tijdens de zoneraad van 26 november 2025 jongstleden werd het meerjarenplan voor de hulpverleningszone Vlaams-Brabant West toegelicht.

          Het meerjarenplan werd goedgekeurd door de zoneraad.

          De dotaties van de gemeenten aan de Hulpverleningszone moeten goedgekeurd worden door de gemeenteraad. 

          De dotatie voor 2026 voor de gemeente Zaventem aan de hulpverleningszone bedraagt € 4.442.605,10

          De goedkeuring van de toezichthoudende overheid is vereist opdat de begroting van de hulpverleningszone uitvoerbaar zou zijn. Het bestuurlijk toezicht dient daarom een afschrift van de gemeenteraadsbesluiten betreffende de dotaties aan de zone te ontvangen om de begroting voor het dienstjaar 2026 definitief te kunnen goedkeuren. Een voor eensluidend verklaard afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid en aan de Hulpverleningszone Vlaams-Brabant West.

          Wet betreffende de civiele veiligheid

          Koninklijk Besluit van 19 april 2014 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de hulpverleningszones.

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Sultan Poyraz, Jean-Guy Defraigne
          Resultaat: Met 18 stemmen voor, 15 stemmen tegen

          De gemeenteraad neemt kennis van het meerjarenplan van de hulpverleningszone Vlaams-Brabant West en de begroting van 2026.

          De gemeenteraad keurt de begroting 2026 en bijgevolg ook de dotatie aan de hulpverleningszone Vlaams-Brabant West goed.

    • -03- Preventie - Veiligheid

      • Beleid en organisatie

        • Herziening algemene Politieverordening

          Tijdens de gemeenteraad van 31 maart 2025 werd een eerste aanpassing van de algemene politieverordening doorgevoerd.
          Hierbij werden enkele kleine inhoudelijke aanpassingen juridische correcties doorgevoerd.

          Bij deze tweede aanpassing worden onder andere nieuwe artikels ingevoerd die afgestemd zijn op de huidige veiligheids- en overlastfenomenen.
          De gemeente moet, ten behoeve van de inwoners, waken over de openbare rust, de openbare veiligheid en de openbare gezondheid.

          Een daadwerkelijk gemeentelijk handhavingsbeleid kan de gemeente meer armslag bieden bij het afdwingbaar maken van plaatselijke politiereglementen en verordeningen.
          De handhaving van administratief strafbaar gestelde overtredingen biedt de gemeente de mogelijkheid sneller te reageren op problemen van lokale aard.

          Tijdens de commissie Veiligheid op 20 november 2025 werden een aantal voorstellen tot wijziging van het algemeen politiereglement geformuleerd.

          De dienst integrale veiligheid heeft deze voorstellen opgenomen in de bewuste artikels van het algemeen politiereglement.

          Tevens wenst de dienst te benadrukken dat de wijzigingen van het algemeen politiereglement gebeurd is:

          • in een multidisciplinair overleg waarbij diverse diensten werden betrokken
          • naar analogie met en rekening houdende met politiereglementen van naburige gemeentebesturen 
          • om de leefbaarheid en veiligheid binnen de gemeente te garanderen

          Volgende voorstellen tot wijziging werden opgenomen in het algemeen politiereglement:

          • Wijzigen van de naam algemene politieverordening naar algemeen politiereglement
          • Bij het thema sluikstort: “stallen en gratis aanbieden van producten/voorwerpen is verboden” è “stallen, gratis aanbieden en te koop aanbieden van producten/voorwerpen door particulieren is verboden”
          • Bij het thema openbare veiligheid en vlotte doorgang - bijeenkomsten: “bijeenkomsten in de openbare ruimte, die de openbare veiligheid en de vlotte doorgang, de openbare ruste, netheid en gezondheid in het gedrang brengen, zijn verboden.
          • Bij het thema groene ruimte: de openingsuren worden aangepast naar “van 06u tot middernacht” ipv “07u – 22

          Overwegende dat het politiereglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de gemeenteraad van december, zal het algemeen politiereglement pas in voege treden op 01 februari 2026.

          • Nieuwe Gemeentewet, de artikelen 119, 119bis en 135, §2;
          • Bestuursdecreet van 7 december 2018;
          • Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
          • Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
          • Wet tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet.
          • Het besluit van de gemeenteraad van 31 maart 2025 tot wijziging van het algemeen politiereglement.
          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Hamid Akaychouh, Chloë Ockerman, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne
          Resultaat: Met 7 stemmen voor, 26 niet gestemd

          Punt wordt verdaagd.

    • -16- Grondbeleid

      • Landmeter

        • ZAVENTEM – Nijveldstraat – definitief besluit verwerving één perceel “bouwgrond” palend aan het project “Zavelput” (kadastraal perceel 1 D 14) – (ID/2025/0005)

          Gelet op de brief met bijlagen van Heijmans Nederland B.V. namens de grondeigenaar OLD VASTGOED NV van 4 maart 2025 houdende aanbod van een perceel grond, gelegen “Woluwedal” ter hoogte van de Nijveldstraat te Zaventem, gekend ten kadaster, Zaventem, 1 ste Afdeling, Sectie D, nummer 14;

           

          Gelet op het aanpalend perceel gemeenteëigendom, genaamd “Zavelput”, verworven via notariële akte op datum van 6 december 2021, bestemd voor het bebossen (dossier Keyenberg van de Bosgroep Vlaams-Brabant);

           

          Gelet op de éénzijdige verkoopbelofte van de vertegenwoordigers namens OLD VASTGOED NV, Steenwinkelstraat 640 te 2627 Schelle, voor het kadastrale perceel nummer 1 D 14 tegen de vaste verkoopprijs van 7.700,00 euro volgens kadastrale oppervlakte, hetzij maximaal 5 euro/m²;

           

          Gelet op het besluit van de Gemeenteraad van 31 maart 2025, punt GR/2025/079, betreffende Nijveldstraat - principebesluit verwerving één perceel “bouwgrond” palend aan het project “Zavelput” (kadastraal perceel 1 D 14) – (ID/2025/0005);

           

          Gelet op het schattingsverslag van de bvba Studie- en Landmeetburo QUADRANT, met maatschappelijke zetel gevestigd te 3078 Kortenberg, Dorpsstraat 202, vertegenwoordigd door de heer Benny Theyssens in zijn hoedanigheid als landmeter-expert, van 13 augustus 2025 betreffende het kadastrale perceel nummer 1 D 14;

           

          Gelet op het Proces-Verbaal van meting, opgemaakt door Studieburo QUADRANT bvba, Dorpsstraat 202 te 3078 Kortenberg van 24 oktober 2025;

           

          Gelet op de ontwerp-akte, opgemaakt door Notaris Laurence Flamant, notaris met standplaats te Kraainem;

           

          Gelet op het uittreksel uit de kadastrale legger en het kadastraal percelenplan;

           

          Overwegende dat de vraagprijs voor het aangeboden onroerend goed aanvaardbaar is en de totale geschatte waarde van het onroerend goed niet overschrijdt;

           

          Overwegende dat de door de eigenaar opgesomde specifieke verkoopsvoorwaarden aanvaardbaar zijn;

           

          Overwegende dat de aankoop onderhands zal plaatsvinden;

           

          Overwegende dat de voorwaarden van de aankoop vastgesteld moeten worden;

           

          Overwegende dat het perceel, 1 D 14, op basis van de informatie bekomen van de verkoper, vrij is van huur en gebruik;

           

          Gehoord en op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen.

          Gelet op het decreet lokale besturen;

           

          Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

           

          Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende openbaarheid van bestuur;

           

          Gelet op het Burgerlijk Wetboek, artikelen 1582 t.e.m. 1701;

          Overeenkomstig de eerder afgeleverde visums van de Financieel directeur met nummers: 2025_0132 en 2025_0134 dienen de nodige kredieten voorzien te worden door verschuiving van een ander investeringskrediet in afwachting van de eerstvolgende aanpassing meerjarenplan: voorstel dienst Omgeving om de nodige budgetten (10.000,00 euro) te verschuiven van actie MJP003049 (Aankoop gronden) naar actie MJP003001.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal, Sultan Poyraz, Jean-Guy Defraigne
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Joren Stultjens
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 11 stemmen tegen, 5 onthoudingen

          De Raad beslist over te gaan tot de definitieve aankoop van het onroerend goed, één perceel "bouwgrond", gelegen “Woluwedal” ter hoogte van de Nijveldstraat te Zaventem, gekend ten kadaster, Zaventem, 1 ste Afdeling, Sectie D, nummer 14, met een totale oppervlakte van 15a 40ca volgens kadaster.

        • ZAVENTEM – Fazantenlaan 1-53 – Omgevingsvergunning WOONTROTS BV betreffende bouwen van 3 meergezinswoningen (62 wooneenheden): Zaak der wegen/technisch dossier, vaststelling rooilijnplan (OMV_2025069116 - Dossier 2025/179)

          Gelet op de ligging der gemeentewegen Maria Dallaan, Fazantenlaan en J.B. Devlemincklaan;

           

          Gelet op het ontwerp tot aanleg van nieuwe straten en riolen in eigendom van de maatschappij “TAWO”/Kouterweg, omvattende deel van de rooilijn Maria Dallaan, goedgekeurd door de gemeenteraad van Zaventem in zitting van 23 februari 1959;

           

          Gelet op de aanvraag omgevingsvergunning OMV_2025069116 (ref. gem. 2025/179), ingediend door WOONTROTS BV, gevestigd te Lindeboomstraat 116 te 3080 Tervuren en ontvangen op datum van 15 juli 2025 bij de gemeente Zaventem voor het bouwen van 3 meergezinswoningen (62 wooneenheden) met buitenaanleg en wegenisinfrastructuur inclusief het wijzigen van de bestaande rooilijnen Fazantenlaan op en rond een terrein met als ligging Fazantenlaan 1-53 te 1930 Zaventem, gekend ten kadaster 2 de afdeling, sectie C, nrs. 233A7, 233Z4, 233A5, 233Y4, 233Z6 en 233B7;

           

          Gelet op de wegenis- en rioleringswerken in de Fazantenlaan, waarbij het voorliggend project ter duiding als volgt wordt omschreven:

          • Het project betreft de bouw van 3 nieuwe woonblokken voor sociale huisvesting waarbij de omgevingsaanleg, die nauw samenhangt met de waterhuishouding, na de werken zal worden overgedragen aan de gemeente Zaventem. Het betreft een sterk hellend terrein dat gelegen is langs de Fazantenlaan, een lokale weg met gelijknamige zijwegen. Deze zijwegen worden opgebroken en de hoofdweg van de Maria Dallaan tot het wandelpad naar de J.B. Devlemincklaan wordt heraangelegd i.f.v. de rioleringswerken. Een nieuwe zijweg wordt aangelegd i.f.v. het ontwerp. De bestaande weg is kws van 6m breed. De gemengde stelsels van de zijstraten Vinkenlaan en Patrijzenlaan worden aangesloten op het nieuwe gescheiden stelsel.
          • Aanleg riolering: In de hoofdstraat van de Fazantenlaan wordt er een gescheiden stelsel aangelegd vanaf de Maria Dallaan tot aan de J.B. Devlemincklaan via het smalle pad. Voor het RWA werd het project voorzien van wadi’s in cascade die overlopen naar de riolering. Doordat de Vinkenlaan en Patrijzenlaan nog een gemengd stelsel zijn worden deze straten aangesloten met een overstort naar de RWA-streng onder de Fazantenlaan, naast het infiltratietracé. De J.B. Devlemincklaan beschikt over een gescheiden stelsel.
          • Aanleg wegenis: De nieuwe wegenis wordt heraangelegd in asfalt tot aan de Patrijzenlaan. De rijweg ten westen van blok A, alsook de nieuwe zijweg, in kleiklinkers. In de doodlopende delen werd een rijbreedte voorzien van 6m uitgebreid met 2m gefundeerd gras i.f.v. de brandweg. Het smalle pad wordt opgewaardeerd en voorzien van dezelfde kleiklinkerverharding.
          • Groenaanleg: Op en in de direct nabijheid van het terrein komen verschillende soorten bestaande bomen voor, waarvan enkele met waardevol karakter. Deze worden geïntegreerd in de nieuwe omgevingsaanleg samen met 43 nieuwe bomen. Er werd een inventarisatie toegevoegd aan de aanvraag. Centraal op het terrein ligt een parkzone met daarin het merendeel van de wadi’s. Het hele terrein wordt omringd door hagen en lage beplanting.

           

          Gelet op het “sub-dossier” voor de zaak der wegen zoals vervat in de (digitale) aanvraag tot omgevingsvergunning OMV_2025069116 (ref. gem. 2025/179), omvattende hoger vermelde infrastructuuraanpassingen, waarvoor een beslissing van de gemeenteraad vereist is;

           

          Gelet op het ingediende project van de aanvraag waarvoor een deels gewijzigd rooilijnplan voor de Fazantenlaan/Maria Dallaan (deel) vereist is;

           

          Gelet op het “Rooilijnplan” én het “Plan Grondafstand”, gevoegd bij de digitale aanvraag omgevingsvergunning, opgemaakt door beëdigd landmeter Koen Jonckheere (LAN040153), bestuurder bij BV Studiebureau Jonckheere, Torhoutse Steenweg 378 C te 8200 Brugge op datum van 18 juni 2025 (dossiernummer: 23140) met de weergave van de ligging der af te schaffen rooilijnen (blauwe kleur), te verplaatsen rooilijnen (paarse kleur) en de nieuwe (gewijzigde) rooilijnen in rode kleur én de noodzakelijke grondinnames/-overdrachten: enerzijds grond af te staan aan openbaar domein (gele kleurvakken), zijnde:

          • De percelen 233A5 en 233Y4 worden afgestaan aan het openbaar domein.
          • Een deel van perceel 233Z6 wordt afgestaan aan het openbaar domein.

          en anderzijds grond af te staan van openbaar domein aan privaat (donker blauw kleurvakken op plan grondafstand; zonder kadastraal perceelsnummer);

           

          Gelet op de aangevraagde adviezen en hun desbetreffende beoordelingen:

          • Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter), . Er werd geen advies ontvangen binnen de termijn.
          • Het advies van urba@belgocontrol.be, . Er werd geen advies ontvangen binnen de termijn.
          • Het advies van watertoets@vmm.be, afgeleverd op 26 september 2025 is voorwaardelijk gunstig.
          • Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter), afgeleverd op 1 september 2025 is ongunstig.
          • Het advies van vergunningen@farys.be, afgeleverd op 3 oktober 2025 is voorwaardelijk gunstig.
          • Het advies van Fluvius, afgeleverd op 25 augustus 2025 is voorwaardelijk gunstig.
          • Het advies van Proximus, afgeleverd op 18 augustus 2025 is voorwaardelijk gunstig.
          • Het advies van indoor.astrid@ibz.fgov.be, afgeleverd op 2 september 2025 is gunstig.
          • Het advies van DGLV - Airfields, afgeleverd op 24 september 2025 is voorwaardelijk gunstig.
          • Het advies van vlaremadvies@ovam.be, . Er werd geen advies ontvangen binnen de termijn.
          • Het advies van Interza, . Er werd geen advies ontvangen binnen de termijn.
          • Het advies van technische.preventie@zvbw.be, afgeleverd op 6 september 2025 is voorwaardelijk gunstig.

            

          Gelet op het ontwerp-technisch dossier voor het aanleggen van de riolerings- en wegenisinfrastructuur van de toegangs-/ontsluitingswegen, evenals deze voor de parkingzones, groenzones, wadi’s, enz…zoals vervat in de (digitale) aanvraag tot omgevingsvergunning OMV_2025069116 (ref. gem. 2025/179), omvattende inplantingsplannen, grondplannen, rioleringsplannen, inrichtingsplannen, (type)dwarsprofielen, (type)lengteprofielen, dwars- en lengte-doorsnedes,….;

           

          Gelet op het openbaar onderzoek, gehouden inclusief over de zaak der wegen/rooilijnplan, in het bijzonder inzake de gewijzigde rooilijnen Fazantenlaan en de omgevingsaanleg/wegenisinfrastructuur, inzake de in vorige consideransen vermelde dossierstukken, dat georganiseerd werd van 22 augustus 2025 t.e.m. 20 september 2025 en waarbij er geen bezwaarschriften werden ingediend;

           

          Gelet op het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gunstig onder voorwaarden, van 24 november 2025;

           

          Overwegende dat het ontwerp is opgemaakt in overleg met de gemeente Zaventem, waarbij het openbaar domein (volgens de Atlas der Buurtwegen, meetplannen en grenzen ruilverkaveling) wordt uitgebreid (d.m.v. grondverwerving) op volgende specifieke locaties:

          • De percelen 233A5 en 233Y4 worden afgestaan aan het openbaar domein.
          • Een deel van perceel 233Z6 wordt afgestaan aan het openbaar domein.

           

          Overwegende dat er ook openbaar domein wordt afgestaan aan privaat, verwijzend naar het plan “23140 B26bis Plan Grondafstand” voor de bepaling van de nieuwe rooilijnen;

           

          Overwegende de keuze voor de geïntegreerde procedure inzake de goedkeuring van een (gewijzigd)rooilijnplan, overeenkomstig de vigerende bepalingen van het wegendecreet en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO);

           

          Overwegende dat de voorliggende ontwerp-rooilijnen, zoals vermeld in het “Rooilijnplan” én het “Plan Grondafstand”, gevoegd bij de digitale aanvraag omgevingsvergunning, opgemaakt door beëdigd landmeter Koen Jonckheere (LAN040153), bestuurder bij BV Studiebureau Jonckheere, Torhoutse Steenweg 378 C te 8200 Brugge op datum van 18 juni 2025 (dossiernummer: 23140) met de weergave van de ligging der af te schaffen rooilijnen (blauwe kleur), te verplaatsen rooilijnen (paarse kleur) en de nieuwe (gewijzigde) rooilijnen in rode kleur én de noodzakelijke grondinnames/-overdrachten: enerzijds grond af te staan aan openbaar domein (gele kleurvakken), zijnde:

          • De percelen 233A5 en 233Y4 worden afgestaan aan het openbaar domein.
          • Een deel van perceel 233Z6 wordt afgestaan aan het openbaar domein.

          en anderzijds grond af te staan van openbaar domein aan privaat (donker blauw kleurvakken op plan grondafstand; zonder kadastraal perceelsnummer,

          verder geen aanleiding geeft tot opmerkingen;

           

          Overwegende dat de nieuwe (gewijzigde) rooilijnen ter hoogte van de inplantingen der nieuwe gebouwen aansluiten op de eerder bestaande begrenzingen/rooilijnen en deze rooilijnen plaatselijk in functie van de nieuwe inplantingen der gebouwen hertekend dienen te worden om een functioneel en harmonieus geheel te vormen met de geplande omgevingsaanleg en aldus geen aanleiding geeft tot opmerkingen. De voorziene plaatselijke wijzigingen der rooilijnen worden bijgevolg als functioneel beoordeeld en staan volledig ten dienste van het algemeen belang (i.c. kwalitatieve omgevingsaanleg met nadruk op functioneel ruimtegebruik in het bijzonder voor de zwakke weggebruiker);

           

          Overwegend dat de inrichting van het (toekomstig) openbaar domein eveneens ter advies zal behandeld worden door de gemeenteraad in zitting van heden;

           

          Overwegende dat de Raad zich nog dient uit te spreken over de zaak der wegen/rooilijnplan/technisch dossier;

           

          Overwegende dat de voorgestelde nieuwe rooilijnen, niet strijdig zijn met de doelstellingen en principes vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

           

          Gehoord en op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen.

          Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;

           

          Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

           

          Gelet op het decreet Lokaal Bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;

           

          Gelet op het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

           

          Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Het omgevingsdecreet, in bijzonder de geïntegreerde procedure;



          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          De Raad beslist om de Zaak Der Wegen voorwaardelijk goed te keuren aangaande de aangevraagde omgevingsvergunning met ref. OMV_2025069116 (ref. gem. 2025/179) ontvangen op datum van 15 juli 2025 bij de gemeente Zaventem voor het bouwen van 3 meergezinswoningen (62 wooneenheden) met buitenaanleg en wegenisinfrastructuur inclusief het wijzigen van de bestaande rooilijnen Fazantenlaan op en rond een terrein met als ligging Fazantenlaan 1 t.e.m. 53 te 1930 Zaventem. Tevens worden ook de deels gewijzigde (nieuwe) rooilijnen binnen de begrenzing van het woonproject definitief goedgekeurd en vastgesteld samen met het technisch dossier der infrastructuurwerken van wegenis, riolering, groenaanleg, wadi’s, e.d.

    • -22- Informatica - E-Government

      • CAD

        • instap in raamovereenkomst van Smals voor aankoop van Microsoft producten voor Politie, gemeente, OCMW en AGB - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - CAD/2025/001/Alle diensten/1818/

           

          Overwegende dat deze leveringen kunnen gebeuren via een raamovereenkomst die Smals ICT for society sloot op basis van het bestek met nummer BB 001.006/2024 met de ondernemer
           - SoftwareOne BE, Buro & Disign Center Esplanade I box 3 suite 315 te 1020 brussel;

           

          Overwegende dat de uitgave voor de opdracht “instap in raamovereenkomst van Smals voor aankoop van Microsoft producten voor Politie, gemeente, OCMW en AGB” interessant kan zijn voor aankoop van Microsoft- producten.

           

          Overwegende dat Gemeente Zaventem voorstelt om, rekening houdende met het voorgaande, deze opdracht te gunnen aan SoftwareOne BE tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver;

           

          Overwegende dat gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging;

           

           

           

           

          Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° d) ii) (de opdracht kan slechts door één bepaalde ondernemer worden uitgevoerd om redenen van: mededinging ontbreekt om technische redenen), en inzonderheid  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat en artikel 43;

           

          Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

           

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

           

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

           

          Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in 2026 en volgende jaren op budgetsleutel MJP000071/AC 000013 van de exploitatie;

           

          Overwegende dat de Politie reeds gebruik wenst te maken van deze raamovereenkomst voor aankoop van 5 licenties ter waarde van 27,10 €/maand excl. btw of 32.79 €/maand incl. btw of voor de saldo  duurtijd (tot april 2029) 41 m x 27,10 €/maand excl. btw zijnde 1.111,10 € excl.btw of 1.344,43 incl. btw;

           

           

          Gelet op de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen d.d. 24 november 2025, punt CBS/2025/3083, houdende : “Instap in raamovereenkomst van Smals voor aankoop van Microsoft producten voor Politie, gemeente, OCMW en AGB. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze;

           

          Gehoord het College van Burgemeester en Schepenen.

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Art. 1 : Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. CAD/2025/001/Alle diensten/1818/ en de “instap in raamovereenkomst van Smals voor aankoop van Microsoft producten voor Politie, gemeente, OCMW en AGB”, opgesteld door Smals ICT for society. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek met nummer BB-001.006/2024  - Microsoft-Producten. De raming bedraagt voor de saldo  duurtijd (tot april 2029) 41 m x 27,10 €/maand excl. btw zijnde 1.111,10 € excl.btw of 1.344,43 incl. btw.

           

          Art. 2 : Bovengenoemde opdracht werd gegund bij wijze van de openbare procedure.

           

          Art. 3 : Smals ICT for society wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van OCMW Zaventem, Directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf Zaventem en Gemeente Zaventem bij de gunning van de opdracht op te treden.

           

          Art. 4 : In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.

           

          Art. 5 : Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.

           

          Art. 6 : Deze opdracht wordt gegund aan  SoftwareOne BE ,tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver, via de raamovereenkomst die Smals ICT for society sloot op basis van het bestek met nummer  BB-001.006/2024  - Microsoft-Producten.

          Art. 7 : De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met BB-001.006/2024  - Microsoft-Producten.

           

          Art. 8 : De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven op budgetsleutel -MJP000071/AC 000013 van de exploitatie.

      • Informatica

        • Raamovereenkomst voor de verwerving van ICT-infrastructuur en bijhorende dienstverlening.

           Het college van burgemeester en schepenen in toepassing van artikel 56, §3 of § 4 van het Decreet Lokaal Bestuur

          Gelet op:

          • de wetgeving op de overheidsopdrachten, inzonderheid op de artikelen 2, 6°, 43, § 1, tweede lid en 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;

          • de principiële beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 27 april 2023 tot gunning via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening”.

          • de in uitvoering van deze beslissing door de raad van bestuur van Cipal dv goedgekeurde opdrachtdocumenten, inzonderheid:

          • het selectiedocument waar het stelt (punt 3.7): “Cipal dv zal in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, in het kader van onderhavige opdracht kunnen optreden als aankoopcentrale voor alle deelnemers in de dienstverlenende vereniging Cipal. Deze besturen zullen zich, net als hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten, op de aankoopcentrale kunnen beroepen om een totaaloplossing in het kader van de te sluiten raamovereenkomst die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht, af te nemen, zonder dat zij verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.
            (…)

          Cipal dv zal in het kader van onderhavige opdracht tevens kunnen optreden als aankoopcentrale voor (zonder dat deze entiteiten verplicht zijn af te nemen via deze
          raamovereenkomst) :

          • Alle andere Vlaamse gemeente- en OCMW-besturen, hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten;
            het bestek waar het stelt (punt 4.8): “Cipal dv oefent de overkoepelende leiding van en het overkoepelende toezicht op de uitvoering van de raamovereenkomst uit, terwijl de afnemer de leiding van en het toezicht op de levering van de door de afnemer geplaatste bestelling uitoefent.”
            Het bestek waar het stelt (punt 4.6): “Gezien de raamovereenkomst niet exclusief is, behoudt de opdrachtgever - net als elke andere afnemer - steeds de vrijheid om een bepaalde aankoop niet via het raamcontract maar volgens de gewone procedures, die de wet op de overheidsopdrachten toelaat, te voeren.”;
          • de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 20 juni 2024 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan Dustin Belgium nv met maatschappelijke zetel te Wingepark 5B, 3110 Rotselaar.

          Overwegende hetgeen volgt:

          • De voornoemde opdracht van Cipal dv “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23) is een raamovereenkomst met één leverancier en Cipal dv treedt hierbij op als aankoopcentrale in de zin van artikelen 2,6° en 47 van de wet van 17 juni 2016;
          • De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij/het krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2017 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;
          • Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:
            de in de raamovereenkomst voorziene ICT-infrastructuur voldoen aan de behoefte van het bestuur;
            het bestuur moet zelf geen gunningsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent;
            Cipal dv beschikt over knowhow en technische expertise inzake de aankoop van ICT-infrastructuur door aanbestedende overheden;

           

          De gemeente is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst (geen afnameverplichting);

          De nodige budgetten zijn beschikbaar

           
          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Jean-Marc Mativa
          Resultaat: Met 32 stemmen voor, 1 onthouding

          Artikel 1
          De gemeente doet een beroep op de aankoopcentrale van Cipal dv voor de aankoop van ICT- infrastructuur aangeboden via de raamovereenkomst “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23).

    • -23- Sociale Zaken - Welzijn - Minder validenzorg

      • Sociale Dienst

        • Engagement intergemeentelijke preventiewerking Druivenstreek.

          Lokale besturen ondernemen acties en projecten om hun inwoners te stimuleren tot een gezonde leefstijl en hen te beschermen tegen gezondheidsrisico's. Vooral in kleine besturen ontbreekt het vaak aan voldoende personeel en middelen om overal te komen tot ‘gezonde gemeenten', meer in te zetten op terreinwerk en in initiatieven te versterken die sociale ongelijkheid in preventie verminderen.
          Daarom ondersteunt de Vlaamse regering lokale besturen met een subsidie voor een intergemeentelijke preventiewerking.
          Het doel is het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat afgestemd is op verschillende initiatieven en thema's binnen de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, en dat gebruik maakt van de preventiemethodieken.

          De gemeente kan een financiële stimulans ontvangen voor de uitbouw van een lokale preventiewerking. De subsidie bedraagt 3.000 euro per gemeente, vermeerderd met een bedrag per inwoner. Het aantal inwoners dat in aanmerking komt voor subsidie wordt ‘gewogen’. Dit betekent dat inwoners die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van het RIZIV, dubbel worden geteld. Het bedrag per gewogen aantal inwoners bedraagt 0,08 euro. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks geïndexeerd (sinds 2019).

          In ruil voor die subsidie zijn gemeenten verplicht om samen met minstens één aanpalende gemeente binnen hun eerstelijnszone een intergemeentelijke preventiewerking uit te bouwen.

          Door samen te werken rond gelijkaardige preventieprojecten verhogen we de efficiëntie, kunnen we meer realiseren met minder budget en versterken we elkaars boodschap: dwz gemeenschappelijke uitdagingen efficiënter aanpakken en samen meer impact creëren (duurzame oplossingen bieden, deskundigheid verhogen door ondersteuning en samenwerking met Gezondheidsmakers, breder samenwerken, efficiënter werken (betere coördinatie en delen van middelen zorgen voor schaalvoordelen en effectievere aanpak, projecten kunnen sneller en beter uitgevoerd worden).

          De voorwaarden zijn als volgt:
          - De samenwerkende gemeenten dragen elk financieel bij met een bedrag dat minstens gelijk is aan de cofinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, zoals bepaald in artikel 17/1 van het besluit van de Vlaamse regering van 30/1/2009 betreffende de Logo’s, laatst gewijzigd op 17/5/2024;
          - De samenwerkende gemeenten zetten de toegekende subsidie en hun eigen bijdrage in voor de tewerkstelling van personeel binnen de lokale preventiewerking.
          - De samenwerkende gemeenten ontwikkelen en implementeren een intergemeentelijk preventief gezondheidsbeleid dat voldoet aan alle voorwaarden van het genoemde besluit.
          - Jaarlijks dienen de samenwerkende gemeenten uiterlijk op 31 maart een financieel en inhoudelijk rapport over de intergemeentelijke preventiewerking in bij het Departement Zorg, zoals vermeld in artikel 17/1, vierde lid van het genoemde besluit. Daarnaast registreren zij de preventieactiviteiten in het registratiesysteem van het Departement Zorg uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het werkingsjaar.

          Dit systeem is gebaseerd op vrijwilligheid.

          Momenteel zijn er in Vlaanderen 45 intergemeentelijke preventiewerkingen actief.  

          Naast het opzetten en uitvoeren van nieuwe projecten, het organiseren van vormingen en infomomenten en het lanceren van effectieve communicatie- en sensibiliseringscampagnes, zal de intergemeentelijke preventiewerking ook investeren in het versterken van netwerken en samenwerkingen met lokale besturen, de ELZ, scholen, organisaties en professionals. 

          De intergemeentelijke preventiewerking kan rekenen op Gezondheidsmakers voor een gedegen inhoudelijke ondersteuning. 

          Bij besluit van het College van Burgemeester en Schepenen de dato 14 april 2025 werd reeds een eerste intentie geformuleerd tot participatie aan de oprichting en de uitbouw van een IGP Druivenstreek alsook een akkoord tot cofinanciering rekening houdend destijds dat Overijse en Tervuren nog zouden deelnemen; de gemeenten Overijse en Tervuren lieten echter weten niet te zullen instappen.

          Het lokaal bestuur van Zaventem heeft bijgevolg de intentie om samen met de lokale besturen van Hoeilaart, Kraainem en Wezembeek-Oppem (die hun akkoord gaven om in te stappen) een Intergemeentelijke Preventiewerking in ELZ Druivenstreek op te richten. Gezondheidsmakers wordt als beheerder aangesteld. Er wordt gestreefd naar een nauwe samenwerking en afstemming met de ELZ Druivenstreek. 

          De Intergemeentelijke Preventiewerker ondersteunt lokale besturen bij het uitwerken van een doeltreffend en duurzaam preventief gezondheidsbeleid. De Intergemeentelijk Preventiewerker organiseert en coördineert acties rond gezondheidspreventie, afgestemd op Vlaamse doelstellingen en lokale noden, en fungeert als brug tussen beleid, praktijk en gemeenschap. Hij of zij versterkt netwerken en samenwerking tussen lokale partners, lanceert sensibiliseringscampagnes, organiseert infomomenten en vormingen, en werkt op basis van gezondheidsdata aan een evidence-based aanpak. Daarnaast biedt de IGP'er ondersteuning bij vroegdetectie, doorverwijzing en de beleidsverankering van succesvolle initiatieven. Zo draagt de werking bij aan een gezondere en veerkrachtigere leefomgeving.

          Tijdens deze legislatuur zal de IGP zich in hoofdzaak richten op het bevorderen en versterken van de geestelijke gezondheid binnen de lokale gemeenschap. Het doel is om duurzame initiatieven te implementeren die veerkracht, sociale cohesie en verbinding versterken en bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Daarbij wordt, vertrekkend vanuit de lokale noden, gestreefd naar een efficiënte en geïntegreerde aanpak op intergemeentelijk niveau. Inspiratie werd in bijlage toegevoegd alsook het verslag van het breed clusteroverleg lokale besturen de dato 2 oktober 2025 met bespreking item terzake.

          De locatie van de tewerkstelling van de IGP zal in onderling overleg dienen te worden bepaald.

          Het College van Burgemeester en Schepenen de dato 12 november 2025 ging akkoord met de toetreding van het Lokaal Bestuur Zaventem tot de Intergemeentelijke Preventiewerking Druivenstreek; de financieel directeur gaf zijn visum de dato 8 november 2025 met visumnummer 2025_0512;

          Het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 27, §3, toegevoegd bij het decreet van 26 april 2024, artikel 28, artikel 29, artikel 30, §2 en §3, artikel 30, §4, vervangen bij het decreet van 20 maart 2009 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, artikel 38, §3, artikel 80, §1, eerste lid

          Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s, wat betreft de erkenning, de werkgebieden en de Financiering (VR 2024 1705 DOC 0702/2).

          Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies, en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 25 juni 2010 en latere wijzigingen.

          Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          Het decreet Lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 en latere wijzigingen.

          De bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993.

          Op 5 april 2019 (herwerkte versie op 17 mei 2024, die ingegaan is op 1 januari 2025) keurde de Vlaamse Regering een besluit goed dat het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's wijzigt en een structurele ondersteuning van intergemeentelijke preventiewerkingen mogelijk maakt. 

          * De gemeente kan in het kader van "de intergemeentelijke preventiewerking" jaarlijks een forfaitaire subsidie van € 3.000 krijgen en een subsidie per inwoner van € 0,08. Voor inwoners met een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering ontvangt de gemeente nog een bijkomende subsidie.

          In 2025 bedraagt het subsidiebedrag voor de gemeente Zaventem € 7.173.

          De subsidie voor intergemeentelijke preventiewerking wordt berekend bij de aanvang van een nieuwe intergemeentelijke preventiewerking en vervolgens elk tweede jaar van de legislatuur van de lokale besturen. Dit gebeurt op basis van het beschikbare cijfermateriaal. De subsidie wordt bovendien jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. De subsidie is structureel en van onbepaalde duur, op voorwaarde dat aan alle voorwaarden wordt voldaan (zoals het tijdig indienen van rapportages, het voorzien van cofinanciering, …).

          * De gemeente voorziet een cofinanciering ten minste gelijk aan de bijdrage van de Vlaamse Gemeenschap.  

          Dit bedrag werd meegenomen in de aanvraag AMJP 2026-2031.

          * Overzicht totale subsidie en cofinanciering Druivenstreek 2025:

          1) Subsidie Departement Zorg:  € 21.881

          °Hoeilaart:  € 4.728 

          °Kraainem: € 4.965

          °Wezembeek-Oppem: € 5.015

          °Zaventem: € 7.173

          2) Cofinanciering Gemeenten ELZ: € 21.881

          Totaal budget: € 43.762

          Met het totaalbedrag van € 43.762 kan een halftijds Intergemeentelijke Preventiewerker (van de Vlaamse Gemeenschap IGP'er) in dienst genomen worden met maximaal 3 jaar anciënniteit (PC 331 - B1c). 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Erik Rennen, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 31 stemmen voor, 2 onthoudingen

          De Gemeenteraad gaat akkoord met de toetreding van Zaventem tot de Intergemeentelijke Preventiewerking Druivenstreek - die samen met de Lokale Besturen Hoeilaart, Wezembeek-Oppem en Kraainem wordt opgericht.

          De Gemeente Zaventem zal zelf voorzien in een cofinanciering die minstens even groot is als die van de Vlaamse Gemeenschap, zoals vermeld in artikel 17/1 besluit van de Vlaamse regering van 30/1/2009 betreffende de Logo’s, laatst gewijzigd op 17/5/2024 en beperkt tot het bedrag van de subsidie; voor 2025 bedraagt dit bedrag € 7.173.

          De samenwerkende gemeenten zetten de toegekende subsidie en hun eigen bijdrage in voor de tewerkstelling van personeel binnen de lokale preventiewerking: zal om de inzet gaan van een halftijdse Intergemeentelijke Preventiewerker.
          De Intergemeentelijke Preventiewerker zal de lokale besturen ondersteunen bij het uitwerken van een doeltreffend en duurzaam preventief gezondheidsbeleid. De Intergemeentelijk Preventiewerker organiseert en coördineert acties rond gezondheidspreventie, afgestemd op Vlaamse doelstellingen en lokale noden, en fungeert als brug tussen beleid, praktijk en gemeenschap. Hij of zij versterkt netwerken en samenwerking tussen lokale partners, lanceert sensibiliseringscampagnes, organiseert infomomenten en vormingen, en werkt op basis van gezondheidsdata aan een evidence-based aanpak. Daarnaast biedt de IGP'er ondersteuning bij vroegdetectie, doorverwijzing en de beleidsverankering van succesvolle initiatieven. Zo draagt de werking bij aan een gezondere en veerkrachtigere leefomgeving. Tijdens deze legislatuur zal de IGP zich in hoofdzaak richten op het bevorderen en versterken van de geestelijke gezondheid binnen de lokale gemeenschap.

          De Raad geeft Raadslid Jona Op de Beeck het mandaat om deel te nemen aan de stuurgroep van de Intergemeentelijke Preventiewerking Druivenstreek; Schepen Hamid Akaychouh wordt als plaatsvervanger gemachtigd voor genoemde stuurgroep.

          De Raad gaat akkoord dat Gezondheidsmakers als beheerder zal optreden en de engagementsverklaring bij het Departement Zorg zal indienen. 

    • -24- Begraafplaatsen

      • Belastingen

        • Gemeentelijk belastingreglement op ontgravingen, het gebruik van een wachtkelder en het openen van graf-en urnenkelders en columbaria – Aanslagjaren 2026-2031.

          De gemeenteraad stemde op 25 november 2019 een belasting op ontgravingen, het gebruik van een wachtkelder en het openen en sluiten van graf-en urnenkelders en columbaria – Aanslagjaren 2020-2025, geldig tot 31 december 2025. Voor de aanslagjaren 2026-2031 dient dit reglement te worden hernieuwd.

          Rekening houdende met het personeel en de middelen van de gemeente die moeten worden ingezet voor het onderhoud en het ruimtelijk beheer van de begraafplaatsen, worden er op voorstel van de dienst begraafplaatsen tariefwijzigingen van de belastingen voorgesteld (+ 15 %, afgerond naar het eerstvolgende gehele tiental). Voor de aanslagjaren 2020-2025 werden er geen tariefwijzigingen ingevoerd. 

           

          Voorstel wijziging Artikel 2

          Oude belastingtarieven

          Nieuwe belastingtarieven

          Ontgraving uit volle grond/grafkelder 

          750,00 euro

          870,00 euro

          Ontgraving urnenkelder/columbarium

          250,00 euro

          290,00 euro

          Gebruik wachtkelder 

          1 maand

          2 maanden

          3 maanden

          4 maanden en meer  

           

           

          50,00 euro

          75,00 euro

          100,00 euro

          125,00 euro 


          60.00 euro

          90,00 euro

          120,00 euro 

          150,00 euro 

          Gelet op art. 41, 162 en 170 van de Grondwet;

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;   

          Gelet op het decreet van 16 januari 2004 betreffende de lijkbezorging en de begraafplaatsen en latere wijzigingen;

          Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 en ev.latere wijzigingen;

          Gelet op het gemeentelijk belastingreglement op ontgravingen, het gebruik van een wachtkelder en het openen en sluiten van grafkelders – Aanslagjaren 2020-2025, gestemd in de gemeenteraad van 25 november 2019; 

          Gelet dat een belastingtarief gerechtvaardigd is, rekening houdende met het personeel en de middelen van de gemeente die hiervoor worden ingezet;

          Gelet dat het gemeentebestuur, omwille van hygiënische redenen en de arbeidsintensiteit, de aanvragen tot ontgraving niet wenst uit te sluiten, doch eerder wil beperken;

          Overwegende dat een gedifferentieerde tariefverhoging aangewezen is, gezien de hygiënische aspecten, alsook de kostprijs inzake werkuren, technische benodigdeden enz. verschillend zijn voor de ontgraving van kist(en) en de ontgraving van een asurn, alsook voor het openen en sluiten van een graf-, urnenkelder, columbariumnis; 

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen d.d.22 september 2025. 

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73314000 (belasting op opgravingen). 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Patrick Delaunoy, Joren Stultjens
          Resultaat: Met 18 stemmen voor, 13 stemmen tegen, 2 onthoudingen

          Artikel 1    Belastbare grondslag

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de ontgravingen van stoffelijke overschotten, het openen van en sluiten van een grafkelder en het gebruik van een wachtkelder.      

          Artikel 2           Aanslagvoet, berekening

          Artikel 2.1       Ontgravingen van graf-, urnenkelder en columbaria

          De belasting voor een ontgraving wordt vastgesteld als volgt:

          -   voor het ontgraven van stoffelijke overschotten uit volle grond en grafkelder: 870,00 euro       

          -   voor de ontgraven van een asurn uit urnenkelder/ columbarium: 290,00 euro  

          Artikel 2.2           Openen en sluiten van een grafkelder

          In het geval van een bijzetting in een grafkelder, wordt voor het openen en sluiten van een grafkelder een belasting vastgesteld van 230,00 euro.   

          Artikel 2.3               Gebruik van een wachtkelder

          Voor het gebruik van een voorlopige kelder worden, per maand van ingebruikneming, volgende tarieven geheven:  

          Per begonnen maand van ingebruikneming:

          -          voor 1 maand: 60,00 euro

          -          voor 2 maanden: 90,00 euro

          -          voor 3 maanden: 120,00 euro

          -          voor 4 maanden en meer: 150,00 euro

          Deze bedragen worden niet cumulatief aangerekend.   

          Artikel 3   Belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot opening, ontgraving of gebruik van de wachtkelder aanvraagt.

          Artikel 4                Vrijstelling van belasting  

          Artikel 4.1           Ontgravingen van grafkelder  

          De belasting op ontgraving van een grafkelder is niet verschuldigd 

           -  bij ontgraving op bevel van de gerechtelijke overheid;

           -  bij ontgraving wegens het openbaar belang of dienstnoodwendigheden;

           -  in geval van sluiting van de begraafplaats;

           -  bij ontgraving van militairen of burgers die voor het vaderland gestorven zijn;

           -  bij terugneming van het geconcedeerd perceel of nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden. 

           Artikel 4.2            Ontgraving urnenkelder/ columbarium

           De belasting op ontgraving uit een urnenkelder/ columbarium is niet verschuldigd:

           -  bij terugneming van het geconcedeerd perceel of nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden;

           -  bij sluiting van de begraafplaats;

           -  bij het meegeven van de asurn na de duur van de verplichte grafrust van 10 jaar

          -   bij het meegeven van de asurn na het einde van de concessie, maar waarbij het graf nog niet werd geruimd.

           Artikel 4.3              Gebruik van een wachtkelder

           De belasting op het gebruik van de wachtkelder is niet verschuldigd wanneer de wachtkelder gebruikt moet worden, onafhankelijk van de wil van de aanvrager. 

           Artikel 5                Wijze van invordering      

           De belasting moet zonder uitstel worden betaald. Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een   kohierbelasting. 

           Artikel 6                  Algemene bepaling 

           De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen terzake, gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008   betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.  

            Artikel 7               Bekendmaking  en inwerkingtreding                                

           Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 en volgende van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. 

      • Burgerlijke stand

        • Gemeentelijk belastingreglement op begraving en bijzetting zonder concessie en uitstrooiing op de strooiweide voor niet-inwoners – Aanslagjaren 2026-2031.

          De gemeenteraad stemde op 25 november 2019 een gemeentelijk belastingreglement op begraving, bijzetiing zonder concessie en uitstrooiing op de strooiwedie voor niet-inwoners, geldig tot 31 december 2025. Voor de jaren 2026-2031 dient dit reglement te worden hernieuwd.

          Inwoners van de gemeente dragen bij in deze kosten door het betalen van gemeentelijke belastingen, wat niet het geval is voor niet-inwoners. Om ook niet-inwoners te laten bijdragen in het onderhoud en tevens ruimtelijk beheer van de begraafplaatsen wordt door middel van deze belastingtarieven ook door hen een financiële bijdrage geleverd.

          Rekening houdende dat het onderhoud en het ruimtelijk beheer van de begraafplaatsen financiële kosten met zich meebrengt inzake personeel en middelen, worden er tariefwijzigingen van de belastingen voorgesteld (+ 15 %, afgerond naar het eerstvolgende gehele tiental). Voor de aanslagjaren 2020-2025 werden er voorheen geen tariefwijzigingen ingevoerd.   

          Voorstel wijziging Artikel 2

           

          Oude belastingtarieven

          Nieuwe belastingtarieven

          Per begraving

          750,00 euro

          870,00 euro

          Per bijzetting

          750,00 euro

          870,00 euro

          Voor uitstrooiing van de as

          100,00 euro

          120,00 euro


          Gelet op art. 41, 162 en 170 van de Grondwet;

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

          Gelet op artikel 15 van het decreet op de begraafplaatsen en  de lijkbezorging d.d. 16 januari 2004 en latere wijzigingen;

          Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 27 november 2023; 

          Gelet op het gemeentelijk belastingreglement op begraving en bijzetting zonder concessie en uitstrooiing op de strooiweide voor niet-inwoners – Aanslagjaren 2020-2025, gestemd in de gemeenteraad van 25 november 2019;

          Gelet dat het onderhoud van begraafplaatsen financiële kosten met zich meebrengt. Inwoners van de gemeente dragen bij in deze kosten door het betalen van gemeentelijke belastingen, wat niet het geval is voor niet-inwoners. Om ook niet-inwoners te laten bijdragen in het onderhoud en tevens ruimtelijk beheer van de begraafplaatsen wordt door middel van deze belasting een financiële bijdrage geleverd.   

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73311000 (belasting op begravingen, asverstrooiing, bijzetten in een columbarium). 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Patrick Delaunoy
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 11 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1             Belastbare grondslag

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de begraving, bijzetting zonder concessie en uitstrooiing op de strooiweide voor niet-inwoners.

          Artikel 2            Aanslagvoet, berekening

          De belasting wordt geheven op:   

          -    gewone  begraving in volle grond (10 jaar)

          -    bijzetting in een columbarium (10 jaar)

          -    gewone begraving op het urnenveld (10 jaar)

          -    uitstrooiing op de strooiweide

          en wordt vastgesteld op: 

          per begraving

          870,00 euro

          per bijzetting

          870,00 euro 

          voor uitstrooiing van de as

          120,00 euro

           

          Artikel 3              Belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd voor niet-inwoners voor wie de begraving, bijzetting in een columbarium of uitstrooiing van de as wordt aangevraagd.  

          Zijn vrijgesteld van deze belasting:

          1. personen die vroeger in het bevolking- of vreemdelingenregister van Zaventem waren ingeschreven gedurende tenminste 30 jaar ofwel 1/3 van hun leven in één van de registers ingeschreven geweest zijn.

          2. personen die overeenkomstig de vigerende wetgeving als gevolg van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke registers en die werkelijk in Zaventem verblijven.     

          De nodige bewijsstukken dienen door de aanvragers voorgelegd te worden.

           Artikel 4            Mogelijkheid van concessie

          Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt,  is het nemen van een concessie van 25 jaar na deze periode van 10 jaar mogelijk mits een verplaatsing van de overledene naar concessiegrond.

          De concessie neemt aanvang vanaf de (eerste) datum van begraving van de overledene in een niet-geconcedeerd graf.  

          Zowel de ontgraving als de concessie zijn onderworpen aan de tarieven vermeld in het gemeentelijke belastingreglement op ontgravingen, als in het retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen - Aanslagjaren 2026-2031.  

           Artikel 5            Wijze van invordering   

          De belasting is verschuldigd door de persoon die de aanvraag indient. De belasting dient zonder uitstel te worden betaald op het ogenblik van de aanvraag tot begraving, bijzetting of uitstrooiing van de as.   

           Artikel 6             Algemene bepaling 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen terzake, gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.   

          Artikel 7            Bekendmaking

          Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 en volgende van het Decreet over het lokaal bestuur d.d. 22 december 2017 en treedt in werking op 1 januari 2026.

        • Gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen - Aanslagjaren 2026-2031.

          De gemeenteraad heeft op 30 maart 2020 het gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen goedgekeurd voor de aanslagjaren 2020-2025. Voor de aanslagjaren 2026 -2031 dient een nieuw reglement te worden goedgekeurd. 

          Gelet op de inflatie en de stijgende kosten van de materialen en personeel, dienen de retributies te worden verhoogd. 

          Rekening houdende met het personeel en de middelen van de gemeente die moeten worden ingezet voor het beheer en de inrichting van de begraafplaatsen, worden er op voorstel van de dienst begraafplaatsen tariefwijzigingen (+ 15%, afgerond naar het eerstvolgende gehele tiental) voorgesteld tov vorige aanslagjaren. De vorige 2 legislaturen werden er geen tariefwijzigingen ingevoerd. 

           

          Voorstel wijziging Artikel 4

          Oude tarieven

          Nieuwe tarieven

          Grafkelder voor max. 2 overledenen

           

           

           

           - stoffelijke resten van 1 persoon :

          565,00 euro

          - stoffelijke resten van 2 personen:  

          700,00 euro 

           

           - stoffelijke resten van 1 overledene :  

          650 euro

           - stoffelijke resten van 2 overledenen:

          810 euro

          Urnenkelder bestemd voor bijzetting van urnen op het urnenveld 

           - voor 1 of 2 urnen + eenvormige granieten afdeksteen : 600,00 euro  

          690,00 euro

          Strooiweide:  

          Plaatsen van naam of gedenkplaatje herdenkingszuil

           

          Plaatsen van een herdenksblaadje in herdenkingsboom 

           

           

          25,00 euro 

           

           

          50,00 euro 


          30,00 euro



          60,00 euro

          De concessietarieven (artikel 3) werden niet gewijzigd (1000 euro voor 25 jaar, 500 euro voor 10 jaar).  

          Ter info, op basis van de prijsofferte van Hoolants Beton, zijn de prijzen voor de grafkelders als volgt vastgesteld : 

          -grafkelder 2 personen: 871, 77 euro (excl. BTW) : 1055 euro incl. BTW

          -grafkelder 1 persoon: 750,00 euro (excl. BTW) : 907, 5 euro incl. BTW


          Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 30 maart 2020 waarbij het gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen werd vastgesteld; 

          Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de lijkbezorging en de begraafplaatsen; meer bepaald artikelen 2 en 17.

          Gelet op art. 170 van de grondwet;

          Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur d.d. 22 december 2017 en latere wijzigingen;

          Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 27 november 2023; 

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen. 

           

           

               
               
               
               
          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Patrick Delaunoy
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 12 stemmen tegen, 1 onthouding

          Gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen. Aanslagjaren 2026-2031. 

          Algemene bepalingen

          Artikel 1

          Vanaf 1 januari 2026 tot en met aanslagjaar 2031 wordt er een retributie gevestigd op :

          -          de graf-, columbarium -en urnenkelderconcessies

          -          levering en plaatsing van een graf -en urnenkelder

          -          bijstand voor administratieve taken     

          Artikel 2   

          De retributie is verschuldigd door de familie, de erfgenamen of de rechthebbenden.

          Hoofstuk II

          Artikel 3  Graf/urnenveld/columbariumconcessies    

          De retributie voor een concessie van een grafkelder/urnenkelder/columbarium voor maximum 2 personen bedraagt 1.000,00 euro voor een periode van 25 jaar.        

          Zonder een uitdrukkelijk verzoek tot verlenging van de concessie, vervalt de concessie na 25 jaar, voor zover de begraving van de (laatste) overledene zich niet minder dan 10 jaar voor het verstrijken van de initiële concessietermijn voordoet.        

          Na verloop van de initiële concessietermijn van 25 jaar, kan een eerste verlenging worden aangevraagd en dit voor telkenmale een periode van 10 jaar. Voor de eerste als elke bijkomende verlenging van 10 jaar wordt een tarief vastgesteld van 500,00 euro. De concessie is pas definitief na betaling.

          Artikel 4    Levering en plaatsing van een graf-, en urnenkelder

          De volgende retributies zijn verschuldigd voor het leveren en plaatsen van een graf, en -urnenkelder door de zorgen van de gemeente:                          

          Grafkelder voor max. 2 overledenen

           voor stoffelijke resten van 1 overledene :  

           - voor stoffelijke resten van 2 overledenen:

           

          stoffelijke resten van max. 2 personen  

           

           650 euro

           810 euro 

           

          Urnenkelder bestemd voor de bijzetting van urnen op het urnenveld 

          -voor 1 tot 2 urnen + eenvormige granieten afdeksteen

           

            

           690,00 euro 

          Strooiweide

          - Plaatsen van naam of gedenkplaatje op herdenkingszuil aan strooiweide (incl. plaatje, , gravures van naam, voornaam, geboorte –en overlijdensdatum)

          -Plaatsen van een herdenkingsblaadje in herdenkingsboom aan strooiweide (incl. blaadje, gravures, boutje en moer) 

            

           30,00 euro

           

           

           60,00 euro

           De retributie dient betaald te worden op het moment van de aanvraag van de concessie, respectievelijk de levering en plaatsing van de grafkelder/urnenkelder. De plaatsing van de grafkelder/ urnenkelder zal tevens gebeuren na betaling van de retributie.

           Artikel 5

          De retributies vermeld onder Hoofdstuk II zijn van toepassing op inwoners en ‘gelijkgestelden’ met eigen inwoners, met name:   

          -   personen die zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Zaventem.                           

          -   personen die vroeger in het bevolking - of vreemdelingenregister van Zaventem waren ingeschreven gedurende minstens 30  jaar  ofwel 1/ 3 van hun leven in één van de registers ingeschreven geweest zijn.

          -   personen die overeenkomstig de vigerende wetgeving als gevolg van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke registers en die werkelijk in Zaventem verblijven. 

          De nodige bewijsstukken dienen door de aanvrager(s) te worden voorgelegd.

            Artikel 6

           Zijn vrijgesteld van de retributies vermeld in Hoofdstuk II van onderhavig reglement: 

          - Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, alsook minderjarige kinderen waarvan één van de ouders is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Zaventem en die begraven worden op de daartoe voorziene begraafplaatsen, zoals voorzien in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.

          - oud-strijders, voor zover zij begraven worden op het militair ereperk.

           Artikel 7

          Behoudens voor de ‘gelijkgestelde’ personen, opgesomd in artikel 5, worden de bedragen van de in artikel 3 opgenomen concessieretributies voor twee niet-inwoners verdrievoudigdwanneer het personen betreft die niet zijn  ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente Zaventem.   

          In het geval van een gemengde concessie, zijnde 1 inwoner of gelijkgestelde persoon in de zin van artikel 5 van onderhavig reglement en 1 niet-inwoner, worden de bedragen van de in artikel 3 opgenomen concessieretributies verdubbeld.

          Voor de bepaling al dan niet inwoner/ gelijkgestelde als inwoner is uitsluitend de inschrijving in de bevolkingsregisters van de concessiebegunstigde determinerend. Noch de plaats van overlijden van de concessiebegunstigde, noch de woonplaats van de concessieaanvrager zijn van belang voor de  vaststelling van de retributie.                  

          Artikel 8                   

          Het uit eigen wil vroegtijdig beëindigen van een concessie geeft geen aanleiding tot het terugbetalen van de geïnde retributies, noch tot gelijk welke aftrek. 

          Artikel 9

          De retributie is verschuldigd door de aanvrager(s) van de concessie.        

          Artikel 10               Bijstand voor administratieve taken                             

          Er is een retributie verschuldigd voor de inkisting van de niet gecremeerde lichamen van personen die niet ingeschreven zijn, op datum van het overlijden, in het bevolkings- of vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Zaventem en die internationaal dienen vervoerd te worden van op het grondgebied van de gemeente Zaventem.

          De retributie wordt vastgesteld op 300,00 euro voor het keuren en verzegelen van de lijkkist en voor het voorzien van voldoende personeel om de wettelijke en administratieve verplichtingen te voldoen.

          Artikel 11

          De retributie dient vooraf in de gemeentekas te worden gestort. Bij gebreke van betaling in der minne, zal de retributie ingevorderd worden via dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokale bestuur.

          Artikel 12

          Onderhavig reglement vervangt het gemeentelijk retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, zoals goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 30 maart 2020. en treedt in werking per 1 januari 2026.            

        • Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen - Aangepast reglement vanaf 1 januari 2026

           1. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de volgende artikelen :  

          Meer specifiek, hebben bepaalde wijzigingen betrekking op :

          - invoering begrippenlijst (inleidende begrippen)

          - toegankelijkheid van de begraafplaatsen (artikel 3)

          - wijziging uren van begraving (artikel 5) 

          - hernieuwing van concessies (artikel 21 en volgende)

          - invoering sterrenregister (artikel 35)

          - invoering kinder- en jongerenperk (artikel 36)  

          - onderhoud graven / beplantingsvoorschriften (artikel 38)

          - invoering peter/ meterschap (artikel 43) 

          - invoering begraving van gezelschapsdieren (artikel 51)

          - aanvulling slotbepaling (artikel 56)

          Mbt duur van de concessies, wordt voorgesteld in het kader van een goed ruimtelijk beheer van de begraafplaatsen om de totale duurtijd van de concessies te beperken. Echter wettelijk, dienen aanvragen tot de hernieuwing van een concessie steeds te worden toegestaan, behoudens in geval van verwaarlozing en/ of vroegtijdige beëindiging. Meer specifiek, wordt er voorgesteld om de initiële concessietermijn van 25 jaar te behouden, ongeacht 1 of 2 overledenen, maar daarna enkel de mogelijkheid van verlenging van de concessietermijn met telkenmale 10 jaar te weerhouden na de vervaldatum van de 25- jarige concessie. en geen mogelijkheid meer tot verlenging voor 25 jaar toe te staan op het moment van elke (tweede) bijbegraving. Dit maakt de opvolging van de concessies anders te complex en heel arbeidsintensief. 

          Of nog, een concessie voor 1 of 2 stoffelijke resten heeft een geldigheidsduur van 25 jaar en kan worden vernieuwd voor telkenmale 10 jaar na de vervaldatum van de 25- jarige concessie. Dit maakt de opvolging en de berekening van de verschuldigde retributies eenvoudiger, minder arbeidsintensief, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke vereisten hieromtrent. 

          Regelgeving

          Gelet op de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging; gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1973, 10 januari 1980, 28 december 1989, 20 september 1998 en 8 februari 2001;

          Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en latere wijzigingen (hierna ‘decreet op de begraafplaatsen’ genoemd);

          Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 2 december 2005;

          Gelet op de omzendbrief KBB/ABB2024/1 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 27 november 2023 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen;

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen van 12 november 2025.

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Jean-Marc Mativa, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Resultaat: Met 29 stemmen voor, 4 onthoudingen

          De gemeenteraad keurt dit huishoudelijk reglement goed.

        • Reglement peter/meterschap van een graf

          Het Zaventemse funerair erfgoed telt veel waardevolle graven. Bijgevolg wordt voorgesteld om bepaalde oude graven aan de zorg van een peter of meter toe te vertrouwen met het oog op het in stand houden van het graf of eventueel de restauratie ervan.

          De gemeente beslist welke graven in aanmerking komen voor dit peter- of meterschap. Het betreft graven, die vanwege de persoon die er begraven ligt of vanwege het aanwezige gedenkteken, een bijzondere waarde hebben, en om die reden worden opengesteld voor peter- of meterschap.

          Volgende graven komen in aanmerking:

          • Een graf waarvan de gemeente eigenaar is geworden, na afloop van de concessie én na niet-verlenging;

          • Een graf waarvoor het funerair team goedkeuring geeft.

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen dd. 22 september 2025. 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Philippe Laeremans, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Lieve Maes, Macha Vanderbist, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy
          Resultaat: Met 28 stemmen voor, 5 onthoudingen

          De gemeenteraad keurt dit reglement goed.

    • -27- Feestelijkheden - Jumelage

      • Feestelijkheden

        • Viering 50-jarig bestaan van carnavalsvereniging De Varkenskoppen, toelage voor jubileum.

          De gemeente heeft een aanvraag van carnavalsvereniging De Varkenskoppen om een financiële tussenkomst naar aanleiding van de viering van hun 50-jarig bestaan. 

          De carnavalsvereniging, opgericht in 1975, viert dit jaar haar 50-jarig bestaan en is steeds actief gebleven met onder andere de organisatie van de jaarlijkse carnavalsstoet. De verenging brengt mensen samen met als kernwoorden vriendschap, plezier, verdraagzaamheid. 

          De vereniging heeft hun aanstellingsbal op 1 november 2025 georganiseerd in CC De Factorij. 

          Het college stelt voor om een bedrag van € 250 toe te kennen aan de carnavalsvereniging.

          Gelet op het feit dat een toelage enkel aan erkende verenigingen kan toegekend worden. 

          Gelet op het advies van de Financieel directeur. 

          Een kredietoverschot van 250 euro zal verschoven worden naar MJP 000939 Toelage gemeentelijke Feestcomité

          budgetsleutel 2025/64900000/Vrije T/0710 - algemene werkingssubsidies / Feesten en Plechtigheden. Het gemeentelijk Feestcomité dient de 250 euro door te storten aan vereniging De Varkenskoppen. 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          De gemeenteraad neemt kennis van de aanvraag van de carnavalsvereniging De Varkenskoppen en van het voorstel van het college betreffende het toe te kennen bedrag.

          De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel van het College om € 250 toe te kennen aan het Gemeentelijk Feestcomité dat het bedrag op zijn beurt zal doorstorten aan de carnavalsvereniging De Varkenskoppen.

    • -28- Burgerlijke Stand - Bevolking

      • Burgerlijke stand

        • Gemeentelijk retributiereglement voor de huwelijksboekjes - Aanslagjaren 2026-2031.

          De gemeenteraad stemde op 25 november 2019 een gemeentelijk retributiereglement voor de huwelijksboekjes , geldig tot 31 december 2025. De retributie bedraagt tot 31 december 2025 26 euro per huwelijksboekje. Voor de jaren 2026-2031 dient dit reglement te worden hernieuwd. 

          Rekening houdende dat deze kostprijs echter elk jaar kan worden geïndexeerd, wordt voorgesteld om enkel wanneer de nieuwe geïndexeerde kostprijs het bedrag van de retributie van 26 euro overstijgt het bedrag van de retributie overeenkomstig te wijzigen. 

          In het kader van de Databank akten van de burgerlijke stand (DABS) moeten akten elektronische worden ondertekend door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Deze digitalisering wijzigt evenwel niets aan de huwelijksceremonie. Elke gemeente beslist autonoom over de invullling ervan. In Zaventem wordt nog steeds geopteerd voor de afgifte van een huwelijksboekje en een huwelijksceremonie.  

          In dit kader is het gepast een retributie vast te stellen op de afgifte van een huwelijksboekje voor de jaren 2026-2031. Een retributie is een billijke vergoeding voor een prestatie of een dienst geleverd door de gemeente die ten goede komt aan de persoon die er gebruik van maakt.

          Er wordt voorgesteld het bedrag van de retributie te behouden op 26 euro, zoals vandaag de dag de gangbare retributie is.  Rekening houdende dat deze kostprijs echter elk jaar kan worden geïndexeerd, wordt voorgesteld om enkel wanneer de nieuwe geïndexeerde kostprijs het bedrag van de retributie van 26 euro overstijgt het bedrag van de retributie overeenkomstig te wijzigen. 

          De voorkeur gaat uit naar een origineel huwelijksboekje van Atelier MC.

          De opdracht wordt gegund voor de jaren 2025 tot 31/12/2028 (4 jaren), met een minimale afname van 80 exemplaren per jaar.

          De kostprijs voor 2025 bedraagt 23 euro incl. BTW. per huwelijksboekje. 

          Voorstel van retributie : 26 euro. In het geval de (geïndexeerde) kostprijs van een huwelijksboekje 26 euro overstijgt, zal het bedrag van de retributie overeenkomstig worden aangepast  en in dat geval worden afgerond naar het eerstvolgende geheel getal.

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40 § 3 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vastlegt;

          Gelet op artikel 170 § 4 van de grondwet;

          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 24 april 2017 betreffende de delegatie die wordt verleend aan het college van burgemeester en schepenen voor het vaststellen van de tarieven van de retributies voor in de tijd beperkte activiteiten en prestaties;

          Gelet dat de afgifte van een huwelijksboekje uitgaven met zich meebrengt voor de gemeente en dat het derhalve billijk is een retributie op de afgifte ervan vast te stellen;

          Gelet dat behoudens deze retributie, geen andere kosten zijn verbonden aan de voltrekking van een huwelijk.

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

          Opvoorstel van het college van burgemeester en schepenen van 22 september 2025. 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Jean-Marc Mativa, Jean-Marie Hernalsteen, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Lieve Maes
          Resultaat: Met 28 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 1 onthouding

          Enig artikel 

          De gemeenteraad keurt onderhavig reglement 'retributiereglement op de afgifte van huwelijksboekjes'  - Aanslagjaren 2026-2031 goed. 

          Retributiereglement op de afgifte van huwelijksboekjes - Aanslagjaren 2026-2031

          Artikel  1

          Met ingang van 1 januari 2026 wordt er een retributie gevestigd op de afgifte van een huwelijksboekje.

          Artikel 2

          De retributie wordt vastgesteld op 26 euro per afgeleverd huwelijksboekje. In het geval de (geïndexeerde) kostprijs van een huwelijksboekje 26 euro overstijgt, zal het bedrag van de retributie overeenkomstig worden gewijzigd en in dat geval worden afgerond naar het eerstvolgende geheel getal.

          De retributie is ten laste van diegenen die om een huwelijksboekje verzoeken. 

          Artikel 3

          De retributie dient voorafgaandelijk aan het voltrekken van het huwelijk in de gemeentekas te worden gestort. Deze betaling gebeurt tegen ontvangstbewijs.

          Artikel 4

          Dit reglement treedt in werking per 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 en volgende van het decreet over het lokaal bestuur.  

    • -39- Financien en begroting gemeente en OCMW

      • Belastingen

        • Contantbelasting op de omgevingsvergunning - aanslagjaren 2026-2031.

          De gemeenteraad stemde op 25/11/2019 een "belasting op de omgevingsvergunning - aanslagjaren 2020-2025", geldig tot 31 december 2025.

          Voor de aanslagjaren 2026-2031 dient dit reglement te worden hernieuwd. In de bijlagen vindt u een document waar alle aanpassing zijn aangeduid.

          Duiding bij wijzigingen:

          Artikel 3 §5 verlaagt het tarief voor meldingen voor stedenbouwkundige handelingen van 50€ naar 25€. Dit om het gelijk te trekken met het tarief voor het aanvragen van een omgevingsvergunning (art 5). Het is niet logisch dat dit tarief hoger is aangezien het even veel of minder werk is voor de dienst en het resulterende document dezelfde waarde heeft.

          Artikel 3 §3 en §6 verhoogt het tarief voor melden van de meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit gevoelig. Dit omdat dit soort melding een grondige beoordeling op weinig tijd en dus een hogere druk op de dienst omgeving met zich meebrengt. Bovendien gaat dit in principe om "hinderlijke" activiteiten (voor milieu en andere).

          De tarieven worden met 10 procent geïndexeerd. Er is in de vorige legislatuur niet geïndexeerd en de index is sterk gestegen. Deze verhoogde kosten worden deels opgevangen door de verhoging van de tarieven.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en de uitvoeringsbesluiten van 13 februari 2015 en 27 november 2015.

           

          Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening welke vanaf 01 december 2010 in werking is getreden;

           

          Overwegende dat er aldus ook vanaf 01 december 2010 zonder stedenbouwkundige vergunning kan gebouwd of verbouwd worden;

           

          Gelet op artikel 4.2.2. paragraaf 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 betreffende meldingsplichtige handelingen;

           

          Gelet op het uitstel van de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en diens uitvoeringsbesluiten tot 1 januari 2018,

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende "belasting op de omgevingsvergunning - aanslagjaren 2020-2025", voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Overwegende dat het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet een aanzienlijke inzet vergt van de gemeentelijke middelen en het billijk is deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen;

           

          Overwegende dat in kader van omgevingsregelgeving aangetekende zendingen en publicaties in week- of dagbladen vereist zijn, hetgeen voor de gemeente bijkomende kosten veroorzaakt die op de belastingplichtigen moeten kunnen worden verhaald;

           

          Overwegende dat de meldings- en vergunningsprocedures onderscheiden kenmerken en fases vertonen, zodat het past het bedrag van de belasting vast te stellen al naargelang de aard van de (vergunnings-)aanvraag en/of melding en naargelang eventuele bijkomende procedurestappen;

           

          Overwegende dat voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen en kleinere bouwprojecten de minimumbelasting van toepassing is gezien zij een minder grote impact hebben op de openbare weg en de omgeving en slechts een normale hinder ten laste van de gemeente veroorzaken dan grote bouwprojecten die een betekenisvolle hogere (negatieve) impact hebben op de openbare weg en de omgeving en meer dan normale hinder ten laste van de gemeente veroorzaken;

           

          Overwegende dat de minimumbelasting toepasselijk is voor de eigenaar van zijn enige en eigen woning en voor zover deze woning een beperkt volume heeft. Dit beperkt volume komt overeen met maximaal 1.000m³;

           

          Overwegende dat de minimumbelasting toepasselijk is voor het bouwen en/of verbouwen van gebouwen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) of door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen welke verkocht en/of verhuurd worden conform de voorwaarden van de VMSW en/of het investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant (Vlabinvest) wegens hun maatschappelijke rol en het feit dat zij belast zijn met het beheer van diensten van algemeen belang;

           

          Overwegende dat de autonome gemeentebedrijven een maatschappelijke rol vervullen en belast zijn met diensten van algemeen belang;

           

          Overwegende dat sport- en jeugdverenigingen die erkend zijn door de gemeenteraad ten bate staan van de samenleving en toegankelijk voor eenieder;

           

          Overwegende dat de gronden van de gemeente Zaventem en de gronden waarop de gemeente Zaventem een zakelijk recht heeft ten bate staan van de samenleving;

           

          Overwegende dat gebouwen bestemd voor onderwijsinstellingen onder bepaalde voorwaarden tevens van een vrijstelling kunnen genieten gelet op hun openbare nutsfunctie;

           

          Gelet op de gewijzigde procedures inzake het informeren van gebruikers en eigenaars in de onmiddellijke omgeving, welke niet gebruik maken van een digitale aanvraag of daartoe geen rechtstreeks toegang hebben conform het decreet op de omgevingsvergunning;

           

          Overwegende dat het openbaar onderzoek noodzakelijk voor de aanpassing aan de gemene (=gemeenschappelijke) muur of perceelsgrenzen zal vervangen worden door een verplicht in te winnen advies van de aanpalende eigenaar;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73160000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Onthouders: Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 10 stemmen tegen, 2 onthoudingen

          Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een contante gemeentebelasting gevestigd op:

           

          a)    Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen;

           

          b)    Het aanvragen van een stedenbouwkundig attest;

           

          c)    Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en/of wijzigen van een verkavelingsvergunning;

           

          d)    Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse;

           

          e)    Het melden van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen en/of het melden van de meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit.

           

          De belasting is eveneens verschuldigd voor aanvragen of meldingen die werden ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en diens uitvoeringsbesluiten, doch waarvoor de omgevingsvergunning, het attest of de meldingsakte slechts worden afgeleverd na deze inwerkingtreding.

           

          Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de aanvrager of de melder :

           

          a)    op het ogenblik van overhandiging of verzending van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen / het verkavelen van gronden / het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse;

           

          b)    op het ogenblik van overhandiging of verzending van het stedenbouwkundig attest;

           

          c)    op ogenblik van overhandiging of verzending van de meldingsakte van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;

           

          d)    op het ogenblik van de weigering van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen / het verkavelen van gronden / het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse worden de administratieve kosten voor het openbaar onderzoek zoals vermeld in artikel 4 van dit reglement aangerekend.

           

          Ingeval van een veelheid van belastingplichtigen zijn zij ieder hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de gehele belasting.

           

           

           Artikel 3: De basisbelasting wordt als volgt vastgesteld:

           

          §1. De belasting voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen bedraagt 2,75 euro/m³ en wordt berekend in functie van het bouwvolume.

           

          Het bouwvolume wordt bepaald door meting van het aantal kubieke meters luchtruimte ingenomen door het gebouw, met inbegrip van de bruikbare ondergrondse gedeelten, bovengrondse en ondergrondse buitenmuren, daken en vloeren, doch met uitsluiting van de eigenlijke grondvesten.

           

          De gemene muren worden slechts voor de helft van hun dikte in aanmerking genomen. Elk gedeelte van een kubieke meter wordt beschouwd als een gehele kubieke meter.

           

          Het detail van de meting van het aantal kubieke meters zal door de aanvrager, ter staving van zijn vergunningsaanvraag, en in ieder geval voor afgifte of verzending van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, aan de afgevaardigde van het gemeentebestuur ter nazicht voorgelegd worden.

           

          Gehele heropbouwingen zijn onderworpen aan de belasting zoals nieuwe gebouwen. Wanneer een gebouw gedeeltelijk heropgebouwd of verhoogd wordt, is de belasting maar verschuldigd voor de nieuwe delen.

           

          Voor wat betreft de uitbreiding van een bestaand gebouw geldt het belastingtarief van 2,75 euro per m³ voor het geheel van uitbreidingen indien de uitbreiding inclusief het bestaande gebouw een groter volume dan 1.000m³ bedraagt.

           

          Voor uitbreiding aan een bestaand gebouw, waarbij het volume van 1000 m³ (gebouw incl. uitbreiding) niet overschreden wordt, is de belasting uit artikel 5, a) van dit reglement van toepassing.

           

          §2. De belasting voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden wordt vastgesteld als volgt:

           

          a)    per kavel in een verkaveling zonder nieuwe wegenis: 110,00 euro;

           

          b)    per kavel in een verkaveling met nieuwe wegenis: 220,00 euro;

           

          c)     per aanvraag tot wijziging van een verkaveling zonder bijkomende kavels: 220,00 euro.

           

          §3. De belasting voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit bedraagt 110 euro.

           

          Eenzelfde belasting is eveneens verschuldigd voor veranderingen aangebracht aan de instellingen en installaties van gelijk welke klasse of aard, die aan vergunning onderworpen zijn.

           

          Zij is tevens verschuldigd voor elke vernieuwing van de vergunning.

           

          §4. De belasting voor het aanvragen van een stedenbouwkundig attest bedraagt 55,00 euro.

           

          §5. De belasting voor het melden van meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen bedraagt 25,00 euro.

           

          §6. De belasting voor het melden van de meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit bedraagt 110,00 euro.

           

          §7. Voor gebouwen en inrichtingen, opgericht op het grondgebied van twee gemeenten is de belasting slechts verschuldigd voor het gedeelte van het gebouw en de inrichting dat werkelijk op het grondgebied van Zaventem gelegen is.

           

           

          Artikel 4: De basisbelasting, zoals vastgesteld in artikel 3 van dit reglement, wordt verhoogd met volgend tarief ingeval een openbaar onderzoek, een verplicht in te winnen advies of enig ander verplicht te versturen poststuk is voorgeschreven:

           

          a)    11,00 euro per verzonden aangetekende zending;

           

          b)    2,50 euro per verzonden, niet aangetekende brief;

           

          c)     110,00 euro per informatievergadering;

           

          d)    450,00 euro per publicatie in een week- of dagblad;

           

           

          Artikel 5: Onverminderd artikel 3, §1 van dit reglement, is in volgende gevallen een minimumbelasting van 25,00 euro voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen verschuldigd – in voorkomend geval te verhogen met de tarieven, bepaald in artikel 4 van dit reglement. In het geval van een omgevingsvergunning voor het regulariseren van stedenbouwkundige handelingen bedraagt de minimumbelasting 250 euro – in voorkomend geval te verhogen met de tarieven, bepaald in artikel 4 van dit reglement –:

          a)    verbouwingen van woningen, voor zover het nieuwe volume samen met het bestaande gebouw de 1000 m³ niet overschrijdt;

           

          b)    gebouwen bestemd voor wonen van maximaal 1000m³ waarvan de eigenaar van de grond kan aantonen met een attest dat hij geen ander onroerend goed dan het perceel waarop de vergunning betrekking heeft, in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik heeft op het moment van de aanvraag;

           

          c)     het bouwen en/of verbouwen van gebouwen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) of door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen erkende sociale huisvestingsmaatschappijen welke verkocht en/of verhuurd worden conform de voorwaarden van de VMSW en/of het investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant (Vlabinvest).

           

          De minimumbelasting van toepassing op art. 5, b) dient aangevraagd te worden uiterlijk 1 maand na aanvraag van vergunning bij de dienst Ruimtelijke Ordening.  De aanvraag dient gepaard te gaan met het attest ter staving van de toepassing van de minimumbelasting.

           

           

          Artikel 6: De belasting is ook verschuldigd voor alle gebouwen conform artikel 253, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelasting van 1992, zijnde de onroerende goederen die aan drie voorwaarden voldoen: de aard van nationale domeingoederen hebben, op zichzelf niets opbrengen en voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt.

           

          Wat de eerste voorwaarde betreft, moet onder «nationaal domein» worden verstaan alles wat aan de gemeenschap toebehoort, al hetgeen eigendom is, niet alleen van de natie, maar ook van een aan deze laatste ondergeschikte overheid. Ter zake zijn ook als nationale domeingoederen te beschouwen, de eigendommen toebehorend aan maatschappijen, verenigingen of instellingen van publiek recht, wanneer zij krachtens een uitdrukkelijke bepaling van de wet, waarbij zij zijn opgericht, met de Staat gelijkgesteld zijn voor de toepassing van de inkomstenbelastingen of vrijgesteld zijn van de inkomstenbelastingen of van elke aanslag op de inkomsten ten voordele van de Staat.

           

          Wat de tweede voorwaarde betreft, betekent (het gebruik voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut) dat het onroerend goed voor een nationale dienst moet zijn bestemd, in die zin dat het moet worden gebruikt voor diensten die tot nut van het algemeen werden ingericht en die de sociale gemeenschap, met uitsluiting van de afzonderlijke personen, ten goede komen.

           

          Het is daarenboven vereist dat de openbare dienst of de dienst van algemeen nut, waarvoor het onroerend goed wordt gebruikt, in het kader valt van de wettelijke opdracht van de openbare instelling waartoe het behoort. Buiten haar wettelijke opdracht, houdt de Openbare instelling op te handelen in haar hoedanigheid van orgaan van de Openbare macht en is zij opnieuw aan het gemeen recht onderworpen.

           

          Wat de derde voorwaarde betreft, zal het onroerend goed volgens de geest van de fiscale wet als onproductief worden beschouwd, telkens en zolang het zal worden aangewend voor een dienst van algemeen nut, die binnen het raam valt van de wettelijke opdracht van de openbare instelling waaraan het toebehoort. In dat verband moet worden opgemerkt dat deze dienst niet noodzakelijk kosteloos moet werken. De vereiste improductiviteit moet niet absoluut zijn maar die voorwaarde houdt in elk geval op te zijn vervuld wanneer het betreffend onroerend goed in huur is gegeven.

           

          Deze belasting wordt evenwel in beginsel uitgesteld en zal definitief worden kwijtgescholden wanneer dit gebouw gedurende 20 jaar voor de hierboven vermelde doeleinden is gebruikt. De belasting zoals deze op het ogenblik van het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden zou berekend geweest zijn, wordt echter onmiddellijk verschuldigd wanneer het bedoeld gebouw binnen de voormelde periode van 20 jaar de oorspronkelijke bestemming, die aanleiding gaf tot uitstellen, zou verliezen.

           

          Bij betwisting omtrent de al dan niet toepassing van belasting dient de belastingplichtige een attest van de Federale Overheidsdienst Financiën voor te leggen waarin wordt vermeld dat het onroerend goed vrijgesteld is van onroerende voorheffing overeenkomstig artikel 253, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelasting van 1992.

           

          Artikel 7: Belastingvrijstellingen:

           

          De belasting op het aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en de belasting op de meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen is niet verschuldigd bij:

           

          a)    stedenbouwkundige handelingen gesteld door de autonome gemeentebedrijven van de gemeente Zaventem;

           

          b)    stedenbouwkundige handelingen aan woningen of gebouwen door een door de gemeente Zaventem erkende VZW die zetelt binnen de jeugdraad of sportraad van de gemeente Zaventem op gronden van de gemeente Zaventem of op gronden waar de gemeente Zaventem een zakelijk recht op heeft;

           

          c)     stedenbouwkundige handelingen aan woningen of gebouwen of delen ervan, hoofdzakelijk bestemd voor onderwijsinstellingen door natuurlijke of rechtspersonen.

           

          Deze vrijstelling wordt enkel toegepast voor zover hogergenoemden effectief optreden als bouwheereigenaar. De vrijstelling wordt eveneens toegepast voor bouwheer-niet eigenaar, indien betrokken bouwheer een geregistreerde huurovereenkomst, met betrekking op het betrokken onroerend goed of delen ervan, van minstens 9 jaar voegt.

           

          Artikel 8: 

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

          Betaling in schijven is mogelijk indien werken in fasen uitgevoerd worden en het College van Burgemeester en Schepenen dit uitdrukkelijk heeft toegestaan in de omgevingsvergunning. Betaling van de schijf dient te gebeuren vóór aanvang van iedere fase (data fase vastgelegd in de vergunning). Er wordt geen betalingsuitstel verleend wanneer de fase later dan voorzien aanvangt.

           

          Artikel 9: Indien geen of gedeeltelijk gebruik gemaakt wordt van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen / het verkavelen van gronden / het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse of van de melding voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen / meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen en activiteiten kan een terugbetaling aangevraagd worden van de belasting.

           

          Deze terugbetaling dient te worden aangevraagd voor 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het verkrijgen van de omgevingsvergunning.

           

          Er gebeurt geen terugbetaling onder 100,00 euro, vermeerderd met de kosten zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.

           

          Het verzoek tot terugbetaling dient schriftelijk te worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen van Zaventem.

           

          Artikel 10: 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 11: 

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Gemeentebelasting op de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat op het grondgebied van de gemeente - aanslagjaren 2026-2031.

          Motivering

          Het gemeentelijk reglement inzake de gemeentebelasting op de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat op het grondgebied van de gemeente, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 december 2020 voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit gemeentelijk reglement inzake de gemeentebelasting op de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat op het grondgebied van de gemeente voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          De gemeente heeft het nuttig geoordeeld de door dit reglement beoogde bewaarplaatsen voor motorvoertuigen te belasten teneinde zich aanvullende inkomsten te verschaffen ter financiering van de uitgaven van algemeen nut waaraan de gemeente het hoofd dient te bieden.

          Er is immers een duidelijke financiële behoefte aanwezig die de creatie van de belasting rechtvaardigt. De gemeente Zaventem staat voor zware uitdagingen precies omdat tezelfdertijd van haar wordt verlangd dat haar begrotingen sluitend zijn. Zodoende moet zij haar inkomsten zoeken op andere terreinen.

          Op het grondgebied van de gemeente Zaventem worden een aantal bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat. De uitbating van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen is een economische activiteit die voor de exploitanten redelijkerwijze inkomsten genereert, wat derhalve des te meer verantwoordt dat ook zij de belastingen betalen die hen ten laste worden gelegd.

          Bewaarplaatsen voor motorvoertuigen brengen bijkomende uitgaven voor de gemeente met zich mee, meer bepaald inzake mobiliteit, infrastructuur, wegennet, netheid en veiligheid die tot de bevoegdheid van de gemeenten behoren volgens artikel 135, § 2 van de Nieuwe Gemeentewet. Het is dan ook gegrond om een deel van deze kosten te financieren door een belastingreglement op bewaarplaatsen voor motorvoertuigen.

          De uitbaters van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen dragen niet bij tot deze bijkomende uitgaven zodat het dan ook verantwoord is om een specifieke bijdrage te vorderen van een uitbater van een bewaarplaats voor motorvoertuigen voor de bijkomende organisatorische, structurele en financiële inspanningen die nodig zijn van het lokaal bestuur en politiediensten op het vlak van verkeersveiligheid, infrastructuur en administratie.

          Het belastbaar feit en de doelgroep van belastingplichtigen zijn duidelijk gedefinieerd en afgebakend in overeenstemming met het doel van de belasting om het detectieproces door de gemeentelijke financiële dienst te vereenvoudigen.

          De verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rendabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.

          Deze belasting heeft tot doel om de uitbaters van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen op het grondgebied te laten bijdragen. Ten overstaan van hen bestaat het belastbaar voorwerp uit het ter beschikking stellen van parkeerplaatsen ten bezwarende titel.

          De belastbare grondslag moet in overeenstemming zijn met de financiële draagkracht en/of economische rendabiliteit en eenvoudig controleerbaar zijn. Bijgevolg bestaat de belastbare grondslag uit het totale aantal parkeerplaatsen waarop motorvoertuigen kunnen worden gestald. Dit is immers een pertinent criterium gezien het totale aantal parkeerplaatsen waarop motorvoertuigen kunnen worden gestald in verhouding staat met de dienstverlening op het grondgebied van de gemeente Zaventem en de mate waarin van een dienstverlening kan worden genoten.

          Niet alleen de effectief gebruikte parkeerplaatsen, maar ook deze die ter beschikking staan van de belastingplichtige om effectief gebruikt te worden, wanneer deze dit wenst, zijn belastbaar. Het ook belastbaar zijn van deze laatste soort parkeerplaatsen vermijdt betwistingen aangaande het begrip effectief gebruik.

          De gemeente streeft een beleid na met volgende kenmerken:

          -          Een eenvoudige belasting waarvan de heffing efficiënt en rendabel is;

          -          Een belasting die eenvoudig te controleren is;

          -          Een belasting waarbij de administratieve verplichtingen tot het absolute minimum worden beperkt met vanzelfsprekend de inachtneming van de vigerende regelgeving, en waarbij de klantgerichte dossierbehandeling, gekoppeld aan de gelijke behandeling van alle belastingplichtigen, als speciaal aandachtspunt geldt;

          Exploitanten die niet over meer dan 10 parkeerplaatsen beschikken hebben een eerder beperkte draagkracht. Het rendement van de parkeerplaatsen voor deze exploitanten zal dan ook eerder beperkt zijn zodat het verantwoord is om dergelijke exploitanten niet te belasten.

          De bedragen zijn redelijk en, gelet op de financiële behoeften van de gemeente, verantwoord.

          Door een tariefvermindering voor de parkeerplaatsen bestemd voor personeel van een andere instantie dan de belastingplichtige wordt het optimaal gebruik van de parkeerplaatsen door de exploitanten in het kader van het mobiliteits- en parkeerbeleid van de gemeente aangemoedigd.

          Deze parkeerplaatsen worden doorgaans aan een verlaagd tarief ter beschikking gesteld. Het lagere rendement noopt tot het gebruik van een lager belastingtarief.

          Een lager tarief voor de parkeerplaatsen in open lucht is verantwoord gelet op het hogere rendement van overdekte parkeergelegenheden.

          Een vrijstelling van de belasting voor de parkeerplaatsen die voorbehouden zijn aan het eigen personeel van de belastingplichtige is verantwoord gezien deze parkeerplaatsen doorgaans gratis ter beschikking worden gesteld.

          Een vrijstelling van de belasting voor de parkeerplaatsen die samen worden verhuurd met ruimtes waarin personeel wordt tewerkgesteld en waarbij de parkeerplaatsen enkel dienst doen om dit personeel van een parkeerplaats te voorzien is verantwoord gezien het niet de bedoeling van de gemeente is om dergelijke personeelsparkings waarbij de verhuur van de parkeerplaatsen louter accessoir en ondergeschikt is aan de verhuring van voormelde ruimtes, te belasten.

          Het is verantwoord om openbare diensten, onderwijsinstellingen en religieuze gebouwen vrij te stellen van de belasting gezien het onderscheid in de feitelijke toestand en draagkracht van openbare diensten, onderwijsinstellingen en religieuze gebouwen ten opzichte van ondernemingen die de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen aanwenden in het kader van een economische activiteit. (zie hiervoor RvS 27 januari 2013, (nr. 226.299, LRB 2014, nr. 1, 89.))

          De gemeente voorziet in het kader van dit belastingreglement in een maandelijkse inkohiering van de belasting waarbij het tarief per maand verschuldigd is en de belasting berekend wordt volgens het aantal parkeerplaatsen waarop motorvoertuigen kunnen worden gestald op basis van de toestand op de eerste dag van de maand. Hiermee wenst de gemeente rekening te houden met het geval waarin bewaarplaatsen voor motorvoertuigen tijdelijk worden gesloten.

          Uit de praktijk is gebleken dat een vereenvoudiging van de aangifteprocedure aangewezen is ten einde het administratief werk van zowel de belastingplichtige als van de gemeentelijke financiële dienst te verminderen.

          Een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie.

          Grondwet, artikel 170, § 4;

          Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300, 326 t.e.m. 335;

          Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

          Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

          Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

          Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones

          Gemeenteraadsbesluit dd. 14 december 2020, houdende “Gemeentebelasting op de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat op het grondgebied van de gemeente – aanslagjaren 2021-2025” voor een termijn eindigend op 31 december 2025;

          Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen,

           

          De inkomsten van deze belasting werden in de meerjarenplanning ingeschreven op artikel 73611000 (MAR-code).

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Onthouders: Patrick Delaunoy, Joren Stultjens
          Resultaat: Met 23 stemmen voor, 8 stemmen tegen, 2 onthoudingen

          Heffingstermijn en belastbaar feit

          Artikel 1.

          §1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente een gemeentebelasting geheven op bewaarplaatsen voor motorvoertuigen ten laste van al wie op het grondgebied van de gemeente een bewaarplaats voor motorvoertuigen uitbaat.

          Als uitbating van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen wordt bedoeld het ter beschikking stellen van parkeerplaatsen ten bezwarende titel.

          Als voorwerp van de belasting op bewaarplaatsen wordt het volgende beschouwd

          • Garages voor parkeren van motorvoertuigen met minstens 11 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen;
          • Alle andere overdekte ruimten gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen met minstens 11 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen;
          • Open lucht ruimten voor parkeren van motorvoertuigen met minstens 11 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen;

          De belasting gevestigd door dit reglement betreft niet het parkeren op de openbare weg.

          § 2. Voor de toepassing van deze bepalingen moet onder “parkeerplaats” worden verstaan, hetzij een gesloten garage, hetzij een parkeerplaats voor motorvoertuigen in een gesloten of open ruimte, gelegen op of in een privaat onroerend goed en geëxploiteerd of gebruikt door:

          -       elke natuurlijke of rechtspersoon;

          -       een commerciële, industriële of artisanale onderneming voor het onthaal van haar klanten en/of haar personeelsleden en/of op politiebevel weggesleepte voertuigen;

          -       elke instelling voor het onthaal van haar personeelsleden en/of haar bezoekers.

          § 3. Wanneer er in één en hetzelfde goed parkeerplaatsen voorhanden zijn die gratis en/of betalend ter beschikking worden gesteld, is het aangewezen om deze door een aangepaste signalisatie van elkaar te onderscheiden: borden of grondmarkeringen.

          § 4. Bij gebrek aan signalisatie worden alle parkeerplaatsen geacht betalend ter beschikking gesteld te zijn.

          § 5. Voor de toepassing van de huidige bepalingen wordt het aantal parkeerplaatsen gedefinieerd volgens de vermeldingen in het kadaster en/of de stedenbouwkundige vergunning en/of milieuvergunning en/of gemengde vergunning en/of omgevingsvergunning.

          Bij gebrek aan vermeldingen omtrent het aantal parkeerplaatsen en/of in geval van betwisting betreffende het aantal parkeerplaatsen, zal de berekening van het aantal parkeerplaatsen gebeuren door de oppervlakte van het perceel dat bestemd is voor het stationeren van motorvoertuigen, hetgeen onder meer kan blijken uit het kadaster en/of in de stedenbouwkundige vergunning en/of in de milieuvergunning en/of de gemengde vergunning en/of omgevingsvergunning, te delen door een oppervlakte van 12,5 m² per parkeerplaats. Bij deze berekening wordt geen rekening gehouden met de oppervlakte van het perceel die wordt ingenomen voor de inrijstroken van de parkeerplaatsen, de circulatieruimten, de doorloopruimten, de traphallen, de liften, de technische lokalen en het sanitair.

           

          Belastingplichtige

          Artikel 2.

          § 1. De belasting is verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon, die op de eerste dag van de maand één of meerdere bewaarplaatsen voor motorvoertuigen op het grondgebied van de gemeente uitbaat, in de zin van bovenvermeld artikel 1.

          § 2. In geval van een veelheid van belastingplichtigen zijn zij hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de belasting.

           

          Berekeningsgrondslag en tarief van de heffing

          Artikel 3.

          § 1. De belasting is verschuldigd afzonderlijk per bewaarplaats voor motorvoertuigen, die wordt uitgebaat en op het grondgebied van de gemeente is gelegen.

          § 2. De berekening van het aantal parkeerplaatsen gebeurt aan de hand van informatie opgegeven door de uitbaters van bedoelde bewaarplaatsen of aan de hand van de vaststellingen door de gemeentelijke bevoegde personeelsleden.

          Bij afwijking tussen de door de uitbaters opgegeven aantallen en de vaststellingen door de gemeentelijke bevoegde personeelsleden, wordt het cijfer dat voortkomt uit de vaststellingen gehanteerd, onverminderd de toepassing van artikel 11.

          § 3. De belasting wordt berekend op basis van het totale aantal parkeerplaatsen van de bewaarplaats voor motorvoertuigen waarop motorvoertuigen kunnen worden gestald.

           

          Artikel 4.

          § 1. Het bedrag van de belasting is gelijk aan 34,00 EUR per maand/per parkeerplaats voor de overdekte parkeergelegenheden en 15,50 EUR per maand/per parkeerplaats in open lucht.

          Elke begonnen maand wordt aangerekend als een volledige maand.

          § 2. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor de ganse maand op basis van de toestand op de eerste dag van de maand. De vermindering in de loop van de maand van het aantal parkeerplaatsen waarop motorvoertuigen kunnen worden gestald, alsook de stopzetting, overdracht of tijdelijke onderbreking van de uitbating van de bewaarplaats voor motorvoertuigen in de loop van de maand geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering.

           

          Artikel 5.  Verminderingen

          Voor de parkeerplaatsen bestemd voor personeel van een andere instantie dan de belastingplichtige gelden de volgende tarieven: 23,00 EUR per maand/per overdekte parkeerplaats en 11,00 EUR per maand/per parkeerplaats in open lucht.

           

          Artikel 6. Vrijstellingen

          § 1. De parkeerplaatsen voorbehouden voor het eigen personeel van de belastingplichtige zijn vrijgesteld van belasting.

          § 2. De parkeerplaatsen die samen verhuurd worden met ruimtes waarin personeel wordt tewerkgesteld en waarbij de parkeerplaatsen enkel dienst doen om dit personeel van een parkeerplaats te voorzien zijn vrijgesteld van belasting.

          § 3. De parkeerplaatsen voorbehouden tot het gebruik door openbare diensten, onderwijsinstellingen en religieuze gebouwen en alle overige parkeerplaatsen die niet worden uitgebaat in het kader van een economische activiteit zijn vrijgesteld van belasting.

           

          Artikel 7. Aangifteplicht

          § 1. De belastingplichtige moet  bij het gemeentebestuur ten laatste op de 20ste dag van de maand per bewaarplaats voor motorvoertuigen een afzonderlijke aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.

          §2. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag.

          §3 Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. De aangifte kan ook ingediend worden via het digitaal loket economie (gemeentelijke website) https://www.zaventem.be. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.

          §4 De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: 1930 Zaventem, Stationsstraat 8, t.a.v. de dienst Belastingen of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@zaventem.be of via het digitaal loket economie (gemeentelijke website) https://www.zaventem.be. In dat laatste geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

          §5. Overeenkomstig artikel 7 §2 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen, kan een voorstel van aangifte worden voorgelegd aan de belastingplichtige op basis van de gegevens uit eerdere aangiftes. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum vermeld onder §1 van huidig artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte. Als de opmerkingen verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.

           

          Artikel 8. Kennisgeving

          De belastingplichtige is ertoe gehouden om elke nieuwe/bijkomende uitbating van een belastbare bewaarplaats voor motorvoertuigen, alsook elke stopzetting, overdracht, tijdelijke sluiting en heropening van een belastbare uitbating van een bewaarplaats voor motorvoertuigen, alsook elke wijziging van het aantal belastbare parkeerplaatsen minstens 8 dagen voor de wijziging op eigen initiatief aan de dienst Belastingen mee te delen en moet hiervan de nodige bewijzen bij de kennisgeving voegen. Deze melding kan via email gebeuren: belastingen@zaventem.be.

           

          Artikel 9. Controle en onderzoek

          § 1. Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtige is gehouden de eventuele controle van zijn aangifte te vergemakkelijken, o.a. door het verstrekken van alle documenten en inlichtingen die hem ten dien einde door de gemeente zouden worden gevraagd.

          § 2. De gemeente mag de waarachtigheid van de ingediende aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar belastbare feiten kunnen plaats hebben.

          § 3. De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van een aangifte in de zin van artikel 7 van het belastingreglement, kunnen vóór de aangifte en uiterlijk vóór het verstrijken van de aangiftetermijn, aan de personeelsleden die conform artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen door het college van burgemeester en schepenen werd aangesteld, en die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening, een voorafgaand overleg vragen over het aantal belastbare parkeerplaatsen dat conform artikel 1, § 5, tweede lid van het reglement in de aangifte moet worden opgenomen. Dit voorafgaand overleg heeft enkel de feitelijke appreciatie van het aantal aan te geven parkeerplaatsen tot voorwerp en mag geen vrijstelling of vermindering van de belasting tot gevolg hebben.

           

          Artikel 10. Administratieve geldboete

          De belastingplichtige wordt ertoe gehouden de controle van zijn aangifte te vergemakkelijken voornamelijk door het verstrekken van alle documenten en inlichtingen die hem hierbij zouden worden gevraagd.

          Voor volgende overtredingen wordt een administratieve boete van 300 euro opgelegd:

          -     Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 8 van deze verordening;

          -     Weigering om mee te werken aan een fiscale controle;

          -     Weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.

          Deze boete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als voorzien in deze die gelden voor de kohierbelastingen.

          Als een overtreding met een belastingverhoging wordt gestraft, kan geen extra administratieve boete worden opgelegd.

           

           Artikel 11. Ambtshalve vestiging van de belasting

          Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 7, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

          • 10 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding;
          • 25 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding;
          • 50 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een derde overtreding;
          • 100 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vierde overtreding;
          • 200 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vijfde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10 % wordt verhoogd.

          De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 12. Inkohiering

          De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen

           

          Artikel 13. Betalingstermijn

          De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 14. Bezwaar

          De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

          Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

          Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

          Bezwaarschriften kunnen per post (Diegemstraat 37, 1930 Zaventem) of via elektronische weg per e-mail (secretariaat@zaventem.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

          De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

          Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.

          Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

           

          Artikel 15: Bekendmaking

          Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.

          De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

          Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2020 houdende de gemeentebelasting op de bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitgebaat op het grondgebied van de gemeente voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.

        • Belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerd reclamedrukwerk - aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het decreet over het lokaal Bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);

           

          Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

           

          Overwegende dat reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten bij het andere op te halen papier gedeponeerd worden;

           

          Overwegende dat het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen nadelig is voor het milieu, het volume papierafval verhoogt en bijkomende kosten van ondermeer afhaling en verwerking meebrengt;

           

          Overwegende dat deze meerkost ten laste moet gelegd worden van de uitgevers en verspreiders van reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten;

           

          Gelet op de zware werkingskosten dat dit met zich meebrengt;

           

          Overwegende dat de gemeente Zaventem het verspreiden van ongeadresseerd drukwerk wil ontraden;

           

          Overwegende dat er een lager tarief voor meerbladig reclamedrukwerk tot 100gr van kracht is voor reclamefolders die naast handelsdrukwerk minstens 50% informatieve teksten en notariële info bevat (tot 100 gram) omdat het bijdraagt tot een ruimere informatieverstrekking aan de Zaventemse burger en dit in mindere mate leidt tot een verhoging van de ophalingskosten aangezien hierdoor de gemeente minder zelf zal moeten investeren in informatief drukwerk ;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 25/11/2019, houdende “Belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerd reclamedrukwerk-aanslagjaren 2020-2025” voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Overwegende dat in art. 3 hoofdelijke aansprakelijkheid voorzien wordt;

           

          Een verhoging van de tarieven is billijk daar deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie en het maatschappelijk doel van deze belasting verder versterkt dient te worden;

            

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen,

           

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73424000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy
          Onthouders: Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 10 stemmen tegen, 2 onthoudingen

          Belastbaar voorwerp of belastbaar feit :

          Art. 1. – Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op de voor de inwoners kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten.

           

          Definitie :

          Art. 2. – De kosteloze verspreiding aan huis van niet geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten wordt belast. Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.

           

          Onder drukwerk met handelskarakter wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder tegen betaling.

           

          Collectieve adresaanduidingen per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd. Onder geadresseerd drukwerk wordt verstaan: drukwerk waarop naam – voornaam en volledig adres van de bewoner is vermeld. Indien aan deze vereisten niet voldaan werd, wordt het drukwerk als ongeadresseerd beschouwd.

           

          Belastingplichtige :

          Art. 3.- De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren.

           

          Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan of niet gekend is, is de belasting solidair in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler, de verdeler zelf of de verantwoordelijke uitgever.

           

          De fysieke of rechtspersoon, de uitgever of de verspreider of degene onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de reclame wordt gevoerd of een daarmee gelijkgesteld product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

           

           

          Tarief :

          Art. 4. - De belasting wordt vastgesteld als volgt :

          a)    niet geadresseerd drukwerk met handelskarakter en gelijkgestelde producten tot en met 100 gram :

          • éénbladig reclamedrukwerk met een maximumformaat van A4 : 0,025 euro per bedeeld exemplaar
          • reclamedrukwerk dat zowel informatieve teksten, notariële info als handelsdrukwerk bevat (tot 100 gram) en waarvan de informatieve en de notariële teksten minimaal 50 % van de bedrukte oppervlakte uitmaken : 0,03 euro per bedeeld exemplaar (tarief toepasselijk op het volledig drukwerk inclusief notariële berichten). Pagina’s waarop voor een halve pagina of meer reclamemelding is gepubliceerd worden beschouwd als zijnde 100% bericht met een handelskarakter .
          • alle andere drukwerken en gelijkgestelde producten tot en met 100 gram : 0,05 euro per bedeeld exemplaar

          b)    niet geadresseerd drukwerk met handelskarakter en gelijkgestelde producten van meer dan 100 gram : 0,07 euro per bedeeld exemplaar.

          Er is een minimum aanslag van 18 euro per bedeling.  De verschuldigde belasting wordt afgerond tot op de tweede decimaal.

           

          Vrijstellingen :

          Art. 5. – Er is een vrijstelling van belasting :

          1. wanneer de in artikel 2 bedoelde opdracht tot drukken of produceren uitgaat van politieke partijen die een lijst indienen voor de Europese, de federale, de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen, of van kandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, en dit voor zover de drukwerken of producten verspreid worden in de periode tussen de in de betreffende kieswetgeving vastgestelde datum van terhandstelling van de voordrachten van de kandidaten en de dag van de verkiezing.

          2. wanneer de verspreide drukwerken of gelijkgestelde producten hoofdzakelijk verband houden met een gemeentelijke volksraadpleging, en dit voor zover de drukwerken of producten verspreid worden in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 310 van het Decreet over het Lokaal Bestuur en de beslissing van de gemeenteraad om op een dergelijk verzoek niet in te gaan, of in de periode tussen de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 310 van het Decreet over het Lokaal Bestuur en de dag van de volksraadpleging of in de periode tussen de beslissing van de gemeenteraad op eigen initiatief en de dag van de volksraadpleging.

          3. voor drukwerken en gelijkgestelde producten van socio-culturele en sportverenigingen, erkende gemeentelijke verenigingen en vormings- en onderwijsinstellingen aangezien die instellingen niet beroepsmatig commerciële informatie verspreidden en hun publicaties vooral bedoeld zijn om te informeren en rechtstreeks verband houden met hun openbare functie of socioculturele aard.

          4. voor de eerste verspreiding van een eenbladig drukwerk met een maximaal formaat A3 tijdens een aanslagjaar.

           

          Onvolledige verspreiding of niet verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte gedaan werd bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.

           

           

          Aangifteplicht :

          Art. 6. – Elke belastingplichtige moet ten laatste binnen de veertien kalenderdagen na de verspreiding van het eerste exemplaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           

          De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgestelde product.  Hij moet tevens verzoeken om de vrijstelling waarop hij desgevallend recht meent te hebben.

           

          Aangifteformulieren kunnen gedownload worden via de gemeentelijke website of op eenvoudig verzoek aangevraagd worden bij de dienst gemeentebelastingen via mail belastingen@zaventem.be of telefonisch via 02/717 88 06.  De aangifte kan ook ingediend worden via de gemeentelijke website van Zaventem (https://www.zaventem.be)- digitaal loket economie.

           


          Procedure van ambtshalve vaststelling :

          Art. 7. – Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. 

           

          Wanneer de aanslag ambtshalve gevestigd wordt zullen de niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten geacht worden te zijn verdeeld per deelgemeente, waarbij de belasting wordt berekend op basis van  het forfaitair aantal verspreide exemplaren, gelijk aan het totaal aantal brievenbussen per deelgemeente.

           

          Dit aantal brievenbussen wordt jaarlijks vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de gegevens verstrekt door de diensten van Bpost op toestand van 1 januari van het aanslagjaar.

           

          Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.

           

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 % van de ontdoken belasting.  De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Wijze van inning :

          Art. 8. - De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Betaaltermijn :

          Art. 9. - De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Slotvermelding :

          Art. 10.– De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

           

          Bekendmaking en inwerkingtreding :

          Art. 11. -  Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Aanvullende belasting op de personenbelasting - aanslagjaren 2026-2031.

          Grondwet, artikel 170, §4;

          Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40, § 3;

          Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2;

          Gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 houdende “Aanvullende belasting op de personenbelasting – aanslagjaren 2020-2025”, voor een periode eindigend op 31/12/2025;

          Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1/12/2025 waarin wordt voorgesteld om het tarief van de belasting op de aanvullende personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 te behouden op 5 %;

          De financiële toestand van de gemeente Zaventem en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          De gevoerde bespreking;

           

           

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73010000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Latifa Benallal
          Resultaat: Met 32 stemmen voor, 1 onthouding

          Artikel 1

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

           

          Artikel 2

          De belasting wordt vastgesteld op 5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

          Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

           

          Artikel 3

          De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

           

          Artikel 4

          Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

           

          Artikel 5

          De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

        • Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaren 2026-2031.

          Grondwet, artikel 170, §4;

          Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, inzonderheid artikelen 464 tot en met 470/2;

          Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40, § 3;

          Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;

          Gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende “Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing – aanslagjaren 2020-2025”, voor een periode eindigend op 31/12/2025;

          Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1/12/2025 waarin wordt voorgesteld om het aantal opcentiemen op de onroerende voorheffing te behouden op 472;

          De financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          De gevoerde bespreking;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73000000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Latifa Benallal
          Resultaat: Met 32 stemmen voor, 1 onthouding

          Artikel 1

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente 472 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

          Artikel 2

          De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

          Artikel 3

          Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

          Artikel 4

          De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

        • Gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten. Aanslagjaren 2026-2031.

          Er wordt voorgesteld om het tarief te verhogen naar 120 opcentiemen, ten einde een meer sturend effect te kunnen realiseren met betrekking tot de aanpak van het aanzienlijke aandeel van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied.

           

          Grondwet, artikel 170 § 4;

          Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

          Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4;

          Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;

          Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, en latere wijzigingen;

          Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid Hoofdstuk III, artikel 15, betreffende de mogelijkheid om gemeentelijke opcentiemen te heffen;

          Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 464, 1°;

          Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

          Gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 houdende "Gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Aanslagjaren 2020-2025" voor een termijn eindigend op 31 december 2025;

          Het reglement inzake de heffing van 100 opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten loopt ten einde op 31 december 2025 en moet omwille van de financiële toestand van de gemeente worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Het tarief wordt verhoogd naar 120 opcentiemen.

          Het is wenselijk dat op het grondgebied van de gemeente Zaventem het beschikbare patrimonium voor bedrijfsruimten optimaal benut wordt.

          Langdurige leegstand in bedrijfsruimten en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.

          De gewestelijke inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten komt tot stand na medewerking van de gemeente.

          De huidige procedure kent een goede omschrijving van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en dit voor het ganse grondgebied van het Vlaamse gewest.

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;

          Gelet op de gevoerde bespreking;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73050000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Jean-Marie Hernalsteen
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 1 stem tegen, 7 onthoudingen

          Artikel 1

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden er ten voordele van de gemeente Zaventem 120 opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaams Gewest ter bestrijding van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsgebouwen ingevoerd door Titel 2, Hoofdstuk 6 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

           

          Artikel 2

          De gemeente doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.

           

          Artikel 3

          Dit decreet zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

           

          Artikel 4

          Een afschrift van deze verordening wordt aan de Vlaamse Belastingdienst toegezonden.

        • Verblijfsbelasting - aanslagjaren 2026-2031.

          Het belastingreglement "Verordening van verblijfsbelasting – aanslagjaren 2020-2025", zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de verblijfsbelasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement inzake de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          De gemeente heeft een noodzaak aan financiële middelen om de gemeentelijke dienstverlening te kunnen financieren. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gezien de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

          In de gemeente zijn er een aantal kleinere en grote uitbatingen van verhuring van logies, zoals omschreven in het “uitvoeringsbesluit”, artikelen 7, 8, 9 en 10.

          De gemeente wil zonder onderscheid elk logies en/of woongelegenheid die verhuurd wordt of ter beschikking wordt gesteld van personen waarvoor geen inschrijving is in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente Zaventem belastbaar stellen.

          Zij die gebruik maken van gehuurde of ter beschikking gestelde logies en/of woongelegenheden, terwijl zij niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente, maken ook gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening, zonder hiertoe bij te dragen.

          De gemeente wil de logiesverstrekkende bedrijven belasten op grond van hun impact op de omgeving.

          De aanwezigheid van verblijfstoeristen brengt immers een grotere belasting met zich mee voor de gemeentelijke diensten, op vlak van openbare veiligheid, onderhoud en verkeer.

          Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de belastingtarieven bijna volledig te behouden. Na een vergelijking met de naburige gemeenten wordt besloten om het tarief voor woongelegenheden in Zaventem waarvoor er op 1 januari geen inschrijving is in het bevolkings- of het vreemdelingenregister van de gemeente Zaventem aan te passen naar 330 euro. De belasting voor de logies, zoals omschreven in artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit, met de benaming vakantiewoning, vakantieappartement, vakantiestudio, vakantiebungalow, vakantiehuis, vakantievilla, vakantiechalet, vakantieflat of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen worden eveneens aangepast naar 330 euro.

          De bedragen zijn redelijk en verantwoord gezien de financiële behoeften van de gemeente.

          De gemeente acht het wenselijk om tariefdifferentiatie te behouden op basis van de openings- en uitbatingsvoorwaarden zoals bepaald in de bijlagen bij het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, zoals gewijzigd op 17 maart 2017.

          De gemeente vindt het billijk dat een hotel met een lage stercategorie minder belasting moet betalen dan hotels uit de hogere stercategorieën. Bijgevolg acht zij het wenselijk om een tariefdifferentiatie in te bouwen op basis van de comfortclassificatienormen zoals die blijken uit bijlage 1 bij het Ministerieel Besluit van 17 maart 2017 tot bepaling van de classificatienormen voor comfort in een erkend toeristisch logies.

          Voor de grote uitbatingen van verhuring van logies zoals omschreven in artikel 7 van het uitvoeringsbesluit wordt een belasting geheven per bezette kamer per nacht.

          Voor kleine uitbatingen van verhuring van logies zoals omschreven in de artikelen 8, 9 en 10 van het Uitvoeringsbesluit wordt met een forfait per kamer per jaar gewerkt. Zo wordt een benadering gemaakt van de draagkracht van de uitbater, terwijl de administratie vereenvoudigt voor zowel de uitbater als de gemeente.

          Deze tariefdifferentiatie is objectief en redelijk verantwoord in het licht van het bijdragend vermogen van de belastingplichtigen en rekening houdende met de gedifferentieerde minimumeisen inzake brandveiligheid, comfort, hygiëne en onderhoud zoals vermeld in de bijlagen bij het Besluit van 17 maart 2017 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.

          Het past om te voorzien in een vrijstelling voor logies/woongelegenheden die gedurende het aanslagjaar louter occasioneel verhuurd of ter beschikking worden gesteld.

          De meeste studenten kunnen zich niet laten inschrijven in het bevolkingsregister van de gemeente omdat een studentenkamer geen hoofdverblijfplaats is in de zin van de wet van 19 juli 1991.

          Zij kunnen de studentenkamer wel als verblijfplaats gebruiken en maken eveneens veelvuldig gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

          Een lager belastingtarief is voor deze studentenkamers gerechtvaardigd.

          De ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen kunnen geen geviseerde categorie zijn zodat een vrijstelling bijgevolg verantwoord is.

          De tarieven van artikel 4 §3,4 en 5 worden verhoogd met 10% . Er is in de vorig legislatuur niet geïndexeered en de index is sterk gestegen. Deze verhoogde kosten worden deels opgevangen door de verhoging van de tarieven.

          De tarieven van art.4 §1 en 2 worden niet geïndexeerd gelet op de tariefvergelijking van gelijkaardige logies in naburige gemeenten met het oog oP de concurrentiepositie van de hotelsector niet te benadelen. 

          Grondwet, artikelen 41, 162 en 170 § 4, betreffende de bevoegdheid van het invoeren van belastingen;

          Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen,  artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300, 326 t.e.m. 335;

          Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;

          Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, en latere wijzigingen (hierna: Logiesdecreet);

          Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende toeristische logies (hierna: het Uitvoeringsbesluit);

          Decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van ‘Toerisme voor Allen’, en latere wijzigingen;

          Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019, houdende 'Verordening van verblijfsbelasting - aanslagjaren 2020 - 2025' voor een termijn eindigend op 31 december 2025.

          De gevoerde bespreking;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73419000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Véronique Pilate
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 1 stem tegen, 11 onthoudingen

          Artikel  1. Heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt ten voordele van de gemeente, voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting geheven ten laste van natuurlijke of rechtspersonen die:

          1. een kamergerelateerd toeristisch logies exploiteren zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, zoals gewijzigd bij decreet van 10 maart 2017 (hierna verder genoemd het ‘Decreet’) en artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies (hierna verder genoemd het ‘Uitvoeringsbesluit’).

          Voor kamergerelateerde toeristische logies opgericht op het grondgebied van twee gemeenten wordt slechts verblijfsbelasting geëist voor het gedeelte dat werkelijk op het grondgebied van de gemeente gelegen is.

          2. woongelegenheden of logies, andere dan kamergerelateerde of terreingerelateerde toeristische logies in de zin van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit, te huur of ter beschikking stellen op het grondgebied van de gemeente voor het verblijf van personen die niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente of het vreemdelingenregister van de gemeente.

           

          Artikel 2. Definities

          Voor de toepassing van dit reglement gelden de definities zoals voorzien in het Logiesdecreet en de uitvoeringsbesluiten. Zo wordt verstaan onder:

           

          • toeristisch logies’: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten, en dat wordt aangeboden op de toeristische markt. 

           

          • kamergerelateerd logies’: een inrichting met één of meer verhuureenheden of een ruimte die mogelijkheid tot verblijf biedt.

           

          • verhuureenheid’: een hotelkamer, een gastenkamer, een vakantiewoning of een afzonderlijk te huren kamer, ruimte of eenheid van een kamergerelateerd logies waar kan worden overnacht door één of meer toeristen.

           

          Artikel 3. Belastingplichtigen

          De belasting is verschuldigd door iedere rechts- of natuurlijke persoon, onder welke vorm of benoeming ook, die kamers, beschreven zoals in bovenvermeld artikel 1, ten aanzien van de bezetters ervan verhuurt of ter beschikking stelt.

          Het voorhanden zijn van een winstgevend oogmerk veronderstelt niet noodzakelijk het voorhanden zijn van een exploitatie in het kader van een economische activiteit.

          Indien de uitbatende rechts- of natuurlijke persoon iemand anders is dan ofwel de eigenaar van de uitgebate plaats ofwel iedere houder van een zakelijk recht op deze plaats, worden deze laatste solidair gehouden tot betaling van de belastingen die door de in gebreke blijvende uitbaters verschuldigd zijn.

           

          Artikel 4. Berekeningsgrondslagen en tarieven

          §1.  De belasting voor de logies, zoals omschreven in artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit, met de benaming hotel, hotellerie, hostellerie, relais, inn, motel, pension of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen, bedraagt:

          1)      inrichtingen zonder comfortclassificatie of met één ster: 3,5 euro per bezette kamer per nacht;

          2)      inrichtingen met twee of drie sterren: 5,5 euro per bezette kamer per nacht;

          3)      inrichtingen met vier sterren: 11 euro per bezette kamer per nacht;

          4)      inrichtingen met vijf sterren: 14 euro per bezette kamer per nacht;

          De aanslagvoet wordt mede bepaald door het aan het logies toegewezen aantal sterren.  De voor de belasting in aanmerking genomen stercategorie komt overeen met de classificatienormen voor comfort (Bijlage 1 bij het Ministerieel besluit van 17 maart 2017 tot bepaling van classificatienormen voor comfort in een erkend toeristisch logies) (categorieën H1 tot H5).

          Per logies zal een maandelijks bedrag aangerekend worden, berekend op basis van de comfortclassificatie en de effectieve kamerbezetting waarbij minimaal 1 overnachting inbegrepen is.

          §2. De belasting voor de logies, zoals omschreven in de artikelen 8 en 10 van het Uitvoeringsbesluit, met de benaming hostel, gastenkamer, bed and breakfast, B&B of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen, bedraagt 140,00 euro per kamer per jaar.

          §3.  De belasting voor de logies, zoals omschreven in artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit, met de benaming vakantiewoning, vakantieappartement, vakantiestudio, vakantiebungalow, vakantiehuis, vakantievilla, vakantiechalet, vakantieflat of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen,  bedraagt 330 euro per eenheid (logies en/of woongelegenheid) per jaar.

          § 4. De belasting voor woongelegenheden of logies, andere dan kamergerelateerde of terreingerelateerde toeristische logies in de zin van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit, te huur of ter beschikking gesteld op het grondgebied van de gemeente voor het verblijf van personen die niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente of het vreemdelingenregister van de gemeente bedraagt 330 euro per eenheid (logies en/of woongelegenheid) per jaar.

          § 5. De belasting voor de studentenkamers bedraagt 155 euro per studentenkamer per jaar, indien de eigenaar van de studentenkamer een bewijs kan voorleggen dat deze studentenkamer op 1 januari van het aanslagjaar wordt betrokken door een student(e), ingeschreven aan een onderwijsinrichting van voltijds dagonderwijs gedurende het school- of academiejaar waarin 1 januari van het aanslagjaar valt.

          § 6. De belasting is maandelijks verschuldigd door de belastingplichtigen ter zake de logies zoals bedoeld in §1 van onderhavig artikel. Voor de overige belastingplichtigen zal de belasting jaarlijks verschuldigd zijn.

          § 7. Ingeval van aanvang of stopzetting van uitbating van de belastbare inrichting in de loop van het belastingjaar, zal de belasting worden berekend op basis van het aantal effectieve maanden van uitbating van de inrichting.

           

          Artikel 5. Vrijstellingen en verminderingen

          § 1. Logies en/of woongelegenheden waarvoor een officiële inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente Zaventem geregistreerd werd op 01 januari van het aanslagjaar worden vrijgesteld van de verblijfsbelasting.  De toestand op 01 januari blijft van toepassing voor het hele aanslagjaar. Logies en/of woongelegenheden bezet door personen die van rechtswege vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters zijn niet vrijgesteld.

          § 2. Ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen zijn volledig van de belasting vrijgesteld.

          § 3. Er geldt een vrijstelling van de belasting indien de betrokken woongelegenheid / het betrokken logies gedurende het aanslagjaar niet meer dan 20 nachten geheel of gedeeltelijk wordt verhuurd of ter beschikking gesteld.

          De belastingplichtige moet bij de eerste aangifte van het betrokken aanslagjaar aangeven of de betrokken woongelegenheid / het betrokken logies vermoed wordt gedurende het aanslagjaar meer of minder dan 20 nachten geheel of gedeeltelijk te worden verhuurd of ter beschikking gesteld.

          Wanneer blijkt dat het aangegeven vermoeden onjuist is, dient de belastingplichtige de gemeente daarvan op de hoogte te brengen overeenkomstig artikel 6, §3 van dit reglement.

           

          Artikel 6. Meldingen

          § 1. Ingeval van nieuwe uitbating van logies zoals bedoeld in artikel 4, § 1 van het belastingreglement moet de belastingplichtige ten minste acht dagen voor het begin van de belastbare activiteit per post (Stationsstraat 8, 1930 Zaventem) of per mail belastingen@zaventem.be melden. Deze nieuwe uitbater zal het volgende meedelen: aantal kamers en eventuele comfortclassificatie.

          § 2. Ingeval van nieuwe activiteit met betrekking tot logies zoals bedoeld in artikel 4, § 2 tot en met 5 van het belastingreglement moet de belastingplichtige dit binnen de maand na het begin van zijn activiteit per post (Stationsstraat 8, 1930 Zaventem) of per mail belastingen@zaventem.be melden waarbij de gemeente op de hoogte wordt gesteld van het aantal logies en het type.

          § 3. Alle belastingplichtigen zijn verplicht, binnen de maand na de wijziging ter zake, elke wijziging van toestand aan te geven aan de gemeente die van belang is voor de berekening van de belasting per post (Stationsstraat 8, 1930 Zaventem) of per mail belastingen@zaventem.be.

           

          Artikel 7. Aangifteverplichtingen

          § 1. In geval van logies zoals bedoeld in artikel 4, § 1 van het belastingreglement:

          De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elke verstreken maand, uiterlijk op 15 februari, 15 maart, 15 april, 15 mei, 15 juni, 15 juli, 15 augustus, 15 september, 15 oktober, 15 november en 15 december van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente Zaventem – Dienst Belastingen per post (Stationsstraat 8, 1930 Zaventem) of per mail belastingen@zaventem.be op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier van het aantal bezette kamers per nacht binnen de verstreken maand.

          § 2. In geval van logies zoals bedoeld in artikel 4, § 2 tot en met 5 van het belastingreglement:

          Uiterlijk op 31 mei van elk aanslagjaar dient de belastingplichtige een aangifte in bij de gemeente Zaventem – Dienst Belastingen per post (Stationsstraat 8, 1930 Zaventem) of per mail belastingen@zaventem.be op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier met vermelding van het aantal logies, die op enig moment gedurende het aanslagjaar verhuurd zullen worden of ter beschikking zullen worden gesteld.

          § 3. De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website (https://www.zaventem.be). Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.

          § 4. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.

           

           

          Artikel 8. Controle en onderzoek

          Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken, o.a. door het verstrekken van alle documenten en inlichtingen die hen ten dien einde door de gemeente zouden worden gevraagd. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd om elke inbreuk op dit reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.

           

          Artikel 9. Administratieve geldboete

          Het gemeentebestuur is ten allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.

          Een administratieve geldboete van 500,00 EUR wordt opgelegd in geval van:

          • Overtreding van de meldingsplicht uit artikel 6 van dit reglement;
          • De weigering mee te werken aan een fiscale controle;
          • De weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.

          Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

          De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 10. Ambtshalve belasting

          Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 7, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

          • 10 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding;
          • 25 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding;
          • 50 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een derde overtreding;
          • 100 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vierde overtreding;
          • 200 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een vijfde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10 % wordt verhoogd.

          De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 11. Inkohiering

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 12. Betalingstermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 13. Bezwaar

          De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

          Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

          Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informaticasysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

          Bezwaarschriften kunnen per post (Diegemstraat 37, 1930 Zaventem) of via elektronische weg per e-mail (secretariaat@zaventem.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

          De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

          Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.  

          Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

           

          Artikel 14. Bekendmaking en inwerkingtreding

          Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.

          De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

          Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende de verordening van verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.

        • Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen - Aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende “Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen-aanslagjaren 2025-2031” voor een termijn eindigend op 31 december 2025;

           

          Gelet op de definitieve goedkeuring van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening parkeervoorzieningen Zaventem op 21 november 2016 en latere wijziging op 14 december 2020 ;

           

          Gelet op het feit dat het bouwen van een gebouw of het verbouwen van een gebouw zonder voldoende parkeerplaatsen op privaat domein een last is voor de gemeenschap;

          Overwegende dat de parkeerverordening ten aanzien van het privaat eigendom een aantal te realiseren parkeerplaatsen oplegt;

          Overwegende dat een doorgang vanaf het openbaar domein naar het privaat domein noodzakelijk is voor het realiseren van private parkeerplaatsen;

          Overwegende dat een doorgang vanaf het openbaar domein ten koste gaat van een openbare parkeermogelijkheid;

          Overwegende dat de noodzakelijke toegang voorwerp is van een vrijstelling, voor zover deze beperkt is tot de ruimte van één mogelijke parkeermogelijkheid op openbaar domein zoals bepaald in de stedenbouwkundige verordening voor parkeervoorzieningen van Zaventem;

          Overwegende dat de beperking van één vrijstelling voor de noodzakelijke ingang tot het privaat domein is ingegeven voor de maximale vrijwaring van de overige parkeerplaatsen op het openbaar domein;

          Overwegende dat een verhoging toepasselijk is van het belastingtarief, indien het benodigde aantal parkeerplaatsen niet gerealiseerd wordt binnen een verkaveling met wegenis;

          Overwegende dat een verkaveling met wegenis reeds maximaal ingevuld wordt vanuit het ontwerp en bijgevolg weinig mogelijkheden overlaat voor de gemeente om bijkomende parkeerplaatsen te voorzien;

          Overwegende dat een verkaveling zonder wegenis niet onder toepassingsgebied valt van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening parkeervoorzieningen;

          Overwegende dat een verschuiving gebeurt van de parkeerdruk bij een verkaveling met wegenis naar  de omliggende omgeving, zonder dat de gemeente passend maatregelen kan nemen om hier de druk op te vangen;

          Overwegende dat passende maatregelen in de buurt van een verkaveling een verhoogde druk leggen op de gemeente en daarom een verhoogde belasting rechtvaardigen;

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

          Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73730000 (MAR CODE).

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 23 stemmen voor, 10 onthoudingen

          Artikel 1: Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen naar aanleiding van een bouwaanvraag of verkavelingsaanvraag zoals bepaald in de van kracht zijnde gecoördineerde stedenbouwkundige verordening.

           

          Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de persoon die de aanvraag indient of zijn rechtverkrijgende.

          In geval van een veelheid van belastingplichtigen zijn zij hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de belasting.

           

          Artikel 3:  Alle bepalingen opgenomen in het gemeenteraadsbesluit van 21 november 2016 en latere wijziging op 14 december 2020 aangaande de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeervoorziening Zaventem zijn van toepassing op onderhavig belastingreglement.

           

          Artikel 4: Het bedrag van deze belasting wordt vastgesteld als volgt:

          Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning gelden de volgende tariefberekening:

          11.000 euro per ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaats

          1.100 euro per ontbrekende fietsstal en/of fietsparkeerplaats

          Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning met wegenis worden de bedragen verhoogd met 50%.

           

          Artikel 5: Er geldt een vrijstelling op de tariefberekening conform artikel 4 voor de eerste parkeerplaats op het privaat domein die een parkeerplaats op het openbaar domein doet wegvallen. Deze vrijstelling kan slechts eenmaal toegepast worden per vergunningsaanvraag en per kadastraal perceel.

           

          Artikel 6:

          De belasting is verschuldigd bij  het verkrijgen van de definitieve omgevingsvergunning waarin de ‘belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen’ voorwaardelijk  werd opgenomen. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

           

          Artikel 7:  De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8: Indien geen gebruik gemaakt wordt van de omgevingsvergunning kan een terugbetaling aangevraagd worden van de belasting zoals bepaald in artikel 4. Deze terugbetaling dient te worden aangevraagd voor 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op  het verkrijgen van de omgevingsvergunning.

          De terugbetaling kan nooit kleiner zijn dan € 100,00.

          Het verzoek tot terugbetaling dient te worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen van Zaventem.

           

          Artikel 9:  De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

           

          Artikel 10: Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Belasting op de valse alarmoproepen – Aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;   

           

          Gelet op het koninklijk besluit d.d. 25.04.2007 tot vaststelling van de voorwaarden voor installatie, onderhoud en gebruik van alarmsystemen en beheer van alarminstallaties die geïnstalleerd zijn in enig onroerend en die voorzien zijn van een buitensirene, een buitenlicht of een meldsysteem;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende "Belasting op de valse alarmoproepen – Aanslagjaren 2020-2025", voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Overwegende dat het reglement ingevoerd werd om het aantal nodeloze oproepen tot een minimum te beperken en de politionele werking rationeel te benutten.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Overwegende dat een verhoging van het tarief billijk is omdat het reeds minstens 6 jaar ongewijzigd is bij een hoge inflatie;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73130000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Jean-Marc Mativa
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 28 stemmen voor, 1 stem tegen, 4 onthoudingen

          Artikel 1 : 

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op elke interventie van de politie ten gevolge van:

          1. een alarmmelding bij de politie ten gevolge van een alarmsignaal van een alarmsysteem, die niet het gevolg is van een binnendringing of een poging daartoe;
          2. een alarmmelding - overeenkomstig de bepalingen van art. 15 van het k.b. 25.04.2007 - waarbij de gebruiker, de contactpersoon of de bewakingsagent niet aanwezig is binnen de met de politie afgesproken tijdsspanne van aankomst bij de plaats van het alarm.


          Artikel 2  : 

          Per kalenderjaar krijgt iedere gebruiker één vrijstelling welke hem, na het eerste valse alarm, schriftelijk wordt medegedeeld.

           

          Artikel 3 :

          Er zal geen vrijstelling verleend worden :

          1. bij afwezigheid van de afgesproken persoon op de plaats van het beveiligde goed, zelfs bij een gegrond alarm;
          2. aan de gebruiker van een alarmsysteem met buitensirene dat niet in overeenstemming is met de bepalingen van het koninklijk besluit van 25.04.2007.


          Artikel 4 :

          De belasting is verschuldigd door de gebruiker van de alarminstallatie.

           

          Artikel 5 :

          De belasting bedraagt € 140,00 bij elke interventie van de politie bij de in artikel 1 vermelde alarmmeldingen.

           

          Artikel 6:

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.


          Artikel 7 :      

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8 :    

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 9 :                                 

          Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op het onderhouden en rein houden van het openbaar en privaat domein en op onrechtmatig geplaatste terrassen en antennes - aanslagjaren 2026-2031.

           

           

           

           

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019, houdende "Contante belasting op het onderhouden en rein houden van het openbaar en privaat domein en op onrechtmatig geplaatste terrassen en antennes - aanslagjaren 2020-2025" voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 27/11/2015 tot uitvoering van het decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning;

           

          Gelet op het terrasreglement (GR 14.05.2012 en latere wijzigingen);

           

          Overwegende dat de vastgestelde belasting van toepassing is onverminderd een gerechtelijke vervolging of het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie;

           

          Overwegende dat de gemeente streeft naar een optimale openbare netheid, een optimaal straatbeeld en zij aldus een goed onderhoud van eigendommen wenst te stimuleren;

           

          Overwegende dat de gemeente onrechtmatig geplaatste terrassen en antennes wil voorkomen;

           

          Overwegende dat de gemeente  de kosten voor het weghalen, verwijderen en opruimen van goederen en afvalstoffen wil verhalen op de sluikstorter of bevuiler, de eigenaar van het terrein en de gebruiker van het terrein, degene die de graffiti, zelfklever(s), aanplakkingen en andere aanbrengt;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73328000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Roger Artois
          Resultaat: Met 32 stemmen voor, 1 onthouding

          Artikel 1

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contantbelasting gevestigd op :

          1-       onderhoud van eigendommen;

          2-       weghalen, verwijderen en opruimen van goederen en afvalstoffen;

          3-       onrechtmatig geplaatste terrassen ;

          4-       Onrechtmatig geplaatste antennes;

           

           

          Hoofdstuk 1: Onderhouden van eigendommen

          Artikel 2

          Een belasting wordt gevestigd op het opruimen van verwaarloosde onbebouwde terreinen, braakgronden en onbebouwde gedeelten van eigendommen. Het gemeentebestuur zal voor deze opruimingswerken een aannemer aanstellen.

          Onder verwaarlozing wordt o.a. begrepen: (dit is een niet-limitatieve lijst)

          -       het niet maaien/onderhouden van braakliggende percelen

          -       de aanwezigheid van schadelijke distels  op de terreinen of gronden (cfr. decreet 28.06.2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid)

          -       de aanwezigheid van afval op de terreinen of gronden

          -       overhangende hagen en struiken die de vlotte doorgang op het openbaar domein belemmeren

           

          Artikel 3

          De belasting is verschuldigd door de gebruiker of huurder. Hieronder wordt verstaan de publiek- of privaatrechtelijke persoon die, in welke hoedanigheid ook, een recht uitoefent  op cultuurgronden, braakliggende gronden, bossen of wouden, of elk ander terrein daarin begrepen, de gronden van nijverheidsinstellingen, gebouwen en opslagplaatsen. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

           

          Artikel 4

          De belasting wordt vastgesteld als volgt:

          een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de door de gemeente aangestelde aannemer.

           

          Hoofdstuk 2: Weghalen, verwijderen en opruimen van goederen en afvalstoffen

          Artikel 5

          Een belasting gevestigd op het weghalen en verwijderen en opruimen door de gemeente of in opdracht van het gemeentebestuur van het sluikstort van volgende huishoudelijke of daarmee gelijkgestelde afvalstoffen, gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen, in niet-reglementaire recipiënten of op niet-reglementaire wijze, zoals omschreven in de algemene politieverordening of andere gemeentelijke huishoudelijke reglementen van de gemeente:

           

          1. sluikstorten of vervuiling van openbare domeinen door :

          1. afval met een volume van 0 tot 1m³
          2. afval met een volume van 1m³ tot 3m³
          3. afval met een volume van boven 3m³

           

          2. het achterlaten van afval in en ter hoogte van de publiekelijke huisvuilbakken op het openbaar domein;

           

          3. alle vuilnis en afval achtergelaten door exploitanten of verantwoordelijke leiders van kermissen, circussen en openluchtevenementen, op de openbare weg of een openbare plaats en op private terreinen waar publiek was toegelaten;

           

          4. graffiti, zelfklevers, affiches, beeld - en fotografische voorstellingen, vlugschriften, plakbriefjes, zelfklevers en tags die worden aangebracht op de openbare weg, op bomen, aanplantingen, plakborden, voor - en zijgevels, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken, monumenten en andere plaatsen.

           

          Artikel 6

          De belasting is verschuldigd door natuurlijke - of rechtspersonen, of in voorkomend geval van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke personen die verantwoordelijk is/zijn voor de in de in artikel 5 vastgestelde handelingen :

          • de sluikstorter of bevuiler, de eigenaar van de afvalstoffen, de eigenaar van het terrein en de gebruiker van het terrein;
          • degene die de graffiti, zelfklever(s), aanplakkingen en andere aanbrengt.

           

          Artikel 7

          De belasting wordt vastgesteld als volgt (zie artikel 5 van dit reglement):

          -  Bij ambtshalve verwijdering door de gemeente :

          • afval met een volume van 0 tot 1m³ : € 110,-
          • afval met een volume van 1m³ tot 3m³ : € 275,-
          • afval met een volume boven 3m³: € 385,- + € 110 per bijkomende m³

          -  Bij ambtshalve verwijdering door een door gemeente aangestelde aannemer :

          Een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de  aangestelde aannemer.  

           

          Hoofdstuk 3: Onrechtmatig geplaatste terrassen

          Artikel 8

          Een belasting wordt gevestigd op het weghalen, door of in opdracht van het gemeentebestuur, van elk onrechtmatig op het openbaar domein geplaatst terras, stoel, bank, tafel, windscherm , uitstalraam, reclamebord,…  (zoals bepaald in art.8 §2 van het terrasreglement – goedgekeurd in GR 14.05.2012).

           

          Artikel 9

          De belasting is verschuldigd door de uitbater van de horecazaak waar het onrechtmatig terras of de onrechtmatig geplaatste goederen werden geplaatst.

           

          Art. 10

          De belasting wordt als volgt samengesteld :

          -  Bij ambtshalve verwijderen door gemeente :

          Een uitvoeringskost van 33 euro per uur per arbeider

          Een minimum totaal bedrag van € 275,-

           

          -  Bij ambtshalve verwijderen door aangestelde aannemer :

          Uitvoeringskost die gelijk is aan factuurbedrag van de aangestelde aannemer.

           

          Hoofdstuk 4 : Onrechtmatig geplaatste antennes

          Er wordt eveneens een belasting gevestigd op het weghalen door of in opdracht van het gemeentebestuur van elk onrechtmatig geplaatste hertz - of parabolische antenne die radiodiffusie en televisie ontvangen, of gelijk welke andere gelijkwaardige ontvangstinstallatie.

          Onder onrechtmatig geplaatste antennes wordt verstaan : antennes die niet stedenbouwkundig vergund zijn.

          Er is een vrijstelling voor schotelantennes op basis van art.12.2 Besluit van de Vlaamse Regering (16/7/2010) tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen vergunning nodig is. Er is geen stedenbouwkundige vergunning nodig voor de plaatsing van volgende schotelantennes :

          1° een schotelantenne met een maximale diameter van 80 centimeter, geplaatst op hellende daken achter de dakrand of tegen de achtergevel van gebouwen, in de kleur van de gevel of in een neutrale, onopvallende kleur;
          2° een schotelantenne met een maximale diameter van 120 centimeter, geplaatst op een plat dak, op voorwaarde dat de hoogte beperkt blijft tot 150 centimeter;
          3° een schotelantenne met een maximale diameter van 120 centimeter, in de achtertuin, op voorwaarde dat de hoogte beperkt blijft tot 150 centimeter
          .

           

          Artikel 11

          De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de onrechtmatig geplaatste antennes.

           

          Artikel 12

          De belasting wordt vastgesteld als volgt:

          -   Bij het ambtshalve verwijderen door de gemeente:

          1. een uitvoeringskost van 33 euro per uur en per arbeider;
          2. met een minimum totaal bedrag van 275 euro

           

          -   Bij het ambtshalve verwijderen door een derde in opdracht van de gemeente:

          een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de derde.



          Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen

          Artikel 13

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

           

          Artikel 14

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 15

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op het weghalen en bewaren van gevonden goederen en voertuigen, die het verkeer hinderen - aanslagjaren 2026 - 2031.

           

           

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 30/12/1975,  wet betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting;

           

          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25/11/2019 houdende "Contante belasting op het weghalen en bewaren van gevonden goederen en voertuigen, die het verkeer hinderen - aanslagjaren 2020 - 2025”, voor een termijn eindigend op 31/12/2025,

           

          Overwegende dat het weghalen en bewaren van voertuigen en goederen leidt tot verhoogde uitgaven en tot verkeershinder;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Overwegende dat een verhoging van het tarief billijk is omdat het reeds minstens 6 jaar ongewijzigd is bij een hoge inflatie;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73140000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Macha Vanderbist
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 1 stem tegen, 7 onthoudingen

          Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contantbelasting gevestigd op het weghalen en bewaren door het gemeentebestuur:

           

          a)    van goederen aan het bestuur afgegeven overeenkomstig artikel 1 van de wet van 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden;


          Voor goederen geplaatst op de openbare weg ter uitvoering van uitzettingen is het “reglement op de gemeentelijke taken in verband met uitzettingen” van toepassing.

          Opmerking :

          Ieder die buiten de particuliere eigendommen een goed vindt waarvan hij de eigenaar niet kent en er zich meester van maakt, moet het zonder verwijl afgeven aan het gemeentebestuur, bij voorkeur dat van de plaats waar dat goed gevonden is.
          Deze verplichting geldt evenwel niet voor de goederen die buiten een woning zijn geplaatst om te worden opgehaald of op een vuilnisbelt zijn geworpen (W.30.12.1975, artikel 1)

           

          b)    van goederen bedoeld in artikel 2, 2e lid van dezelfde wet (= De gemeentebesturen bewaren eveneens, gedurende zes maanden na hun weghaling, de goederen waarvan de eigenaar onbekend is, die de veiligheid of het gemak van doorgang op openbare wegen, straten, kaaien en pleinen hinderen en die zij dientengevolge hebben moeten wegnemen om een eind te maken aan de belemmering van de openbare weg. Voor fietsen is de bewaartermijn beperkt tot drie maanden.)

           

          De belasting slaat eveneens op het weghalen en bewaren van voertuigen, al dan niet ingeschreven, die parkeren op plaatsen waar dit parkeren door een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is.

           

           

          Artikel 2:  De belasting is verschuldigd door de eigenaar.

           

          1)  De kosten voor het weghalen of takelen van de achtergelaten voorwerpen dienen integraal betaald te worden.

          2)  Voor het bewaren van gevonden goederen en voertuigen, wordt een bedrag van 5,00 euro vastgesteld per kalenderdag.    

           

           

          Artikel 3

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

          Het betalingsbewijs moet voorgelegd worden aan de bevoegde dienst teneinde de goederen of voertuigen terug te krijgen.

           

          Artikel 4

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 5 : Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op de kermis- en andere openbare vermakelijkheidsinrichtingen - aanslagjaren 2026 - 2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij wet van 4 juli 2005, van 20 juli 2006 en van 22 december 2009, 21 januari 2013 en decreet van 24 februari 2017 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 10,

           

          Gelet op het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie meer bepaald de artikelen 8 tot en met 24,

           

          Overwegende dat volgens artikel 8  §1 van voornoemde gewijzigde wet de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement,

           

          Overwegende dat volgens artikel  9§ 1 van voornoemde gewijzigde wet de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op het openbaar domein, buiten de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement.


          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25/11/2019 houdende “Contante belasting op de kermis- en andere openbare vermakelijkheidsinrichtingen-aanslagjaren 2020-2025” voor een termijn eindigend op 31/12/2025,

           

          Overwegende dat het in gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur,

           

          Overwegende dat het openbaar domein zowel voor als na de kermis / andere openbare vermakelijkheidsactiviteit net moet worden gehouden,

           

          Overwegende dat het ter beschikking stellen en onderhouden van het openbaar domein naar aanleiding van kermis- en andere openbare vermakelijkheidsinrichtingen  voor het gemeentebestuur bijkomende taken en kosten veroorzaakt,"

           

          Overwegende dat het tarief van kermis vanaf 2020 werd afgerond op 0,60 euro per m²;

           

          Overwegende dat het bestuur vrijstelling wenst te verlenen aan openbare activiteiten die enkel sociale, culturele, sportieve of liefdadige bedoelingen nastreven wat tevens thuishoort in haar eigen beleidsdoelstelling;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

           

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73601000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contantbelasting geheven op iedere kermis- of andere openbare vermakelijkheidsinrichting op de openbare plaatsen in de gemeente.  

           

          Definitie 'openbare vermakelijkheidsinrichting' : openbare inrichting voor vermaak, amusement, vertier.

           

          Artikel 2 :

          Voor circussen bedraagt de belasting € 25 per dag. Een gedeelte van een dag wordt als een volle dag beschouwd.

           

          Voor de kermis- en andere vermakelijkheden is de belasting vastgesteld op € 0,60 per vierkante meter oppervlakte ingenomen door de inrichting (tijdens de volledige duur van de vermakelijkheden).  Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.

           

          Indien gebruik gemaakt wordt van de gemeentelijke marktkast  voor elektriciteit, wordt een bijkomende vergoeding van  € 45 voor een 2-fasig contact en € 55 voor een 3-fasig contact aangerekend voor de volledige duur van de vermakelijkheden.

            

          Artikel 3: De belasting is verschuldigd door de inrichter van de vermakelijkheid.

           

          Artikel 4:   Zijn van de in art. 2 vastgestelde vergoedingen vrijgesteld :

           

          - Braderieën, wijkfeesten en activiteiten ingericht met toelating van het gemeentebestuur, waarvan de sociale, culturele, sportieve of liefdadige bedoelingen erkend zijn door het gemeentebestuur;

           

          - De feesten waaraan het gemeentebestuur haar medewerking verleent.

           

          Artikel 5 : 

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

          De aldus betaalde belasting is niet terugbetaalbaar aan de inrichters die, zonder voorafgaandelijke verwittiging, de hun toegewezen standplaatsen niet bezet hebben 48 uur vóór dag en uur van de opening van de kermis of andere openbare vermakelijkheid.

           

          Artikel 6 : 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 7 : 

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op ambulante activiteiten - aanslagjaren 2026 - 2031.


           

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

          Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd door de wet van 4 juli 2005, en door het decreet van 24 februari 2017,

          Gelet op het K.B. van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, meer bepaald de artikelen 23 tot en met 44,

          Overwegende dat de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement,

          Overwegende dat de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op het openbaar domein, buiten de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement,

          Gelet op het K.B. van 11 maart 2013 tot invoering van een elektronische drager voor de machtigingen ambulante activiteiten,

          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25/11/2019 houdende “Contante belasting op ambulante activiteiten-aanslagjaren 2020-2025” voor een termijn eindigend op 31/12/2025,

          Overwegende dat het in gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur,

          Overwegende dat het openbaar domein zowel voor als na de ambulante activiteit net moet worden gehouden,

          Overwegende dat het ter beschikking stellen en onderhouden van het openbaar domein naar aanleiding van ambulante activiteiten voor het gemeentebestuur bijkomende taken en kosten veroorzaakt,

          Overwegende dat er gekozen werd om het reglement te vereenvoudigen en te werken met tarieven per periode ongeacht de totale lengte van de verkoopinrichting; 

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73413000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Jean-Marc Mativa
          Onthouders: Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 1 stem tegen, 7 onthoudingen

          Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contantbelasting geheven op ambulante activiteiten zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 25 juni 1993 (en latere wijzigingen) betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.

           

          Artikel 2 : De belasting is verschuldigd door de ambulante handelaar.

           

          Artikel 3: De belasting wordt vastgesteld voor de ambulante activiteiten met of zonder gebruik van een voertuig met of zonder eigen beweegkracht :

          • € 25 per dag. Een gedeelte van een dag wordt als een volle dag beschouwd
          • € 150 per periode van 6 maanden
          • € 250 per jaar

           

          Artikel 4:   Zijn van de in art. 2 vastgestelde vergoedingen vrijgesteld :

          - Braderieën, wijkfeesten en activiteiten ingericht met toelating van het gemeentebestuur, waarvan de sociale, culturele, sportieve of liefdadige bedoelingen erkend zijn door het gemeentebestuur;

          - De feesten waaraan het gemeentebestuur haar medewerking verleent.


          Artikel 5 : 

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

          De belastingtarieven zijn vastgesteld per dag, per 6 maanden en per jaar. De belasting zal ook niet terugbetaald worden ingeval van stopzetting van de activiteit.

           

          Artikel 6 : 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 7 : 

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Contantbelasting op openbare markten - aanslagjaren 2026 - 2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij wet van 4 juli 2005, van 20 juli 2006, 22 december 2009, 21 januari 2013 en decreet van 24 februari 2017 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 10.

           

          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25/11/2019 houdende “Contante belasting op openbare markten-aanslagjaren 2019-2025” voor een termijn eindigend op 31.12.2025;

           

          Overwegende dat het in gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur,

           

          Overwegende dat het openbaar domein zowel voor als na de openbare markten net moet worden gehouden,

           

          Overwegende dat het ter beschikking stellen en onderhouden van het openbaar domein naar aanleiding van openbare markten voor het gemeentebestuur bijkomende taken en kosten veroorzaakt.


          Overwegende dat er sinds aanslagjaar 2018 een hoger tarief wordt gevraagd voor standhouders zonder abonnement op de wekelijkse markt omdat de registratie en facturatie arbeidsintensiever zijn. 

          Overwegende dat er sinds aanslagjaar 2018 ook een hoger  tarief wordt gevraagd voor standhouders op de jaarmarkt zonder voorinschrijving.  Het verschil in tarief is nodig om te stimuleren dat standhouders vooraf inschrijven.  Standhouders die op de dag zelf nog willen deelnemen, vragen meer organisatorisch plaatsingswerk. 

           

          Overwegende dat het bestuur kiest om de tarieven te behouden;

           

          Overwegende dat de gemeente goede doelen wenst te steunen en zij een vrijstelling wenst te voorzien voor standhouders van de kerstmarkt die hun winst van verkoop aan een goed doel schenken. Het College dient vooraf het goede doel goed te keuren en de standhouder van de kerstmarkt dient daarna het bewijs over schenking van de winst te leveren.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73600000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contante belasting geheven op standplaatsen op openbare markten (wekelijkse markt, jaarmarkt, kerstmarkt).

           

          Artikel 2 : De belasting wordt per marktdag als volgt vastgesteld :

          • Voor standhouders met abonnement op de wekelijkse markt (met inbegrip van jaarmarkt): 1,25 euro per begonnen strekkende meter (elektriciteitsverbruik inbegrepen) van de uitstallingen van koopwaren en andere inrichtingen.
          • Voor standhouders zonder abonnement op de wekelijkse markt: 2 euro per begonnen strekkende meter (elektriciteitsverbruik inbegrepen) van de uitstallingen van koopwaren en andere inrichtingen
          • Voor standhouders op  de jaarmarkt met voorinschrijving: 2,00 euro per begonnen strekkende meter inclusief gebruik elektriciteit.
          • Voor standhouders op de jaarmarkt zonder voorinschrijving: 4,00 euro per begonnen strekkende meter inclusief gebruik elektriciteit.
          • Voor kerstmarkt : 50,00 euro per standplaats (enkel met voorinschrijving), elektriciteit inbegrepen. De oppervlakte van de standplaats is 25 m².  

          Marktkramers die mits goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen buiten de vaste dagen en uren van de wekelijkse markt een standplaats innemen vallen onder het belastingreglement 'contantbelasting op ambulante activiteiten' van 15/12/2025 en eventueel latere wijzigingen.

           

          Artikel 3 : Vrijstelling.

          Wat de kerstmarkt betreft, kan er een vrijstelling verleend worden aan standhouders die hun winst van de verkoop schenken aan een goed doel. Het College dient vooraf het goed doel goed te keuren en de standhouder dient nadien bewijs te leveren over de schenking van de winst.

           

          Artikel 4: De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.

          Onder ‘gebruiker van het openbaar domein’ dient te worden verstaan iedere natuurlijke - of rechtspersoon, onder welke vorm of benoeming ook, die een standplaats op de markt of wegenis aanvraagt en toegewezen krijgt.

          In geval van een veelheid van belastingplichtigen zijn zij hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot de betaling van de belasting.

           

          Artikel 5 : Aanvragen voor marktabonnementen (vaste standplaatsen) worden aangevraagd bij de dienst middenstand-feestelijkheden.

          Aanvraagformulieren voor standplaatsen jaarmarkt en kerstmarkt dienen schriftelijk ingediend te worden bij de dienst middenstand-feestelijkheden (per mail naar middenstand@zaventem.be).  Geen standplaats zonder voorafgaande inschrijving bij kerstmarkt. Voorinschrijving bij jaarmarkt kan uiterlijk de laatste werkdag vóór de jaarmarkt om 16.00 uur.

          De lijst met aanvragen wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Na toewijzing ontvangt de aanvrager een bevestigingsbrief waardoor de inschrijving definitief wordt en de belasting verschuldigd is.

          Indien uiterlijk 7 dagen vóór aanvang van de jaarmarkt of kerstmarkt  het gemeentebestuur schriftelijk op de hoogte gebracht wordt van een annulatie, zal er voor de tijdig geannuleerde standplaats geen belasting verschuldigd zijn.

           

          Artikel 6 : De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting. 

          De houders van de vaste standplaatsen op de wekelijkse markt storten elk kwartaal de standplaatsvergoeding (na ontvangst van betalingsverzoek).  De belasting zal niet terugbetaald worden ingeval van stopzetting van de activiteit tijdens het kwartaal.

          Degene die een vrije standplaats inneemt op de wekelijkse markt of de jaarmarkt, doet hiervan ter plekke aangifte bij de door de gemeente gemachtigde ambtenaar.

           

          Artikel 7 : De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 8 : Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Belasting op vaste en mobiele reclameconstructies - aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit dd. 25 november 2019, houdende “belasting op vaste en mobiele reclameconstructies -aanslagjaren 2020-2025” voor een termijn eindigend op 31 december 2025;

          Gelet op het wijzigingsbesluit GR 27/01/2025 (GR/2025/008) : Aanpassing aan het belastingreglement "Belasting op vaste en mobiele reclameconstructies - aanslagjaren 2020-2025, GR 25/11/2019". (wijziging art. 7 en 13). Naar aanleiding van de gewijzigde bepaling van art. 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen werd een uiterste aangiftedatum waartegen een aangifte voor de vaste reclameconstructies moet worden ingediend opgenomen in het belastingreglement.

           

          Gelet op de tendens om reclame te maken via vaste en mobiele reclameborden, die permanent dan wel tijdelijk worden opgesteld langs de openbare weg;

           

          Overwegende dat een overvloed aan reclame zichtbaar op de openbare weg voor visuele vervuiling zorgt, en dat de gemeente dit wenst te beperken om aldus tot een kwalitatief straatbeeld te komen;

           

          Overwegende dat voor bepaalde borden een vrijstelling wordt voorzien vanwege de afwezigheid van een commercieel karakter, omwille van hun beperkte visuele impact of vanwege een belangenafweging waarbij het belang van de aankondiging hoger wordt geacht dan het nadeel van de ontsiering van de straten. Verwezen wordt naar de motivatienota die aan de gemeenteraad werd voorgelegd;

           

          Overwegende dat het belasten van mobiele reclameborden meer administratieve inspanningen vergt, hetgeen in het licht van het financiële doel van de belasting een hoger tarief voor mobiele constructies rechtvaardigt;

           

          Overwegende dat het aangewezen is om het percentage van de ambtshalve aanslag te diversifiëren naargelang het aantal overtredingen inzake de aangifteplicht;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

           

          Op voordracht van het college van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73423000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 8 stemmen tegen

          Art.1.- Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op vaste en mobiele constructies bestemd of aangewend voor het dragen van reclame.

           

          Art.2- Vallen onder toepassing van deze belasting:

          Elke vaste of mobiele constructie in gelijk welk materiaal, al dan niet verlicht, geplaatst op of langs de openbare weg of op een plaats in open lucht, die zichtbaar is vanaf enig punt van de openbare weg, bestemd of aangewend voor het dragen van reclame .

          Onder “reclame” wordt verstaan elke vorm van visuele openbare aanprijzing ter bevordering van de afzet van goederen of diensten, die zich richt tot het publiek op de openbare weg.

          Onder “mobiele constructie” wordt verstaan elke verplaatsbare constructie die tijdelijk vrij of vast in of op de grond staat of aan een omheining wordt vastgemaakt.

           

          Art.3- Van de belasting op de vaste en mobiele reclameconstructies worden vrijgesteld:

          a) De constructies die alleen worden gebruikt voor de bekendmaking van de eigen firmanaam, de activiteit, dan wel door een uitbating aangeboden producten, diensten en merken, op de plaats waar de uitbating gelegen is, al dan niet achter uitstalramen.

          b) De constructies die uitsluitend worden aangewend voor aankondigingen van openbaar nut of voor activiteiten van verenigingen zonder winstoogmerk.

          c) De constructies die aangewend worden om de verkoop of de verhuur van een gebouw of grond aan te kondigen op voorwaarde dat zij geplaatst zijn op de plaats van het betrokken onroerend goed.

          d) Constructies die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen en die maximaal staan opgesteld vanaf 2 maanden voor de verkiezingen en 1 maand nadien.

          e) Wegwijzers (kleiner dan 0,25m²)

           

          Art.4- De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de constructie.

          Indien de eigenaar onbekend is, is de belasting respectievelijk verschuldigd door:

          -  De natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van de constructie voor het aanbrengen van zijn/haar reclame.

          • of

          -  De eigenaar van de grond of van de muur waarop zich de constructie bevindt.

           

           

          Art.5- De belasting is vastgesteld :

          • Voor de vaste constructies, al dan niet verlicht, op € 55,00/jaar per vierkante meter
          • Voor de mobiele constructies op € 6,00/dag per vierkante meter.


          Art.6-

          De belastbare oppervlakte, waarbij elk belastbaar voorwerp afzonderlijk wordt beschouwd, wordt berekend als volgt:

          -  Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter

          -  Voor de mobiele constructies wordt elk gedeelte van een dag beschouwd als een volledige dag.

          -  Indien de constructie bestaat uit een onregelmatig meetkundig figuur, in functie van de kleinste regelmatige meetkundige figuur waarin het kan gevat worden;

          -  Indien de constructie meerdere zijden bevat, wordt de belasting berekend op basis van de totale oppervlakte van alle zijden die tegelijkertijd of achtereenvolgens zichtbaar zijn en die voor reclamedoeleinden kunnen worden aangewend;

          -  Wanneer de constructie zelf gevormd wordt door een volume, wordt de oppervlakte ervan forfaitair geacht het driedubbel te zijn van het product van de hoogte met de grootste breedte ervan.

           

          Art.7-

          §1. De belastingplichtige moet, ten laatste op 15 september van het aanslagjaar, aangifte doen bij het gemeentebestuur van de vaste reclameconstructies gelegen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier.

          Voor de vaste constructies geeft de jaarlijkse aangifte de toestand weer zoals deze zich voordoet op 1 januari van het belastingjaar; deze toestand dient als basis voor de toepassing van artikelen 4 en 5. De plaatsing of verwijdering van elke constructie na 1 januari van het jaar moet binnen de vijftien dagen aan het gemeentebestuur betekend worden. De belasting is voor het hele jaar verschuldigd indien de constructie vóór 1 juli van het belastingjaar wordt geplaatst of aanwezig was.

          De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. De aangifte kan ook ingediend worden via het digitaal loket economie (gemeentelijke website) https://www.zaventem.be. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.

           

          §2. Voor de mobiele reclameconstructies dient de belastingplichtige aangifte te doen op het door het gemeentebestuur ter beschikking gestelde aangifteformulier, waarop hij de plaats, de datum van plaatsing en verwijdering, de nuttige oppervlakte van de constructie en het aantal constructies vermeldt. De belastingplichtige is gehouden, ten laatste de dag vóór de dag waarop het gebruik aanvangt, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen. 

          §3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Stationsstraat 8,1930 Zaventem t.a.v. de dienst gemeentebelastingen of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@zaventem.be. De aangifte kan ook ingediend worden via het digitaal loket economie (gemeentelijke website) https://www.zaventem.be. Als aangiftedatum geldt de postdatum of, bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Ingeval van verzending via e-mail of via digitaal loket geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

           

          Art.8- Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

          In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt.

           

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding, 20% bij een tweede en 50% bij elke volgende overtreding met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve aanslag ingekohierd.

           

          Art.9- De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Art.10- Aan de belastingplichtige wordt een aanslagbiljet toegezonden.

           

          Art.11- De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Art.12- De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

           

          Art.13- Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Belasting op de motoren – aanslagjaren 2026-2031.

          Het belastingreglement op drijfkracht, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de belasting op drijfkracht te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op motoren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          De gemeenteraad heeft het nuttig geoordeeld de door dit reglement beoogde motoren te belasten om zich aanvullende inkomsten te verschaffen ter financiering van de uitgaven van algemeen nut waaraan de gemeente het hoofd moet bieden.

          Het gebruik van motoren bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit is een goede indicator voor het belang van die activiteit, net zoals het gezamenlijk vermogen van motoren geldt als een goede indicator voor de draagkracht van een bedrijf.

          De belastingplichtigen worden door de belasting op motoren aangemoedigd om zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik.

          De gemeente wenst een goede verdeling van de belastingdruk over de burgers en de ondernemingen te behouden.

          De belasting wordt niet gevestigd op de eerste 20 kW, aangezien het wenselijk is om kleinere ondernemingen vrij te stellen van de financiële en administratieve last.  Bijkomend is het een zeer sterke administratieve vereenvoudiging voor het gemeentebestuur.

          Het is billijk dat enkel rekening wordt gehouden met de motoren die betrokken kunnen worden in de bedrijfsvoering, zodat ter ondersteuning van de bedrijven ook een belastingvermindering wordt verleend voor motoren die definitief vervreemd worden, voor motoren die niet dadelijk het normale rendement opleveren, voor motoren die buiten de gemeentegrenzen geplaatst worden,…

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente moet het belastingreglement op drijfkracht hernieuwd worden;

          Gelet op de gevoerde bespreking;

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

          Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur;

          Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen, en latere wijzigingen;

          Bestuursdecreet van 7 december 2018;

          Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

          Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

          Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

          Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

          Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019, houdende “Belasting op de drijfkracht – aanslagjaren 2020-2025” voor een termijn eindigend op 31 december 2025;

          Gelet op het wijzigingsbesluit GR 27/01/2025 (GR/2025/007) : Aanpassing aan het belastingreglement "Belasting op de drijfkracht - aanslagjaren 2020-2025, GR 16/12/2019". (wijziging art. 7). Naar aanleiding van de gewijzigde bepaling van art. 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen werd een uiterste aangiftedatum waartegen een aangifte moet worden ingediend opgenomen in het belastingreglement.

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

          Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen,

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73402000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Jean-Guy Defraigne
          Onthouders: Jean-Marc Mativa, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 9 stemmen tegen, 3 onthoudingen

          Artikel  1. : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten laste van de nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen en de dienstensector een belasting van € 14,00 per kilowatt geheven op de motoren ongeacht de brandstof of de energie welke deze motoren in beweging brengt.

           

          De belasting is niet verschuldigd door de openbare besturen, instellingen en diensten alsmede instellingen van openbaar nut zonder winstoogmerk.

           

          De belasting slaat o.m. op de electromotoren, de stoommachines, de  verbrandingsmotoren, de waterturbines, enz.

          De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motorenkracht aanwezig in de onderneming tijdens het aanslagjaar.

           

          Definitie kilowatt :(kW) Eenheid van (arbeids)vermogen, gelijk aan 1000 watt. (1PK=0,75 KW).

           

          Er is een vrijstelling van 20,00 kilowatt per belastingplichtige.

           

          De belasting is verschuldigd voor de motoren die door de belastingplichtige gebruikt worden voor de uitbating van de zetel of een exploitatie-eenheid van de onderneming.

          Dient als exploitatie-eenheid beschouwd, iedere inrichting of werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken periode van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.

           

          De belasting is echter niet verschuldigd aan de gemeente waar de zetel van de onderneming gevestigd is, voor de motoren gebruikt in een exploitatie-eenheid in de mate waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar de exploitatie-eenheid gevestigd is.

           

          Wanneer hetzij de zetel, hetzij een exploitatie-eenheid, geregeld en op duurzame wijze een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met één of  meer exploitatie-eenheden of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd indien hetzij de zetel, hetzij de voornaamste exploitatie-eenheid gevestigd is in de gemeente.

          De door een tijdelijke vennootschap verschuldigde belasting wordt te haren laste ingevorderd of ten laste van de natuurlijke of rechtspersonen die er deel van uitmaakten. Na de ontbinding van de tijdelijke vennootschap zijn de natuurlijke of rechtspersonen die er deel van uitmaakten hoofdelijk mede de nog in te vorderen belasting verschuldigd.

           

          Artikel 2. : De belasting wordt gevestigd op de hierna vermelde grondslagen :

          - Beschikt de onderneming slechts over één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de drijfkracht aanwezig in het bedrijf. 

          - Beschikt de onderneming over meerdere motoren, dan wordt de belastbare drijfkracht vastgesteld op grond van de som der krachten van de drijfkracht aanwezig in het bedrijf, vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt die verandert volgens het aantal motoren.

           

          Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van één motor, wordt tot en met 30 motoren met 1/100 van de eenheid per bijkomende motor verminderd en blijft daarna onveranderd en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer. Voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt wordt rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het belastingjaar of voor een nieuwe onderneming met de datum van inwerkingstelling. 

          - De bepalingen van dit artikel zijn toepasselijk door de gemeente naar rato van het aantal door haar belaste motoren.

           

          De belastbare krachten worden gevestigd in kilowatt.

           

          De kracht van de hydraulische toestellen wordt berekend door de omzetting van de kracht in PK naar KW.

           

          Elk gedeelte van één kilowatt wordt als een volledige kilowatt aangerekend.

           

           

          Artikel 3. : Zijn van de belasting vrijgesteld :

          1) De motor die gans het jaar stilligt. Het tijdelijk stilliggen voor een ononderbroken periode gelijk aan of langer dan één maand geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden gedurende dewelke de motor heeft stilgelegen.

           

          De verplichte vakantieperiode wordt niet in aanmerking genomen voor het bekomen van deze gedeeltelijke vermindering.

          Ingeval van vermindering wegens tijdelijk stilliggen, blijft voor deze motor de simultaancoëfficiënt gelden die op de onderneming toepasselijk is.

          Geen belastingvermindering kan aan belanghebbende verleend worden, tenzij op grond van ter post aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten, waarbij aan het gemeentebestuur door het ene de datum van stilleggen en door het andere de datum van het terug in werking stellen van de motor bekend gemaakt worden.

          Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat de motorafstelling eerst in na de ontvangst van het eerste bericht.

          Met een inactiviteit van een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken in de bedrijven die met de V.D.A.B. een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.

          Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt eveneens gelijkgesteld de inactiviteit gedurende een periode van vier weken gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als het gebrek aan werk te wijten is aan economische oorzaken.

           

          2)  De motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld.

          3)  De motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van de generator.

          4)  De door perslucht aangedreven motor.

          5)  De motoren die in een drukstation gebruikt worden om de compressoren aan te drijven die instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen voor aardgas.

          6) De motorkracht welke uitsluitend wordt gebruikt voor toestellen tot waterputting, welke ook de oorsprong ervan is, verluchting en verlichting.

          7)  De hulpmotor, d.i. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de onderneming en welke slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn werking niet voor gevolg heeft de productie te verhogen.

          8)  De wisselmotor, d.i. deze die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere welke hij tijdelijk moet vervangen.

           

          De hulp- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om tezelfdertijd te werken als deze die normaal gebruikt worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting der productie te verzekeren.

           

          De motoren die vermeld worden in artikel 3. 2) t/m 8) moeten vermeld worden in een afzonderlijke bijlage bij de aangifte.

           

          Artikel 4. : Levert een onlangs geplaatste motor niet dadelijk het normaal rendement op, omdat de daarmee te drijven installaties onvolledig zijn, dan wordt de niet gebruikte kracht, uitgedrukt in kilowatt, aangezien als hulp, in zoverre deze meer dan 20 % bedraagt van de nominale kracht. Op deze kracht wordt de simultaancoëfficiënt toegepast die geldt voor de installatie van de belastingplichtige.

           

          In dit geval is de aangegeven kracht in kilowatt slechts geldig voor drie maanden en zolang deze uitzonderingstoestand duurt moet de aangifte om het kwartaal vernieuwd worden.

          Onder ‘onlangs geplaatste motor’ wordt verstaan deze, met uitzondering van elke andere, waarvan het in werking treden dagtekent van het voorafgaande of van het voorlaatste jaar.

          In bijzondere gevallen mogen deze termijnen verlengd worden.

           

          Artikel 5.:  De motoren die van de belasting zijn vrijgesteld wegens stilliggen gedurende het ganse jaar alsmede die welke bij toepassing van de leden 2° tot 8° van artikel 3 vrijgesteld zijn, komen niet in aanmerking voor het vaststellen van de simultaancoëfficiënt van de installatie van de belastingplichtige.

           

          Artikel 6. : Wanneer de fabricagemachines ten gevolge van een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80 % van de door een belastbare motor geleverde kracht te verbruiken, zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor uitgedrukt in kilowatt, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit minstens drie maanden geduurd heeft en dat de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden gebruikt werd.

          Om deze vermindering te genieten moet de belastingplichtige aan het gemeentebestuur bij ter post aangetekend schrijven of afgeleverd tegen ontvangstbewijs bericht gegeven hebben van de datum van het ongeval alsmede van deze der wederingangstelling.

          Voor de berekening van de belastingvermindering gaat de motorafstelling eerst in na ontvangst van het eerste bericht.

          De aanvrager moet bovendien op het eerste verzoek aan het gemeentebestuur alle stukken overleggen waardoor de waarachtigheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.

          Het buiten gebruik stellen van een motor wegens ongeval moet, binnen acht dagen, aan het gemeentebestuur bekendgemaakt worden, op straf van verlies van het recht op belastingvermindering.

           

          Artikel 7. :

          §1. De belastingplichtige moet, ten laatste op 28 februari van het jaar volgend op het aanslagjaar, aangifte doen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier.

          De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           §2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. De aangifte kan ook ingediend worden via het digitaal loket economie (gemeentelijke website Zaventem) https://www.zaventem.be. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting. 

          §3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Stationsstraat 8, 1930 Zaventem t.a.v. de dienst gemeentebelastingen of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@zaventem.be.  De aangifte kan ook ingediend worden via het digitaal loket economie https://www.zaventem.be. Als aangiftedatum geldt de postdatum of, bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Ingeval van verzending via e-mail of via digitaal loket geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte. 

          §4. De aangifte blijft 3 jaar geldig of tot aan de herroeping.

          Voor tijdelijke onderbrekingen (zie artikel 3) of de rendementsverminderingen (zie art. 4 en 6) wordt geen herroeping gedaan.  Deze moeten in een afzonderlijk schrijven medegedeeld worden aan de gemeente. 

          §5. In geval van wijziging van de belastingbasis dient een herroeping te gebeuren binnen de tien dagen door middel van een aangetekend schrijven aan het gemeentebestuur, dienst gemeentebelastingen, Stationsstraat 8 te 1930 Zaventem of tegen ontvangstbewijs.

          De melding van wijziging dient gemotiveerd te worden met de nodige stavingstukken.

          De herberekening van de belasting gebeurt slechts vanaf de datum van ontvangst van de herroeping. De herroeping kan enkel slaan op wijzigingen in de toekomst.

          Artikel 8. : Het gemeentebestuur kan de oprechtheid van aangifte laten nagaan door beëdigde daartoe speciaal aangewezen ambtenaren.


          Artikel 9.: Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 7, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

          • 10 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding;
          • 20 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding;
          • 50 % van het bedrag van de verschuldigde belasting bij een derde en volgende overtreding, met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10 % wordt verhoogd.

          De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 10.: De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen

           

          Artikel 11.De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 12.: De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 13.: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

          Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

          Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

          Bezwaarschriften kunnen per post (Diegemstraat 37, 1930 Zaventem) of via elektronische weg per e-mail (secretariaat@zaventem.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

          De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

          Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.

          Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

           

          Artikel 14: Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.

          De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

        • Belasting op de opslagplaatsen voor schroot en op de autowrakken – Aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op het decreet over het lokaal bestuur;

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;   

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende "Belasting op de opslagplaatsen voor schroot en op de autowrakken – Aanslagjaren 2020-2025", voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 27/01/2025 "Aanpassing aan het belastingreglement "Belasting op de opslagplaatsen voor schroot en op de
          autowrakken - aanslagjaren 2020-2025, GR 25/11/2019";

           

          Overwegende dat opslagplaatsen voor schroot en autowrakken de omgeving ontsieren en hinderlijk zijn;

           

          Overwegende dat het aangewezen is om het percentage van de ambtshalve aanslag te diversifiëren naargelang het aantal overtredingen;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

           

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73417000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1    Belastbaar feit

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de opslagplaatsen voor schroot, evenals voor de autowrakken.  

           

          Definities :

          Onder 'opslagplaats' wordt verstaan elke niet overdekte verzamelplaats.

           

          Onder 'schroot' wordt verstaan metaalafval en brokstukken van metalen voorwerpen, ongeacht de restwaarde.

           

          Onder 'autowrakken' wordt verstaan voertuigen die niet meer kunnen gebruikt worden, maar waarvan het koetswerk nog bestaat, of die nog bruikbaar kunnen gemaakt worden of die nog dienstig kunnen zijn als onderdelen voor andere voertuigen.  Autowrakken die op het terrein van de opslagplaats staan, zullen aanzien worden als “schroot”. 

           

           

          Artikel 2    Vrijstelling

          Worden van deze belasting vrijgesteld : de opslagplaatsen en de autowrakken die aan het zicht van op de openbare weg onttrokken zijn.

           

           

          Artikel 3    Berekeningsgrondslag en tarief

          a)  Het jaarlijks bedrag van de belasting voor opslagplaatsen in open lucht op 1 januari van het aanslagjaar wordt vastgesteld op:

          € 2,20/m² op de benutte oppervlakte van het terrein voor schroot waarop de opslagplaats gevestigd is;

          Als belastbare basis geldt de benutte oppervlakte (toestand 1 januari van het aanslagjaar) van het terrein van de opslagplaats waarop het schroot geplaatst wordt.

           

          De minimumbelasting voor opslagplaatsen is € 28,00 per jaar.


          b) Het bedrag van de jaarlijkse belasting voor autowrakken die zich niet op een opslagplaats in open lucht bevinden, maar zichtbaar zijn vanaf de openbare weg,  bedraagt € 83,00 per autowrak, ongeacht de datum van vaststelling.

           

           

          Artikel 4   Belastingplichtige

          Voor wat art. 3a betreft is de belasting verschuldigd  door de exploitant van de opslagplaats (toestand 1 januari van het belastingjaar);  de eigenaar van het goed waarop de opslagplaats is gevestigd is evenwel hoofdelijk aansprakelijk  voor de betaling van de belasting.

           

          Voor wat art. 3b betreft is de belasting verschuldigd door de eigenaar van het autowrak; de eigenaar van het perceel waarop het autowrak zich bevindt is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

           

           

           Artikel 5  

          5.1. Meldingsplicht  

          Iedere uitbater van een opslagplaats dient het college en de dienst gemeentebelastingen te informeren over de uitbating van een opslagplaats voor schroot. Dit schrijven dient minstens 8 dagen vóór de opening van de inrichting bij het gemeentebestuur te gebeuren.

           

          De belastingplichtige wordt gehouden de eventuele controle van zijn aangifte te vergemakkelijken, o.a. door het verstrekken van alle documenten en inlichtingen die hem ten dien einde door de gemeente zouden worden gevraagd.

           

          De belastingplichtige wordt gehouden iedere wijziging van de belastingbasis onmiddellijk aan de gemeente aan te geven door middel van een schrijven aan het college van burgemeester en schepenen,Diegemstraat 37, 1930 Zaventem.

           

          5.2. Aangifteplicht

          §1. De belastingplichtige moet, ten laatste op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar, aangifte doen bij het gemeentebestuur van de opslagplaatsen  voor schroot en de autowrakken gelegen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier.

           

          De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           

          De aangifte blijft geldig tot uitdrukkelijke herroeping van de belastingplichtige.

           

          §2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website (https://www.zaventem.be). Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.

           

          §3. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Stationsstraat 8,1930 Zaventem t.a.v. de dienst gemeentebelastingen of via elektronische weg, meer bepaald per e-mail naar belastingen@zaventem.be. Als aangiftedatum geldt de postdatum of, bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Ingeval van verzending via e-mail geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.  

           

           

          Artikel 6   Ambtshalve belasting          

          Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 vastgestelde termijn of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in art. 7 van het decreet van 30 mei 2008.  In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt.

           

          De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met 10 % van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding, 20 % bij een tweede en 50 % bij elke volgende overtreding met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

           

          Artikel 7    Invordering      

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

           

          Artikel 8    Betaling               

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

           Artikel 9 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

           

          Artikel 10                                

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Gemeentelijk reglement Opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen – aanslagjaren 2026-2031

          Het bestaande gemeentelijk reglement inzake opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen 2020-2025 dient te worden hernieuwd.

           

          De gemeente maakt vanaf 1 januari 2026 deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Mazavi. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.  

           

          Verwaarlozing wordt decretaal gedefinieerd als ernstige zichtbare en storende gebreken aan o.a. buitenmuren, dak, schrijnwerk en goten. Gemeenten kunnen deze definitie verder uitwerken en de vaststellingsprocedure bepalen via een reglement.

          De gemeentelijke registratie geldt enkel voor gebouwen buiten het toepassingsgebied van het decreet van 19 april 1995, dus voor niet-economische gebouwen en economische gebouwen op percelen kleiner dan 500 m².

          De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn.

           

          Wijzigingen in tarieven in vergelijking met het reglement van 2020-2025:

          • Na 1 jaar opeenvolgende opname in het verwaarlozingsregister: 1500 --> 2000 euro.
          • Na 2 opeenvolgende jaar: 3000 --> 4000 euro.
          • Na 3 opeenvolgende jaar: 6000 euro. (blijft hetzelfde)
          • Vanaf 4 opeenvolgende jaren: 8000 euro per jaar. (toevoeging tov 2020-2025)

          Een verhoging van de tarieven is billijk daar deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie.

          Verwaarloosde gebouwen zijn een bron van overlast, ze trekken zwerfvuil, ongedierte en criminaliteit aan. Dit zorgt voor kosten voor de gemeente. Bovendien zorgt deze verloedering voor een daling van de vastgoedwaarde.  Deze gevoelige verhoging van de belasting is een maatregel om deze kosten aan de gemeente en haar inwoners te compenseren en om verwaarlozing sterker te ontraden.

          Gelet op artikel 41, 162 en 170 van de Grondwet;

           

          Gelet op artikels 56, § 1 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).

           

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018.

           

          Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

           

          Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.

           

          Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 juni 2025 houdende het oprichten en de deelname aan de Interlokale Vereniging "Woonwinkel Mazavi".

           

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25/11/2019 houdende "Heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen-gemeente Zaventem. Aanslagjaren 2020-2025", voor een termijn eindigend op 31/12/2025;

           

          Overwegende dat de verwaarlozing van gebouwen en woningen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden;

           

          Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente Zaventem beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt;

           

          Overwegende dat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde woningen sinds 1 januari 2017 een gemeentelijke bevoegdheid is;

           

          Overwegende dat de gemeente zelf kan beslissen of ze verwaarloosde gebouwen registreert en aanpakt;

           

          Overwegende dat eigenaars van leegstaande woningen die een overeenkomst afsluiten met een erkend Sociaal Verhuurkantoor dat werkzaam is in de gemeente Zaventem, hun woning daarmee ter beschikking stellen van een specifieke doelgroep die een woning kan huren van een Sociaal Verhuurkantoor en zodoende bijdragen aan betaalbaar wonen voor die doelgroep;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;


          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73750000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen
          Onthouders: Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt het reglement Opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen goed.

        • Belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen- gemeente Zaventem. Aanslagjaren 2026-2031.

          Het bestaande gemeentelijk reglement inzake heffing van ongeschikt en onbewoonbare woningen en gebouwen 2020-2025 dient te worden hernieuwd. 

          De gemeente maakt vanaf 1 januari 2026 deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Mazavi. Het activiteitenpakket van het project bevat het opvolgen van de woningkwaliteitsnormen voor woning en gebouwen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in deel 6 van boek 3 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

          Om vast te stellen of een woning voldoet aan de vereisten en normen voert een woningcontroleur een woningconformiteitsonderzoek uit. Woningen die na een beslissing van de Burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard, komen op de Vlaamse inventaris van Ongeschikt en Onbewoonbare woningen (VIVOO) terecht. Gemeenten kunnen zelf de regie in handen nemen om een eigen heffingsreglement toe te passen i.p.v. de Vlaamse heffing.

          De tarieven worden verhoogd met 10 procent. Er is in de vorige legislatuur niet geïndexeerd en de index is sterk gestegen. Deze verhoogde kosten worden deels opgevangen door de verhoging van de tarieven.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

           

          Gelet op artikels 56, § 1 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB);

           

          Het bestuursdecreet van 7 december 2018;

           

          Gelet op Boek 3. Deel 6. Titel 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over woningkwaliteitsbewaking;


          Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.7 staat bewaking van de kwaliteit van het woningpatrimonium;


          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, hierna genoemd het Heffingsdecreet en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen;

           

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen van woningen, wat betreft de procedure en de technische normen en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en latere wijzigingen;

           

          Gelet op de verordening 'Heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen-gemeente Zaventem. Aanslagjaren 2020-2025', gestemd in de gemeenteraad van 25/11/2019;

           

          Overwegende dat de onbewoonbaarheid en ongeschiktheid van woningen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden;

           

          Overwegende dat het verantwoord is dat de gemeente gebruik maakt van de bestaande gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen voor het vestigen van een eigen gemeentebelasting;


          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;


          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

          De inkomsten van deze belasting werden in de meerjarenplanning ingeschreven op artikel 73750000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen
          Onthouders: Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1: Belastbaar feit

          §1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op ongeschikte en onbewoonbare woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente.

          Onder ongeschikte en onbewoonbare woningen wordt verstaan de woningen zoals gedefinieerd in artikel 1.3, § 1, 66º, van de Vlaamse codex wonen.

          Woning : elk onroerend goed of een deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

          Kamer : woning waarin één of meer voorzieningen (wc, bad of douche, kookgelegenheid) ontbreken en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijk ruimte in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt. Een kamer is met andere woorden een niet-zelfstandige woning.

          Het is bijgevolg duidelijk dat het begrip 'woning' zowel zelfstandige als niet-zelfstandige woningen omvat. In het ontwerp worden kamers dan ook beschouwd als een bijzonder type woning, waarvoor de Vlaamse Regering specifieke vereisten en normen vaststelt.

          §2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris. Zolang de woning niet uit de inventaris is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

          Artikel 2: De belastingplichtige

          §1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende de woning. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

          §2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van een zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

          §3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in de inventaris. Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

          1. naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

          2. datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

          3. nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw

          Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

          Artikel 3: De belasting

          §1. De belasting bedraagt:

          a) €1.650 voor een gebouw of ééngezinswoning;

          b) €550 voor een kamer of studentenkamer;

          c) €1100 voor elke andere woning dan vermeld bij a) en b)

          §2. De belasting wordt verhoogd met 100% per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning op de inventaris staat. De maximale vermeerdering bedraagt 400%.

          De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:

          - 1ste termijn: 100%

          - 2e termijn: 200%

          - 3e termijn: 300%

          - Vanaf de 4e termijn: 400%

          §3. Woningen en gebouwen worden belast volgens de anciënniteit die ze opgebouwd hebben binnen de gewestelijke inventaris van onbewoonbaarheid en ongeschiktheid.

          Artikel 4: Vrijstellingen

          §1. Van de belasting is vrijgesteld:

          1. de houder van het zakelijk recht die de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en over geen enkele andere woning beschikt;

          2. de belastingplichtige die sinds minder dan twee jaar zakelijk gerechtigde is van de woning;

          §2. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning:

          1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

          2. geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

          3. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 36 maanden vanaf de beslissing tot bescherming;

          4. vernield werd ten gevolge van een door de bevoegde overheid erkende ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

          5. wordt gerenoveerd blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 2 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning. Een verlenging van 1 jaar is éénmaal mogelijk, mits indienen van een renovatiedossier zoals in 6° omschreven;

          6. wordt gerenoveerd zonder dat er een omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:

          a. een plan of tekening en enkele foto's van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;

          b. een plan of tekening van de toestand na renovatie als deze verschillend is van a;

          c. een overzicht van de niet omgevingsvergunningsplichtige werken die worden uitgevoerd;

          d. een raming van de kosten, vergezeld van offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken;

          e. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd.

          De aanvrager geeft toelating om de woning en de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De bevoegde overheid kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om 1 jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse codex Wonen.

          Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 1 jaar. De aanvraag voor een eerste en tweede verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling. De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          a. één of meer facturen van maximum 1 jaar oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde renovatiewerken;

          b. in geval punt e. van bovenstaande paragraaf niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

          7. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30, van de Vlaamse codex Wonen;

          8. in eigendom is van een sociale huisvestingsmaatschappij die hiervoor een door de VMSW goedgekeurd voorontwerp kan voorleggen en deel uitmaakt van een projectdossier dat is besproken op een lokaal woonoverleg van de gemeente.

          9. al onderworpen is aan de betaling van de heffing gespecifieerd in het ’gemeentelijk reglement Opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen’.

          §3. De anciënniteit van de opname in de inventaris blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling vervalt, de heffing zal worden berekend op basis van de inventarisatiedatum.

          §4. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast.

          Artikel 5: Vrijstellingsaanvraag

          De aanvraag tot vrijstelling van heffing dient schriftelijk te gebeuren voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na opname in de inventaris. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing. In dit stadium kan voor de voorbije termijn geen vrijstelling van heffing meer worden aangevraagd, maar kan er enkel nog bezwaar aangetekend worden tegen de belasting.

          Artikel 6: Wijze van inning

          De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

          Artikel 7: Betaaltermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

          Artikel 8: Bezwaarprocedure

          De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

          Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

          Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informaticasysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

          Bezwaarschriften kunnen per post (Diegemstraat 37, 1930 Zaventem) of via elektronische weg per e-mail (secretariaat@zaventem.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

          De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

          Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.  

          Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

          Artikel 9: Algemene bepaling

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

          Artikel 10: Inwerkingtreding

          §1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk belastingreglement betreffende een verordening ‘Heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen – gemeente Zaventem -aanslagjaren 2020-2025 van 25 november 2019. Woningen en kamers, behouden hun anciënniteit.

          §2. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere belastingreglementen.

          Artikel 11: Bekendmaking

          Deze verordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

        • Gemeentelijk reglement Opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen – aanslagjaren 2026-2031

          Het bestaande gemeentelijk belastingreglement betreffende leegstand en leegstandsheffing voor de aanslagjaren 2020-2025 dient te worden hernieuwd.

          Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De leegstandsbelasting dient als instrument om leegstand en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.

          Leegstand van woningen opsporen, registreren en aanpakken is een gemeentelijke bevoegdheid. Gemeenten hebben een ruime vrijheid om te bepalen hoe ze leegstand bestrijden, maar er zijn enkele basisvoorwaarden:

          • Gemeenten met een leegstandsregister moeten de definities uit de Vlaamse Codex Wonen (art. 2.9–2.14) gebruiken.
          • Nieuwbouw mag pas zeven jaar na de vergunning, zonder functiegebruik, als leegstaand worden beschouwd.
          • Schrapping uit het register gebeurt als het gebouw of de woning zes maanden volgens de functie wordt gebruikt.
          • De leegstandsregistratie geldt voor gebouwen zonder economische functie of met een economische functie op percelen kleiner dan 500 m², die niet onder het decreet van 19 april 1995 vallen.

           

          De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:

           

          De gemeente maakt vanaf 1 januari 2026 deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Mazavi. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

          Het reglement werd opgesteld met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van behoorlijk bestuur. 

          Wijzigingen bij art. 5

          De tarieven worden verhoogd met 10 procent (met afronding) teneinde de sterk gestegen index uit de vorige legislatuur deels op te vangen. 

          §3. De belasting op een gebouw of een woning die voor een eerste termijn van 12 opeenvolgende maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt:

             a) €1.500 --> 1650voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

             b) €500 --> 550 voor een individuele kamer of studentenkamer

          §4. Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

             a) €1.700 --> 1900 voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

             b) €700 --> 750 voor een individuele kamer of studentenkamer

          §5. Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

             a) €1.900 --> 2150 voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

             b) €900 --> 1000 voor een individuele kamer of studentenkamer

          TOEVOEGING §6. Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

             a) €2400voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

             b) €1200 voor een individuele kamer of studentenkamer

          Toevoeging bij artikel 7: vrijstellingen §2 objectgebonden vrijstellingen:

          8° het gebouw of de woning al onderworpen is aan de betaling van de heffing gespecifieerd in het ’gemeentelijk reglement Opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen’.

           

          Gelet op Artikels 56, § 1 40 §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB);

          Gelet op Artikel 41, 162 en 170 van de Grondwet;

          Gelet op Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

          Het bestuursdecreet van 7 december 2018;

          Gelet op Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021; 

          Gelet op Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief;

          Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 juni 2025 houdende het oprichten en de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel Mazavi”;

          Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen en indicaties ter bepaling van leegstand in de gemeente Zaventem en de heffing op leegstaande woningen en gebouwen – aanslagjaren 2020-2025; 

          Overwegende dat in 2025 een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld;

          Overwegende dat het aangewezen is dit belastingreglement te hernieuwen;

          Overwegende dat het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;

          Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente Zaventem beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt;

          Overwegende dat op basis van het Grond- en Pandendecreet gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden;

          Overwegende dat de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden;

          Overwegende dat de strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen enkel effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;

          Overwegende dat eigenaars van leegstaande woningen die een overeenkomst afsluiten met een erkend Sociaal Verhuurkantoor dat werkzaam is in de gemeente Zaventem, hun woning daarmee ter beschikking stellen van een specifieke doelgroep die een woning kan huren van een Sociaal Verhuurkantoor en zodoende bijdragen aan betaalbaar wonen voor die doelgroep;

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

          De inkomsten van deze belasting werden in de meerjarenplanning ingeschreven op artikel 73740000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen
          Onthouders: Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt dit reglement goed.

      • Beleid en organisatie

        • Retributiereglement op de gemeentelijke taken in verband met uitzettingen. Forfaitaire bedragen voor delving van de gedane kosten. Aanslagjaren 2026-2031.

          Het bestaande retributiereglement "Reglement op de gemeentelijke taken in verband met uitzettingen. Forfaitaire bedragen voor delving van de gedane kosten. Aanslagjaren 2021-2025" (GR/2021/203) eindigt op 31/12/2025 en dient bijgevolg hernieuwd te worden.

          Gelet op het feit dat er zeecontainers bezet zijn door opgeslagen goederen n.a.v. een uitzetting en de eigenaar de bezetting van de zeecontainers betaald heeft maar zijn opgeslagen goederen nog niet opgehaald;

          Gelet op het feit dat de gemeente deze zeecontainers niet verder kan gebruiken voor opgeslagen goederen n.a.v. uitzettingen omwille van het feit dat de eigenaar betaald heeft en de gemeente dus stricto sensu geen eigenaar is van deze goederen.

          Gelet op de Grondwet;

           

          Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;

           

          Overwegende dat in toepassing van de wet van 30/12/1975,  betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting, de gemeente verplicht is de goederen weg te halen en te bewaren;

           

          Overwegende dat bovengenoemde wet ondermeer bepaalt dat de gemeente vóór het verstrijken van de termijnen voorzien in de wet de teruggave van de goederen of van hun opbrengst afhankelijk mag stellen van de betaling door de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden van de kosten die door de gemeente werden gemaakt;

           

          Overwegende dat het bestaande retributiereglement "Reglement op de gemeentelijke taken in verband met uitzettingen. Forfaitaire bedragen voor delving van de gedane kosten. Aanslagjaren 2021-2025" (GR/2021/203) eindigt op 31/12/2025 en bijgevolg dient hernieuwd te worden.

           

          Overwegende dat gemeentebesturen de goederen 6 maanden dienen te bewaren, met uitzondering van goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid;

           

          Gelet op het feit dat de kosten die door de gemeente gedragen worden slaan op de inventarisering, vervoer en bewaring van de uitgezette goederen;

           

          Overwegende dat de gemeente Zaventem voor de tijdelijke opslag van goederen ten gevolge van uitdrijvingen gebruik maakt van zeecontainers;

           

          Overwegende dat voor grote uitdrijvingen, meer personeel, meer uren en meer stockageruimte nodig is, is differentiatie van het forfaitaire bedrag noodzakelijk;

           

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is daar deze minstens sinds 2021 ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

           

          Overwegende dat de betalingen hoofdzakelijk in contanten gebeuren aan de gemeentekas;

           

          Overwegende de moeilijke financiële toestand van de eigenaar van de uitgezette goederen;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente,

           

          Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen,

           

           

           

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Jean-Marc Mativa
          Onthouders: Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Patrick Delaunoy, Latifa Benallal
          Resultaat: Met 22 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 8 onthoudingen

          Artikel 1: Het reglement op de gemeentelijke taken in verband met uitzettingen, gestemd in de gemeenteraad van 27/09/2021 wordt opgeheven en vervangen door onderhavig reglement.


          Artikel 2: Tijdens de bewaringsperiode mag de eigenaar ten allen tijde zijn goederen opeisen, mits de betaling van een forfaitair bedrag van 143,00 euro voor de bezetting van één derde van de zeecontainer, € 220,00 voor de bezetting van de helft van een zeecontainer of € 440,00 voor de bezetting van een volledige zeecontainer ter delging van de door de gemeente gedragen kosten van inventarisering, vervoer en bewaring van de uitgezette goederen.  Daartoe stelt de eigenaar zich in verbinding met de Technische Dienst, aan wie hij het bewijs voorlegt van betaling van het forfaitair bedrag zijnde € 143, € 220 of € 440,00 aan de gemeentekas.  De eigenaar is verplicht al zijn opgeslagen goederen mee te nemen. Selectieve ophaling wordt niet toegestaan.

           

          Artikel 3: De eigenaar verbindt zich toe, aan de hand van een ondertekend document (voorgelegd bij de betaling van de bezetting van de zeecontainer) om de opgeslagen goederen op te halen binnen een periode van 14 dagen na betaling van het forfaitair bedrag. De betaling en volledige ophaling moet gebeuren binnen een termijn van 6 maanden na de uitdrijving. Na deze termijn worden de goederen van rechtswege eigendom van de gemeente.

           

          Artikel 4: Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 en volgende van het Decreet over het lokaal bestuur.

           

          Artikel 5: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        • Retributiereglement op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone 2026-2031

          Het gereglementeerd parkeren dient om de rotatie van het aantal beschikbare parkeerplaatsen te garanderen;

          Het retributiereglement betalend parkeren en parkeren blauwe zone dient vernieuwd te worden voor de jaren 2026-2031.

          Het Decreet Lokaal Bestuur.

          De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeentebesturen wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren;

          Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 9 januari 2007;

          Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaarten;

          Gemeenteraadsbeslissing de dato 27 april 2009;

          Collegebeslissing de dato 27 oktober 2009, houdende het concessioneren van het beheer van het betalend parkeren en controleren van de blauwe zones op de openbare weg;

          Gemeenteraadsbesluit van 22 december 2014 houdende verlenging retributiereglement op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone voor de dienstjaren 2015-2019;

          Gemeenteraadsbesluit van 29 januari 2018 houdende het retributiereglement op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone 2018 -2019;

          Gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019, houdende het retributiereglement op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone 2020 tot 2025;

          Gemeenteraadsbesluit van 26 oktober 2020, houdende het retributiereglement op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone 2020-2025;

          Gemeenteraadsbesluit van  23 oktober 2023 houdende Aanpassing retributiereglement parkeerbeleid - wijziging invorderingsprocedure.

          Wet 04/05/2023 - invoeging boek XIX "schulden van de consument".

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 8 onthoudingen

          De gemeenteraad neemt kennis van het voorstel tot hernieuwing van het retributiereglement betalend parkeren en parkeren blauwe zone.

          De gemeenteraad keurt het vernieuwde retributiereglement betalend parkeren en parkeren blauwe zone goed.

          Het retributiereglement betalend parkeren en parkeren blauwe zone luidt als volgt:

          RETRIBUTIEREGLEMENT op het betalend parkeren en op het parkeren in een blauwe zone  2026 -2031

           

          Art.1 Voor de dienstjaren - 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven op:

           Het betalend parkeren:

          Voor het parkeren van een motorvoertuig op de plaatsen waar de beperking van een parkeertijd gereglementeerd is en waar het gebruik van de parkeerautomaat verplicht is.

          Het parkeren in de blauwe zone:

          Voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg waar parkeren toegelaten is en waar een blauwe zonereglementering van toepassing is.

          Onder openbare weg wordt verstaan de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke of gewestelijke overheid.

          Onder een met een openbare weg gelijkgestelde plaats verstaat men de parkeerplaats gelegen op ,de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4§2 van de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten

           

          Artikel 2

          De retributie is verschuldigd door de titularis van de inschrijving van het voertuig in het repertorium van de motorvoertuigen.  De bestuurder van het voertuig, de titularis van de nummerplaat en de eigenaar van het voertuig zijn samen hoofdelijk en solidair aansprakelijk voor het betalen van de verschuldigde retributie.

           

          Artikel 3

          Betalend parkeren

          De Gemeente Zaventem heeft 1 zone voor betalend parkeren: Het Kerkplein te Zaventem

          In deze betaalparkeerzone is men verplicht een parkeerticket te nemen aan de betaalautomaat.

          Het parkeerticket aangekocht aan de parkeerautomaat, moet door de bestuurder zichtbaar achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

          Parkeren in de blauwe zone:

          De gebruiker van de parkeerplaats is verplicht zijn aankomsttijd aan te duiden op de parkeerschijf en deze zichtbaar aan te brengen achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

          De gebruiker van een motorvoertuig die de parkeerschijf foutief of niet zichtbaar in zijn voertuig plaatst, wordt steeds geacht te kiezen voor een langere parkeerduur dan die aangegeven op het verkeersbord.

          De oplaadpunten voor elektrische wagens in de blauwe zone, voorzien van de wettelijke signalisatie (het bord E9a met afbeelding van parkeerschijf en onderbord aanduiding voor elektrische voertuigen) mogen alleen gebruikt worden door elektrische voertuigen voor het laden. De duurtijd is gelijklopend met de duurtijd van de blauwe zone ( 2 uur, 4uur of 11 uur )

          De gebruiker dient hier eveneens de wettelijke parkeerschijf te gebruiken zoals hiervoor beschreven.

           

          Artikel 4

          Betalend parkeren

          1) De bestuurder kiest de gewenste  parkeerperiode tussen 9.00 u en 18.00 volgens de gebruiksmodaliteiten van de “PARKEERAUTOMATEN”, tegen betaling van een retributie van €0,25 per kwartier.

          Het eerste half uur is gratis.

          Bij niet gebruik van de parkeerautomaat, zoals hierboven bepaald, of bij het verstrijken
          van de op het ticket bepaalde parkeerduur, wordt een forfaitbedrag van € 25 per dag aangerekend dat niet overdraagbaar is naar een volgende kalenderdag.

           2) De BEWONERS, die voldoen aan de bepalingen van het Ministerieel Besluit van 3 mei 2004 en in het bezit zijn gesteld van een kaart “BEWONERSKAART” (voor deze zone) kunnen in afwijking van punt 1 gratis parkeren in de zone aangeduid op de bewonerskaart.

           3) Diegenen in het bezit van een gemeentelijke parkeerkaart, zoals artikel 10 bepaalt kunnen in afwijking van punt 1 van dit artikel, op de onder artikel 1 bedoelde plaatsen parkeren volgens de afwijkende bepalingen vermeld op de parkeerkaart.

           

           Parkeren in de blauwe zone:

          De retributie wordt als volgt vastgesteld:

          -      gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden.

          Een forfaitbedrag van € 25 per dag dat niet overdraagbaar is naar een volgende kalenderdag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.

           

          Artikel 5

          • De retributie op het betalend parkeren is verschuldigd van 9.00 uur tot  18.00 uur van maandag t/m vrijdag met uitzondering van wettelijke feestdagen en 11/07.
          • De retributie op het parkeren in de blauwe zone is verschuldigd van 7.00 uur tot 20.00uur van maandag t/m vrijdag met uitzondering van wettelijke feestdagen en 11/07.

           

          Artikel 6

          De mindervaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven retributies indien deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

          Worden eveneens vrijgesteld van de betaling van de voorgeschreven retributies:

          -      de politie- en brandweerdiensten, hulpdiensten en dienstvoertuigen van de gemeente Zaventem.

           

          Artikel 7

          Indien de parkeermeter of –automaat defect is moet de parkeerkaart "blauwe zone" zichtbaar gelegd worden op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig (art. 27 pt. 3.1.2. van de wegcode).

           

          Artikel 8

          De aangestelden van de gemeente Zaventem worden belast met het toezicht op de naleving van dit reglement, zoals de vaststelling van de overtredingen en de inning
          van de retributie.

          In afwijking op het bestaande reglement van 22 oktober 2007 , punt 10, houdende “Aanrekening kosten bij aangetekende ingebrekestelling bij inning achterstallige niet-fiscale vorderingen” wordt voor de retributie betalend parkeren een ander tarief aangerekend omdat het beheer ervan overgedragen werd aan een concessionaris.

           

          Minnelijke fase 

          Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald .

          De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing
          ( afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post ) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure ( hetzij B2B, hetzij B2C )  , met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler :

          Tav ondernemingen en buitenlandse nummerplaathouders :

          •       Eerste betaalherinnering  :  +10,00 euro

          •       Tweede betaalaanmaning : (10,00 euro) + 10,00 euro

          •       Minnelijke aanmaning gerechtsdeurwaarder :  tarief  burgerlijke en handelszaken
                   K.B. 30/11/1976 (niet limitatieve opsomming aanmaning met dreiging – inlichting –            
                   postzegel –dossierkost – kostprijs inlichtingen -   kwijtings-en inningsrecht)

          Tav consumenten en conform de wetgeving consumentenschulden ( Boek XIX – W.E.R. art 4.2 ea )

          •       Eerste betaalherinnering : gratis + wettelijke wachtperiode

          •       Ingebrekestelling door advocaat of gerechtsdeurwaarder met verhoging forfaitaire vergoeding
                   voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds :

          • 20,00 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan 150,00 euro
          • 30,00 euro vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen150,01 euro en 500,00 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 euro en 500,00 euro.
          • 65,00 euro vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500,00 euro met een maximum van 2000,00 euro als het verschuldigde saldo hoger is dan 500,00 euro.

          De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties . ( zie ook : Art XIX.4, 1° WER) .

           

          Gerechtsdeurwaarder

          Vervolgens en nog steeds in het geval van niet-betaling zal het dossier toevertrouwd worden aan een gerechtsdeurwaarder voor inning.

          De gerechtsdeurwaarder zet de invordering verder volgens de regels van het gemeen recht door middel van het organiseren van een ultieme poging tot minnelijke invordering met als doel om de invordering via gerechtelijke weg te vermijden.

           

          Gerechtelijke fase

          Bij niet-betaling na de ultieme minnelijke pogingen ondernomen door de gerechtsdeurwaarder, zal deze laatste de invordering gerechtelijk verder zetten.

          De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in de gerechtelijke fase van de invordering van de verschuldigde bedragen vallen ten laste van de debiteur van de retributie en zullen toegevoegd worden aan het initieel verschuldigd bedrag (bedrag van de retributie en administratieve kosten). Deze kosten, rechten en uitschotten worden berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 november 1976 dat het tarief vastlegt van de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van sommige toelagen.

           

          Artikel 9

          • De bewonerskaart
            Het systeem van het bewoner parkeren geldt enkel voor de inwoners van de straten die gelegen zijn in een zone betalend parkeren en de blauwe zone.
            Zij kunnen maximum twee bewonerskaarten aanvragen om te parkeren in  hun zone.
            Bewoners die buiten de hen toegewezen zone parkeren, zoals vermeld op de bewonerskaart, zijn onderhevig aan het betalen van een forfaitaire vergoeding van 25 Euro per dag tenzij een geldig geplaatste blauwe parkeerschijf of parkeerticket aanwezig is.
            De afbakening van de bewonerszones is een bevoegdheid van het college van burgemeester en Schepenen.

            Een bewonerskaart wordt gratis afgeleverd en is 2 jaar geldig vanaf de datum van uitgifte en geeft die inwoners die voldoen aan bepaalde voorwaarden de mogelijkheid hun wagens gratis en voor onbeperkte duur te parkeren in welbepaalde straten.
            De uitreiking van de bewonerskaarten is verbonden aan een aantal beperkende, wettelijk (M.B. 18/12/1991) opgelegde voorwaarden.
            Om een bewonerskaart te kunnen aanvragen, moet men gedomicilieerd zijn in een straat die behoort tot een zone betalend parkeren of blauwe zone.
          • Beschikt men over één wagen, dan heeft men recht op één bewonerskaart.
          • Op de kaart zal de nummerplaat van het betrokken voertuig worden vermeld.
          • Beschikt men over twee of meer wagens dan heeft men recht op maximum 2 bewonerskaarten

           

          • De bewonerskaart voor beperkt gratis parkeren op het Kerkplein te Zaventem

            Aan de bewoners van Zaventem ( alle deelgemeenten ) wordt een bewonerskaart uitgereikt beperkt voor het Kerkplein te Zaventem. Deze kaart geeft recht op gratis parkeren voor maximum 4 uur. Deze kaart zal samen met de wettelijke parkeerschijf gebruikt worden.
            Zij kunnen maximum twee bewonerskaarten aanvragen om te parkeren op het Kerkplein te Zaventem.
            Bewoners die buiten de hen toegewezen zone parkeren, zoals vermeld op de bewonerskaart, zijn onderhevig aan het betalen van een forfaitaire vergoeding van 25 Euro per dag tenzij een geldig geplaatste blauwe parkeerschijf of parkeerticket aanwezig is.
            De afbakening van de bewonerszones is een bevoegdheid van het college van burgemeester en Schepenen.
            Een bewonerskaart wordt gratis afgeleverd en is 2 jaar geldig vanaf de datum van uitgifte en geeft die inwoners die voldoen aan bepaalde voorwaarden de mogelijkheid hun wagens gratis en voor onbeperkte duur te parkeren in welbepaalde straten.
            De uitreiking van de bewonerskaarten is verbonden aan een aantal beperkende, wettelijk (M.B. 18/12/1991) opgelegde voorwaarden.
            Om een bewonerskaart te kunnen aanvragen, moet men gedomicilieerd zijn in een straat die behoort tot een zone betalend parkeren of blauwe zone.
          • Beschikt men over één wagen, dan heeft men recht op één bewonerskaart.
          • Op de kaart zal de nummerplaat van het betrokken voertuig worden vermeld.
          • Beschikt men over twee of meer wagens dan heeft men recht op maximum 2 bewonerskaarten

           

          Artikel 10

          De gemeentelijke parkeerkaart:

          Volgende doelgroepen kunnen een gemeentelijke parkeerkaart aanvragen:

          -      Gemeentelijke dienstvoertuigen:

          Voor de gemeentelijke dienstvoertuigen wordt een gratis parkeerkaart afgeleverd.

          Deze kaart is geldig in alle parkeerzones van de gemeente Zaventem.

          Op de kaart zal de nummerplaat van het betrokken voertuig worden vermeld.

          -      Zorgverstrekkers:

          Een zorgverstrekker die een RIZIV-erkenning heeft, alsook de zorgverstrekkers met attest van de verantwoordelijke instelling, kunnen een parkeerkaart aanvragen

          De kaart wordt gratis afgeleverd en is 2 jaar geldig vanaf de datum van uitgifte Deze kaart is geldig in alle parkeerzones van de gemeente Zaventem. De zorgverstrekker hoeft, in tegenstelling tot een bewoner, niet in Zaventem gedomicilieerd te zijn.

          Op de kaart zal de nummerplaat worden vermeld van het betrokken voertuig.

          -      Aannemers:

          Onder aannemer van werken wordt verstaan elke persoon, rechtspersoon of aangestelde ervan die als beroepsactiviteit heeft het bouwen, afbreken, verbouwen, renoveren, inrichten en/of herstellen van gebouwen en de daarin geplaatste uitrustingsgoederen.

          De aannemers, werklieden,… die hun werfwagens wensen te parkeren in de zone waar zij een werf hebben kunnen een parkeerkaart aanvragen.

          Voor € 25 per dag per voertuig kan voor de gehele duur van de geplande werken een gemeentelijke parkeerkaart worden aangevraagd. Deze is geldig in de straat waar de werken gebeuren. Er kunnen 2 kentekens op 1 kaart geplaatst worden, dus kan de kaart verlegd worden als men zich nu eens met het ene en dan met het andere voertuig naar de werf begeeft. Ook hier hoeft de aanvrager niet in Zaventem zijn domicilie te hebben.
          Bij de aanvraag dient men een bewijs voor te leggen dat deze parkeerkaart wel degelijk in verband staat met werken die worden uitgevoerd op het opgegeven adres.


          Dit kan gaan om:

          • een vergunning voor het plaatsen van verkeerssignalisatie (afgeleverd door de Verkeerstechnische afdeling van de lokale politie)
            of
          • een vergunning voor inname van het openbaar domein (afgeleverd door de Verkeerstechnische afdeling van de lokale politie )
            of
          • enig ander bewijsstuk in verband met de uit te voeren werken

          De parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar geplaatst worden aan de voorruit van het uitgerust dienstvoertuig. In ieder dienstvoertuig dat van het systeem gebruik maakt
          moet een parkeerkaart aanwezig zijn.

          Deze kaart opent niet het recht op een voorbehouden parkeerplaats. Voor elke andere inname of gebruik van het openbaar domein, die niet verantwoord is door voornoemde parkeerkaart ( b.v. enkel parkeren van dienstvoertuigen), blijft het gemeentelijk belastingreglement voor het gebruik van het openbaar domein van kracht.

           

          Artikel 11:

          Het retributiereglement treedt in voege vanaf 01 januari 2026..

        • Kennisname goedkeuring door toezicht van de jaarrekening 2024

          In zitting van 23 juni 2025 werd de jaarrekening 2024 goedgekeurd door de gemeenteraad.

          De jaarrekening 2024 werd bekendgemaakt op de website van lokaal bestuur Zaventem op 24 juni 2025.

          De toezichthoudende overheid werd in kennis gesteld van deze publicatie op de website.

          De digitale rapportering aan de toezichthoudende overheid gebeurde eveneens op 24 juni 2025.

          Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en in het bijzonder de artikelen 260 tot en met 262 en artikel 332, §1, derde lid.

          Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 17 tot en met 26.

          Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 2 tot en met 4.

          Art.1: De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de gouverneur betreffende de goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 van de gemeente en het OCMW Zaventem.

        • Meerjarenplan INTERZA

          Interza-Incovo heeft hun strategisch beleidsplan 2026-2031 samen met hun begroting voor het jaar 2026 aan de vennoten bezorgd.

          Tevens werden volgende documenten bezorgd:

          • overzicht van de overschotten vennoten 2026
          • Vaststelling van de presentiegelden en vergoedingen
          • kapitaalaanpassingen
          In zitting van 17 november 2025 heeft het college kennis genomen van het strategisch beleidsplan en de begroting 2026. 

          In deze zitting heeft college beslist dat :

          • er 2 beleidsplannen moeten opgemaakt worden - een beleidsplan voor Interza en een beleidsplan voor Incovo.
          • het beheer van de afvalbakjes moeten onder 1,5 of 1,6 ipv 2 (pag.30)
          • het voorstel gedaan wordt om een akkoord gegeven voor de begroting 2026 maar niet voor het volledige meerjarenplan.
          • Het strategische beleidsplan en de begroting voor 2026 zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de eerstvolgende gemeenteraad.
          Op de eerstvolgende algemene vergadering zullen de opmerkingen van het college voorgelegd worden.

           

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Erik Rennen
          Onthouders: Jean-Marc Mativa
          Resultaat: Met 31 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 onthouding

          De gemeenteraad neemt kennis van het strategisch beleidsplan 2026-2031 van Interza-Incovo en de begroting van 2026.

          De gemeenteraad keurt het strategisch beleidsplan 2026-2031 en de begroting 2026 goed.

      • Boekhouding

        • Politiebegroting 2026 - goedkeuring definitief ontwerp.

          Saldo vorige jaren

           

          Saldo vorige jaren – € 2.639.095,72

           

          Om de begroting in evenwicht te houden, werd rekening gehouden met een prognose van het batig resultaat van 2.639.095,72 EUR. Deze prognose zou worden gerealiseerd in volgende onderdelen:

           

          -      Er wordt een overschot in de lonen verwacht in het begrotingsjaar 2025.

          -      Er wordt rekening gehouden met enkele toelagen die men in 2025 nog verwacht te krijgen, maar waarvoor voorlopig nog geen kredieten mogen worden ingeschreven

          -      Er werd reeds een overschot verwacht bij de budgetwijziging 2/2025, hetgeen nu in rekening wordt gebracht.

           

          Gewone dienst:

           

          Gewone uitgaven - personeelskosten (70) € 11.264.229,00

           

          De personeelsuitgaven werden geraamd op basis van de budgetten die vorig boekjaar in de begroting werden opgenomen. Er werd een voorziene indexatie opgenomen van 2%.

           

          De presentiegelden van de raadsleden werden voorzien op art. 33000/111-22;

           

          De niet-prestatiegebonden toelagen worden samen met de wedden opgenomen op de economische codes 111-01. Voor het personeel dat in het NAVAP-traject werd opgenomen werd de wedden en toelagen opgenomen onder de economische code 111-10;

           

          Voor de secretaris van de politiezone werd op art. 33098/111-01 95% van de mandaattoelage voorzien, evenals voor de bijzondere rekenplichtige op art. 33099/111-01;

           

          De weekend-, nacht- en overuren werden in de begroting opgenomen onder art. 33001/111-08 en 33001/113-08 voor het operationeel kader, onder 33091/111-08 en 33091/113-08 voor het administratief en logistiek kader;

           

          Het vakantiegeld van personeel werd opgenomen onder de economische code 112-01, voor personeel dat in het NAVAP-traject werd opgenomen werd het vakantiegeld opgenomen onder de economische code 112-10;

           

          Diverse RSZ-bijdragen die ten laste zijn van de werkgever werden opgenomen onder de economische codes 113-01, 113-08 en 113-21. De te betalen responsabiliseringsbijdrage werd opgenomen onder de economische code 113-48;

           

          Vergoedingen voor woon-werkverkeer werden opgenomen onder de economische code 115-01;

           

          De uitgifte van maaltijdcheques werd voorzien op art. 33001/115-41;

           

          De premies die ten laste zijn van de werkgever voor de verzekering arbeidsongevallen, werden opgenomen onder de economische code 117-01 en 117-02.

           

          Tot slot werden de bijdragen aan de gemeenschappelijke sociale dienst opgenomen onder de economische code 118-01.

           

           

          Gewone uitgaven - werkingskosten (71) – € 2.633.151,75

           

          Er zullen regelmatig evaluaties en controles gebeuren van de personeels- en werkingskosten zodat de kredieten tijdig kunnen bijgestuurd worden. Elke maand wordt een inschatting worden gemaakt van hoe de personeelsuitgaven zich verhouden tot hun kredieten. Ook voor de werkingsmiddelen zal deze controle courant gebeuren.

           

           

          Gewone uitgaven - overdrachten (72) – € 12.000,00

           

          De tussenkomst in de vakbondpremies werden gebudgetteerd onder art. 33000/415-02.

           

           

          Gewone uitgaven - schuld (7X) – € 749.600,00

           

          De intrest- en aflossingslasten, zowel van de opgenomen als van de nog op te nemen leningen, worden globaal voorzien op art. 33000/211-01 en 33000/911-01.

           

          Op art. 33000/215-01 en 33000/215-02 werd een totaal van 500,00 euro opgenomen voor nalatigheid- of moratoriumintresten en gelijkaardige intresten. Het betreft hier een princiepkrediet.

           

           

          Gewone ontvangsten - prestaties (60) – € 148.600,00

           

          Het gaat hier vooral om ramingen van:

          - Terbeschikkingstelling van infrastructuur aan andere politiezones tegen betaling

          - Terugvorderingen van personeelsuitgaven, waaronder de maaltijdcheques en ten onrechte uitbetaald nettoloon

          - Verhuring van roerende goederen (materieel, uitrusting…)

           

          Gewone ontvangsten - overdrachten (61) – € 11.724.300,68

           

          De dotaties, uitgezonderd de sociale toelage II en de federale toelage verkeersveiligheid, worden opgenomen zoals voorzien in de voorlopige omzendbrief PLP 67.

           

          De federale toelagen aan de politiezone omvat onder andere:

          - de federale basistoelage - art. 33000/465-48 – € 2.298.905,67

          - de bijkomende federale toelage - art. 33004/465-48 – € 113.361,59

          - de federale sociale toelage I, ter gedeeltelijke compensatie van de inzake wedden verschuldigde sociale bijdragen aan de R.S.Z.P.P.O. - art. 330/465-02 – € 582.406,84

          - de federale toelage inzake de individuele en collectieve uitrusting handhaving openbare orde - art. 33003/465-48 – € 964,85

          - de federale toelage overeenkomst verkeersveiligheid - art. 33005/465-48 – € 546.252,42

          - de federale toelage voor bijkomende specifieke initiatieven - €9.689,20

          - de federale toelage Salduz - €4.046,28

          - de federale toelage naar aanleiding van het sectoraal akkoord uit 2018 – €10.574,66

          - de federale toelage naar aanleiidng van het sectoraal akkoord uit 2022 - €278.641,17

           

          De bedragen zullen via de eerste budgetwijziging in 2026 aangepast worden naar de meest recente omzendbrief die op dat moment beschikbaar is.

           

          De federale sociale toelage II, ter compensatie van de meerkost inzake de patronale sociale zekerheidsbijdragen op de toelagen, premies en vergoedingen van de personeelsleden van de politiezones - art. 33001/465/02 – werd geraamd op €185.000,00

           

          De bedragen van volgende federale dotaties zijn nog niet gekend en worden daarom geraamd op basis van vorige jaren

          -      Bijdrage van de hogere overheden voor personeelsuitgaven – NAVAP,

          art. 33003/465-02: €35.000,00

           

          Er worden nog enkele andere ontvangsten voorzien voor het totaal van €200.000,00. Het betreffen voornamelijk:

          -      Vergoedingen ontvangen voor uitgaande detacheringen

          -      Terugvorderingen van de verzekering naar aanleiding van arbeidsongevallen

           

          Tot slot werden de gemeentelijke toelage voorzien om de begroting in evenwicht te houden als volgt voorzien:

           

          -      €7.459.458,00 gemeentelijke exploitatietoelage

           

           

          Gewone ontvangsten - schuld (62) – € 11.000,00

           

          Het totale bedrag bestaat uit te verwachten creditinteresten en dividenden op aangehouden aandelen die de zone verwacht te realiseren naar aanleiding van de gunstige evolutie op de financiële markten.

           

           

          Buitengewone dienst

           

          Het totaal van de geraamde investeringen bedraagt € 733.830,20

           

          Deze worden gefinancierd met:

          -      Een investeringstoelage van de gemeente Zaventem voor €500.000

          -      Een verwacht overschot in de buitengewone dienst van €233.830,20

           

           

          De investeringen voor 2026 zijn:

          - uitrusting en buitengewoon onderhoud van het commissariaat: € 20.000,00

          - aankoop meubilair: € 5.000,00

          - aankoop informaticamaterieel 1: € 172.710,20

          - aankoop ander bureaumaterieel: € 7.350,00

          - aankoop van fietsen en motorfietsen: € 0,00

          - aankoop voertuigen: € 225.000,00

          - aankoop materieel: € 303.770,00

           

          Gelet op het koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie, inzonderheid titel II de “de begroting” – hoofdstuk III “de begrotingswijzigingen”;

          Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst (WGP) gestructureerd op twee niveaus; voornamelijk de artikelen 40, 71 tot 75 en 248;

          Gelet op de ministeriële omzendbrief PLP 67 van betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2026 ten behoeve van de politiezones.

          De gemeentelijke dotatie van de gewone dienst (exploitatietoelage) wordt vastgesteld op het artikel 33001/485-48 voor 7.459.458,00 €.

          In de buitengewone dienst werd een investeringstoelage voorzien door de gemeente Zaventem op het artikel 33001/685-51 voor 500.000,00 €.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Latifa Benallal
          Onthouders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 24 stemmen voor, 1 stem tegen, 8 onthoudingen

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de begroting 2026 van de Politiezone Zaventem als bijlage goed.

        • Prijssubsidie AGB: Bepaling van de prijssubsidiefactors vanaf 01/01/2026

          Overwegende dat de prijssubsidie van de gemeente Zaventem aan het AGB Zaventem de mogelijkheid biedt om positief operationeel resultaat te boeken en zich zodoende conformeert aan de recente beslissingen van de BTW-administratie;

          Overwegende dat voor de sport-, culturele en bibliotheekinfrastructuur geëxploiteerd door het AGB Zaventem een gemiddelde inkomsten en uitgaven berekend worden;

          Overwegende dat de gemeente prijssubsidie verleent aan het AGB Zaventem voor de toegang tot de sport-, cultuur- en bibliotheekinfrastructuur en zo het verschil tussen de prijs die de eindgebruiker betaalt en de kostprijs van de toegang bijpast;

          Overwegende dat de gemeente erkent dat op basis van de herevaluatie van de gesubsidieerde toegangsgelden, de voorziene toegangsprijzen (excl. BTW) voor recht op toegang tot sportinfrastructuur (zwembad en sporthallen), het cultuurcentrum” De Factorij” en de bibliotheek de prijsfactor dient gewijzigd te worden.

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Onthouders: Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock
          Resultaat: Met 25 stemmen voor, 8 onthoudingen

          Artikel 1. De gemeenteraad besluit om de voorziene prijssubsidie factors voor recht op toegang tot de sportinfrastructuur(zwembad en sporthallen), het cultuurcentrum "De Factorij" en de bibliotheek vanaf 01/01/2026  als volgt te bepalen:

          • Voor de activiteiten sport: een prijssubsidiefactor van 3,60 excl. BTW  op alle verhuringen.
          • Voor de activiteiten cultuur: een prijssubsidiefactor van 56,60 excl. BTW op alle bezoekers.
          • Voor de bibliotheek: een prijssubsidiefactor van 1,50 excl. BTW op bezoekers, alsook een prijssubsidiefactor van 1,50 Excl. BTW op ontleningen en hernieuwingen
      • Financieel directeur

        • Meerjarenplan AGB 2026-2031 BBC3.0. Goedkeuring.

          Het meerjarenplan 2026-2031, met vaststelling van de kredieten 2026-2031, als bijlage wordt goedgekeurd met volgende samenvatting:

           

          Gelet op artikels 235 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de bevoegdheid tot de opmaak van een meerjarenplan door de raad van bestuur;

          Gelet op artikel van het decreet lokaal bestuur houdende de verplichting van het AGB om het meerjarenplan ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad;

          Gelet op de hernieuwde beheersovereenkomst afgesloten tussen de gemeente en het AGB Zaventem in vergadering van 23 september 2019;

          Gelet op artikel 37 van de gewijzigde statuten van het AGB Zaventem van 23 september 2019;

          Gelet op het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen;

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 en de latere wijzigingen betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 en de latere wijzigingen tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);

          Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 -betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

          Gelet op het gunstig advies van het managementteam;

          Overwegende dat de financiële nota verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd en dat de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische opties worden weergegeven;

          Financiële samenvatting:

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Joren Stultjens
          Resultaat: Met 21 stemmen voor, 11 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1 :

          Het vastgesteld meerjarenplan AGB 2026-2031, met kredieten 2026-2031, als bijlage wordt goedgekeurd door de gemeenteraad van Zaventem.

        • Aanpassing Meerjarenplan AGB 2020-2028 BBC2.0. Goedkeuring.

          Het aangepast meerjarenplan 2020-2028, met wijziging van de kredieten 2025 en vaststelling van de kredieten 2026, als bijlage wordt goedgekeurd met volgende samenvatting:

           

          Gelet op artikels 235 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de bevoegdheid tot de opmaak van een meerjarenplan door de raad van bestuur;

          Gelet op artikel van het decreet lokaal bestuur houdende de verplichting van het AGB om het meerjarenplan ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad;

          Gelet op de hernieuwde beheersovereenkomst afgesloten tussen de gemeente en het AGB Zaventem in vergadering van 23 september 2019;

          Gelet op artikel 37 van de gewijzigde statuten van het AGB Zaventem van 23 september 2019;

          Gelet op het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en de latere wijzigingen;

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 en de latere wijzigingen betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 en de latere wijzigingen tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);

          Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 -betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;

          Gelet op het gunstig advies van het managementteam;

          Overwegende dat de financiële nota verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd en dat de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische opties worden weergegeven;

          Financiële samenvatting:

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Joren Stultjens
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 12 stemmen tegen, 1 onthouding

          Artikel 1 :

          Het vastgesteld aangepast meerjarenplan AGB 2020-2028, met wijzigingen van de kredieten van 2025 en vaststelling van de kredieten 2026, als bijlage wordt goedgekeurd door de gemeenteraad van Zaventem.

        • Meerjarenplan gemeente en OCMW 2026-2031

          Het meerjarenplan 2026-2031 bevat het geïntegreerd budget van de gemeente en het OCMW.

          Gelet op het decreet lokaal bestuur;

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 van de Vlaamse regering die de structuur van het meerjarenplan 2026-2031 en de bijhorende documentatie van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus beschrijft;

          Het meerjarenplan is financieel in evenwicht zoals vereist in artikel 16 van het BVR BBC van 30 maart 2018.

          Het meerjarenplan 2026-2031 wordt voorgelegd met volgende samenvatting: 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Joren Stultjens
          Resultaat: Met 19 stemmen voor, 13 stemmen tegen, 1 onthouding

          Art. 1. Het geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente en het OCMW, als bijlage, wordt vastgesteld voor het deel dat de gemeente betreft.

          Art. 2. Het geïntegreerd aangepast meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente en het OCMW, als bijlage, wordt goedgekeurd voor het deel dat het OCMW betreft.

          Art. 3. Hierdoor wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld en goedgekeurd.

          Art. 4. Deze beslissing heeft uitwerking vanaf 15/12/2025.

        • Aanpassing meerjarenplan gemeente en OCMW 2020-2028 : vaststelling deel gemeente - goedkeuring deel OCMW en definitieve vaststelling van het geheel

          Het aangepast meerjarenplan 2020-2028 bevat het geïntegreerd budget van de gemeente en het OCMW.

          Gelet op het decreet lokaal bestuur;

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);

          Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);

          Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 van de Vlaamse regering die de structuur van het meerjarenplan 2026-2031 en de bijhorende documentatie beschrijft;

           

          Het aangepast meerjarenplan 2020-2025 (verlengd tot 2028) wordt voorgelegd met volgende samenvatting:

           

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Sultan Poyraz
          Onthouders: Joren Stultjens
          Resultaat: Met 19 stemmen voor, 13 stemmen tegen, 1 onthouding

          Art. 1. Het geïntegreerd aangepast meerjarenplan 2020-2028 van de gemeente en het OCMW, met wijziging van de kredieten 2025 en vaststelling van de kredieten 2026, als bijlage, wordt vastgesteld voor het deel dat de gemeente betreft.

          Art. 2. Het geïntegreerd aangepast meerjarenplan 2020-2028 van de gemeente en het OCMW, met wijziging van de kredieten 2025 en vaststelling van de kredieten 2026, als bijlage, wordt goedgekeurd voor het deel dat het OCMW betreft.

          Art. 3. Hierdoor wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld en goedgekeurd.

          Art. 4. Deze beslissing heeft uitwerking vanaf 15/12/2025.

        • Vergoedingsreglement voor de verkoop van afvalzakken door handelszaken - aanslagjaren 2026-2031.

          Overwegende dat het wenselijk is dat de vergoeding afhankelijk is van het afnamevolume en dat er voor de eerste afnames een hogere vergoeding toegekend wordt zodat kleine handelszaken aangemoedigd blijven om de huisvuilzakken te verkopen zodat de burgers steeds dicht bij huis huisvuilzakken kunnen aankopen en dat tegelijk hiermee de gemeentelijke diensten kunnen ontlast worden;

          Overwegende dat vanaf 1 januari 2017 het intergemeentelijk samenwerkingsverband Interza gemachtigd is om de contantbelasting voor het gebruik van de zakken voor restafval en pmd te innen;

          Overwegende dat Interza vanaf dan ook instaat voor de uitbetaling van de vergoedingen die ze nadien aan de gemeente Zaventem zal doorrekenen;

          Overwegende dat de gemeenteraad op 24/4/2023 een retributiereglement stemde met betrekking tot de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen;

          Gelet op het decreet lokaal bestuur, meer bepaald artikel 40 § 3;


          Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 26 juni 2023 "vergoedingsreglement op de verkoop van afvalzakken door handelszaken - aanslagjaren 2020-2025 (aanpassing);


          Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 24 april 2023 Retributiereglement met betrekking tot de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, dat in werking trad op 1/6/2023 en eventueel latere wijzigingen;


          Overwegende dat het billijk is dat een vergoeding wordt gegeven aan de handelszaken die de afvalzakken verkopen.

          De opbrengsten zullen geboekt worden op MJP000192: Tegemoetkoming aan leveranciers voor verkoop huisvuilzakken Zaventem. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1

          Er wordt een vergoeding gegeven aan de handelaars die de uniforme afvalzak met Interza-logo verkopen in Zaventem.

          Artikel 2

          De nettovergoeding (= exclusief btw) bedraagt 4% op de verkochte afvalzakken voor de eerste schijf van 25.000 euro van het kalenderjaar.

          De nettovergoeding (= exclusief btw) bedraagt 1,5 % op de verkochte afvalzakken boven de eerste schijf van 25.000 euro in één kalenderjaar.

          De vergoeding wordt door Interza per kwartaal uitbetaald.

           

          De handelaars zijn verplicht de huisvuilzakken te verkopen tegen de vastgelegde tarieven van de gemeente Zaventem (retributiereglement met betrekking tot de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (GR 24/04/2023) en eventueel latere wijzigingen).

           

          Interza geeft per kwartaal aan de handelaars een voorstel tot opeisbare vergoeding. De handelaars hebben vanaf die datum 3 maanden tijd om de vergoeding aan te vragen bij Interza.

           

          Artikel 3

          De handelaar mag de huisvuilzakken niet verkopen aan handelaars buiten het grondgebied van Zaventem of zelf verkopen buiten het grondgebied van Zaventem. Bij overtreding hiervan wordt de uitbetaalde vergoeding van een periode van 12 maand teruggevorderd.

          Artikel 4

          Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Het is geldig tot en met 31 december 2031.

      • Middenstand

        • Contantbelasting op de afgifte van een horecavergunning. Aanslagjaren 2026-2031.

          Gelet op artikelen 41, 162 en 170 Grondwet;

          Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur;

          Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

          Gelet op het reglement tot het verkrijgen van een horecavergunning, gestemd in de gemeenteraad op 25/3/2019 (en eventueel latere wijzigingen);

          Gelet op het feit dat het administratief en technisch onderzoek -waarbij wordt nagegaan of de horecazaak voldoet aan de voorwaarden van de algemene regelgeving en aan de voorwaarden en reglementen die in Zaventem van toepassing zijn- arbeidsintensief is, is het aangewezen dat de gemeente hiervoor een belasting vraagt;

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

          Overwegende dat een verhoging van de tarieven billijk is omdat deze reeds minstens 6 jaar ongewijzigd zijn bij een hoge inflatie;

          Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;

           

           

           

          De inkomsten van deze belasting worden ingeschreven op artikel 73180000 (MAR CODE)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Véronique Pilate, Frederic De Gandt, Sara Kurt, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Sevgi Dönmez
          Tegenstanders: Roger Artois, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Jean-Marc Mativa, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Latifa Benallal, Jean-Guy Defraigne
          Resultaat: Met 22 stemmen voor, 11 stemmen tegen

          Artikel 1 : Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een contantbelasting gevestigd op de afgifte van een horecavergunning.

          Artikel 2 : Definitie horecavergunning

          Voor de definitie van een horecavergunning en de voorwaarden om een horecavergunning te kunnen verkrijgen, verwijzen wij naar het reglement tot het verkrijgen van een horecavergunning (gestemd in de Gemeenteraad van 25/3/2019 en eventueel latere wijzigingen).

          Artikel 3 : belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de begunstigde van de vergunning.

          De uitbaters van de horecazaak zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

          Artikel 4 : Berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting wordt vastgesteld als volgt : 55 euro per afgeleverde horecavergunning.

          Artikel 5 : 

          De belasting moet zonder uitstel worden betaald.

          Wanneer de betaling niet zonder uitstel kan worden geïnd, wordt deze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

          Artikel 6 : 

          De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

          Artikel 7 : 

          Dit reglement zal worden afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur.

    • -46- Algemene Milieuproblematiek - Duurzaamheid

      • Milieu

        • Samenwerkingsovereenkomst 2026–2031 tussen de Gemeente Zaventem en Kiemkracht vzw betreffende een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) – organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen) – Goedkeuring

          Gelet op de gemeenteraadsbeslissing d.d. 28.01.2014, houdende goedkeuring van de Samenwerkingsovereenkomst 2014-2015 tussen de provincie Vlaams-Brabant, de gemeenten en Pro Natura vzw. in het kader van de verduurzaming van het project ‘Intergemeentelijke Natuur- & Landschapsploegen’;
          Gelet op het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst 2014-2015, verlengd voor 2016, 2017 en 2018-2019, in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), zijnde de organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen), ondertekend op 5 maart 2018;
          Gelet op de beraadslaging van het schepencollege van 29 januari 2018 (CBS/2018/176) aangaande de verderzetting van de samenwerking met vzw Pro Natura voor inzet Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteam en Properteam met aanpassing van het aantal in te zetten voltijdsequivalenten (VTE);
          Op 28 augustus 2017 (CBS/2017/2345) besliste het schepencollege om verder te werken met de vzw Pro Natura voor de periode 2018 – 2019. Er werd toen nog wel niet beslist om het aantal in te zetten VTE te verhogen, het college oordeelde dat deze beslissing moest genomen worden in het kader van de budgetbesprekingen;
          Gelet op gemeenteraadsbeslissing met referentie GR/2019/367 waarin de INL-samenwerkingsovereenkomst voor periode 2020-2025 werd goedgekeurd;
          Gelet op de de budgetbesprekingen in het kader van het MJP 2026-2031.

          De Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (afgekort INL-ploegen) werden voorheen door de provincie gefaciliteerd en gecoördineerd. Lokale besturen konden participeren, met als doel enerzijds het lokale en provinciale biodiversiteit- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven, anderzijds uitvoering te geven aan de beleidsdoelstelling om duurzame tewerkstelling te realiseren voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

          De provincie Vlaams-Brabant verlengt de overeenkomst niet terwijl de diensten van de INL-ploegen in Zaventem zeer gewaardeerd zijn. Sociaal kwetsbare doelgroepen worden ingeschakeld om via de INL-ploegen belangrijk ecologisch natuurwerk uit te voeren.
          Kiemkracht vzw (naam na fusie tussen Pro Natura en Spoor 2) stelt een nieuwe overeenkomst voor, zonder tussenkomst van de provincie maar met dezelfde diensten. De voorgestelde overeenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031. De gemeente Zaventem maakte in het verleden reeds zeer dankbaar gebruik van voorgaande samenwerkingsovereenkomsten om allerhande natuur gerelateerde projecten vorm te geven en zogenaamd onrendabel natuurwerk te laten uitvoeren. Kiemkracht vzw staat garant voor een kwalitatieve aanpak door deskundige arbeiders met omkadering. Door de inzet van sociaal kwetsbare doelgroepen wiens afstand tot de reguliere arbeidsmarkt ver is, wordt ook een belangrijk sociaal doel nagestreefd: het begeleiden van deze groep naar de reguliere arbeidsmarkt (opzet doelgroepwerking).
          Een inzet van 6,34 VTE wat overeenkomt met 9.193 werkuren (opnieuw beslaat 1 VTE 1.450 werkuren).

          Beleidsmatige context en maatschappelijke relevantie:

          De INL-ploegen vervullen een dubbele maatschappelijke opdracht:
          1. Ecologisch – zij dragen concreet bij aan de uitvoering van het lokale biodiversiteits- en klimaatbeleid via natuur- en landschapsbeheer op het terrein;
          2. Sociaal-economisch – zij creëren duurzame tewerkstelling voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die worden begeleid richting reguliere tewerkstelling.
          De Gemeente Zaventem maakte in het verleden reeds dankbaar gebruik van deze samenwerking voor talrijke projecten in het kader van natuurontwikkeling en biodiversiteit.
          Kiemkracht vzw staat garant voor een kwalitatieve uitvoering door deskundige medewerkers, ondersteund door terreinbegeleiders en regiomanagers.
          De inzet van 6.34 VTE (=  9.193 werkuren) blijft noodzakelijk gelet op het groeiende groen- en natuurpatrimonium van de Gemeente Zaventem.
          De samenwerkingsovereenkomst voorziet bovendien bijkomende engagementen op het vlak van coördinatie, personeelsbegeleiding, communicatie en projectontwikkeling.

          Niet alleen arbeid:

          Door de samenwerkingsovereenkomst worden niet alleen arbeidsuren aangekocht, elke partner heeft een aantal bijkomende engagementen.
          Om de samenwerking optimaal te laten verlopen stelt Kiemkracht vzw projectmedewerkers aan, met als taken natuurontwikkeling, personeelswerk en coördinatie.
          1. Natuurontwikkeling: samen met de bevoegde administratie van het lokaal bestuur de acties uit het INL-jaarprogramma verder uitwerken. Planmatig de voorbereiding en uitvoering van de verschillende acties organiseren en zorgen dat het lokaal bestuur een concrete planning opstelt die verder kan uitgewerkt en opgevolgd worden door de regiomanager en terreinbegeleider. Het aanspreekpunt zijn – in samenspraak met de regiomanager en terreinbegeleider – voor het lokaal bestuur voor alle zaken die met de uitvoering van de projecten en het jaarprogramma te maken hebben.
          2. Personeelswerk: instaan voor de persoonlijke begeleiding van de INL-medewerker en begeleiding naar de doorstroom naar het normale economische circuit na maximum 5 jaar.
          3. Via de persoonlijke ontwikkelingsplannen (POP) alle informatie over de werknemers verstrekken aan de Vlaamse en Federale overheid.
          4. Coördinatie: instaan voor de algemene coördinatie van het project.
          Kiemkracht vzw voorziet eveneens regiomanagers en terreinbegeleiders zodat de verschillende projecten en acties op het terrein naar behoren kunnen uitgevoerd worden en de ploegen met doelgroep medewerkers steeds kunnen werken onder begeleiding. De regiomanager en terreinbegeleiders coördineren op verschillende niveaus de uitvoering van de werken en staan samen met de projectmedewerkers in voor de oplevering van de werken.
          Elke ploeg wordt geleid door een terreinbegeleider. Verschillende ploegen in dezelfde regio worden ondersteund en gecoördineerd door een regiomanager.
          Gedurende de uitvoering van de jaarprogramma’s zal de natuurontwikkelaar van Kiemkracht vzw de lokaal besturen bijstaan in:
          • De voorbereiding van de acties die volgen uit het INL-jaarprogramma jaar x+1, zonder evenwel concrete plannen uit te tekenen;
          • De nodige communicatie die moet geleverd worden aan de buitenwereld (voorbereiden persmomenten, verspreiden info in gemeentelijke en regionale context, informeren
          omwonenden);
          • Zoeken naar extra middelen om de projecten te financieren (provinciale subsidies, subsidies ANB, …).

          Een budgetuitbreiding en aanvullende opdracht worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van artikel 38 van het Koninklijk Besluit Uitvoering Overheidsopdrachten, alsook de relevante wetgeving inzake overheidsopdrachten.

          De wijziging wordt aangemerkt als niet-wezenlijk, aangezien deze:
          • onder de geldende aanbestedingsdrempels blijft;
          • minder bedraagt dan 10% van de oorspronkelijke opdrachtwaarde (voor leveringen en diensten) of 15% (voor werken);
          • de aard van de opdracht niet wezenlijk wijzigt.

          De inzet van 6,34 VTE (en indien nodig wat meer, rekening houdende met de hierboven omschreven paragraaf aangaande een budgetuitbreiding en aanvullende opdracht) in Zaventem is noodzakelijk gelet op het in de voorbije jaren nieuw gerealiseerde gemeentelijk groen- en natuurpatrimonium dat nog zal worden uitgebreid. Jaarlijks wordt een kwalitatief jaarprogramma opgesteld dewelke na goedkeuring door het college gevalideerd wordt. Zo wordt de kwaliteit ervan gewaarborgd.

          Juridische en beleidsmatige motivering:

          Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

          De College- en Gemeenteraadsbeslissingen vermeld in de omschrijving van deze beraadslaging;

          Discretionaire bevoegdheid en DAEB-karakter:

          Volgens de Europese regelgeving beschikt elke overheid – dus ook een lokaal bestuur – over een discretionaire bevoegdheid om een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) in het leven te roepen.
          Het betreft activiteiten die economisch van aard zijn, maar die een duidelijk maatschappelijk belang dienen dat zonder overheidsingrijpen niet of onvoldoende door de markt zou worden opgenomen.
          Het lokaal bestuur kan aldus beslissen dat de activiteiten van Kiemkracht vzw onder de DAEB-regeling vallen.
          Het Agentschap Binnenlands Bestuur ontwikkelde hiervoor een afwegingskader subsidie – overheidsopdracht, waarin wordt bepaald dat een overheid kan kiezen voor een subsidie in de vorm van een DAEB wanneer de activiteit hoofdzakelijk vanuit een maatschappelijke doelstelling wordt georganiseerd.
          De werking van Kiemkracht vzw voldoet aan deze criteria, aangezien zij via de INL-ploegen sociaal kwetsbare doelgroepen inschakelt voor maatschappelijk onrendabel natuur- en landschapsbeheer.
          Altmark-arrest en controle op compensatie:
          Het Altmark-arrest (HvJ-EG, zaak C-280/00) verduidelijkt dat er bij een DAEB geen sprake mag zijn van overcompensatie. Dit kan worden vermeden door:
          • een transparante en vooraf bepaalde berekeningsmethode;
          • controle door een onafhankelijke externe instantie;
          • een vergoeding die niet hoger is dan de kosten voor het uitvoeren van de dienst, vermeerderd met een redelijke winst.
          Deze principes zijn integraal opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst met Kiemkracht vzw.
          De financiële berekeningswijze is duidelijk omschreven en de controle op compensatie gebeurt via een onafhankelijke revisor.
          De juridische onderbouwing van deze regeling werd eerder uitgewerkt door de Provincie Vlaams-Brabant samen met een gespecialiseerd advocatenkantoor en wordt ongewijzigd overgenomen in de huidige overeenkomst.
          Op basis van deze overwegingen is het juridisch en beleidsmatig verdedigbaar en wenselijk om de samenwerking met Kiemkracht vzw onder te brengen binnen het DAEB-kader in plaats van via een klassieke overheidsopdracht.

          In de voorbije legislatuur en in de opmaak van het nieuwe MJP 2026-2031 waren en zijn hiervoor voldoende kredieten voorzien.

          Voorbije legislatuur en 2025: AC000340 -- Sensibilisering en activering van gemeentelijke diensten, bevolking en bedrijven in functie van het -- OMG -- MJP003819 -- samenwerking met Pro-Natura (bescherming van de biodiversiteit en de landschappen) (MIL).

          Voor 2026 MJP000874.

          Financiële informatie:
          De gemeente Zaventem neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen 2026-2031 met 9.193 werkuren (6.34 VTE) waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een bijdrage (excl. BTW) van 40.983 euro per VTE voor 2026 of 259.832 euro voor 6.34 VTE.
          De loonkosten verbonden aan de samenwerkingsovereenkomst voor 6.34 VTE werden voorzien bij de opmaak van het Gemeentelijk MJP 2026-2031.

          Financiële informatie INL
          BTW: De INL werking is 50% belast met 21% en 50% met 6% dit omdat INL deels landbouwactiviteiten omhelst.
          Voor het jaar 2026 wordt de prijs per voltijdsequivalent (VTE) vastgesteld op: € 40.983,00 per VTE (excl. BTW)
          Zaventem = 6,34 VTE

          Totaal bedrag 2026: 6,34 x € 40.983,00 (excl. BTW) = € 259.832,22

          Totaal bedrag 2026:
          (3,17 x € 40.983,00) x 1,21 (Incl. BTW) = € 157.198,494
          (3,17 x € 40.983,00) x 1,06 (Incl. BTW) = € 137.711,077
          = € 294.909,571 (Incl. BTW)

          De uitgaven worden ingeschreven in het meerjarenplan 2026–2031.

          Er wordt vanuit gegaan dat de trend op dit moment 2% index is en wordt doorgetrokken. Mogelijks kan dit stijgen dit is afhankelijk van de consumptieprijsindex van oktober van dat jaar.

          Indexatie:
          Het jaarlijkse contractbedrag wordt aangepast overeenkomstig de evolutie van de consumptieprijsindex van oktober van het jaar N-1. De aanpassing gebeurt op januari van jaar N volgens onderstaande formule:

          Nieuw contractbedrag jaar N = basis contractbedrag x (Index oktober (N-1) / Index oktober 2025)

          Waarbij:
          Basis contractbedrag = het overeengekomen contractbedrag op de startdatum = € 40.983;

          Index oktober (N-1)= de door Statbel gepubliceerde consumptieprijsindex van oktober van het jaar voorafgaand aan jaar N;

          Index oktober 2025 = de consumptieprijsindex van oktober van het jaar waarin het contract initieel werd afgesloten.

          Beleidsinformatie
          Investeren in leefbaarheid en meer biodiversiteit (cfr Koestersoorten en andere waardevolle fauna en flora).
          Uitwerken van meerjarenprogramma en natuurbeheerplannen gericht op het uitvoeren van projecten (soortgericht en/of gebiedsgericht).
          Investeren in leefbaarheid door samenwerking met diverse partners verder te zetten, indien nodig te heroriënteren of aan te vatten voor het uitvoeren van (koester)projecten (RLBK, KiemKracht, VLM, lokale verenigingen, …).

           

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

          Artikel 1
          De samenwerkingsovereenkomst tussen Kiemkracht vzw en de gemeente Zaventem betreffende een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) - de organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen) met 6,34 VTE, waarvan de tekst integraal deel uitmaakt van dit besluit, wordt goedgekeurd. De samenwerkingsovereenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.

          Artikel 2
          De gemeente Zaventem neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen 2026-2031 met 9.193 werkuren (6,34 VTE) waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een bijdrage (excl. BTW) van 40.983 euro per VTE voor 2026 of 259.832 euro voor 6,34 VTE.
          De loonkosten verbonden aan de samenwerkingsovereenkomst voor 6.34 VTE werden voorzien bij de opmaak van het gemeentelijk MJP 2026-2031.

          Financiële informatie INL:
          De INL werking is 50% belast met 21% en 50% met 6% dit omdat INL deels landbouwactiviteiten omhelst.
          Voor het jaar 2026 wordt de prijs per voltijdsequivalent (VTE) vastgesteld op:
          € 40.983,00 per VTE (excl. BTW)
          Zaventem = 6,34 VTE

          Totaal bedrag 2026: 6,34 x € 40.983,00 (excl. BTW) = € 259.832,22

          Totaal bedrag 2026:
          (3,17 x € 40.983,00) x 1,21 (Incl. BTW) = € 157.198,494
          (3,17 x € 40.983,00) x 1,06 (Incl. BTW) = € 137.711,077
          = € 294.909,571 (Incl. BTW)

          Indexatie:

          Het jaarlijkse contractbedrag wordt aangepast overeenkomstig de evolutie van de consumptieprijsindex van oktober van het jaar N-1. De aanpassing gebeurt op januari van jaar N
          volgens onderstaande formule:
          Nieuw contractbedrag jaar N = basis contractbedrag x (Index oktober (N-1) / Index oktober 2025)
          Waarbij:
          Basis contractbedrag = het overeengekomen contractbedrag op de startdatum = € 40.983;
          Index oktober (N-1)= de door Statbel gepubliceerde consumptieprijsindex van oktober van het jaar voorafgaand aan jaar N;
          Index oktober 2025 = de consumptieprijsindex van oktober van het jaar waarin het contract initieel werd afgesloten.

          Artikel 3
          Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit en de ondertekening van de overeenkomst.

        • Samenwerkingsovereenkomst 2026–2031 tussen de Gemeente Zaventem en KiemKracht vzw betreffende een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) – organisatie van de Proper-Teamploegen (PT-ploegen) - GOEDKEURING

          Aanleiding en doel

          KiemKracht vzw stelt een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor aan de Gemeente Zaventem in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), voor de organisatie van de Proper-Teamploegen (PT-ploegen). Deze ploegen voeren taken uit zoals:

          • zwerfvuilophaling,
          • onderhoud van (half)verhardingen, parkings en voetpaden,
          • kleine herstellings- en properheidswerkzaamheden in de publieke ruimte,
          • seizoensgebonden onderhoud.

          De overeenkomst heeft een looptijd van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031.

          Zaventem kiest binnen deze overeenkomst zelf zijn urenpakket, uitgedrukt in voltijdsequivalenten (1 VTE = 2.175 uren), zodat de continuïteit van deze maatschappelijk waardevolle dienstverlening verzekerd blijft.

          Het verder zetten van de samenwerkingsovereenkomst voor de inzet van een Properteam Kiemkracht vzw (vroeger Pro Natura).

          Gelet op de beraadslaging van het schepencollege van 29 januari 2018 (CBS/2018/176) aangaande de verderzetting van de samenwerking met vzw Pro Natura voor inzet Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteam en Properteam met aanpassing van het aantal in te zetten voltijdsequivalenten (VTE);

          Gelet op de samenwerkingsovereenkomst 2018-2019 in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), zijnde het organiseren van een gemeentelijk Properteam, ondertekend op 28 maart 2018;

          Gelet op de samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB), zijnde het organiseren van een gemeentelijk Properteam, ondertekend op 18 juni 2021;

          Gelet op de beraadslaging CBS/2019/3288 - Pro Natura / Werk maken van Natuur : Intergemeentelijk Natuur- Landschapsteam voor natuur- en landschapsbeheer (INL) en Properteam voor onderhoud en net houden wandeltracé's - nieuwe samenwerkingsovereenkomst 2020 -2025.

          Beleidsmatige motivering

          1. Ecologisch en duurzaam beheer

          • gifvrij groenonderhoud
          • zwerfvuilreductie en netheidsacties
          • onderhoud van goten, pleinen, paden en halfverhardingen
          • ondersteuning bij gemeentelijke properheids- en milieudoelstellingen

          2. Sociale tewerkstelling

          • duurzame tewerkstelling voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt
          • begeleiding binnen collectief maatwerk
          • opleiding, coaching en doorstroomkansen
          • maatschappelijke return voor Zaventem

          De Gemeente Zaventem maakte in het verleden reeds dankbaar gebruik van deze samenwerking voor talrijke projecten in het kader van ‘zonder is gezonder’.
          Kiemkracht vzw staat garant voor een kwalitatieve uitvoering door deskundige medewerkers, ondersteund door terreinbegeleiders en regiomanagers.

          Juridische motivering

          DAEB-karakter en discretionaire bevoegdheid

          Volgens de Europese regelgeving beschikt elke overheid – dus ook een lokaal bestuur – over een discretionaire bevoegdheid om een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) in het leven te roepen.
          Het betreft activiteiten die economisch van aard zijn, maar die een duidelijk maatschappelijk belang dienen dat zonder overheidsingrijpen niet of onvoldoende door de markt zou worden opgenomen. De PT-activiteiten voldoen aan de DAEB-voorwaarden omdat:

          1. de dienstverlening een maatschappelijk noodwendige taak vervult die onvoldoende door de markt wordt opgenomen (properheid in de publieke ruimte);
          2. het bestuur specifieke eisen oplegt (duurzaam beheer, professionele begeleiding);
          3. de dienstverlening een sociale meerwaarde creëert via tewerkstelling van doelgroepmedewerkers binnen Collectief Maatwerk.

          Het Agentschap Binnenlands Bestuur ontwikkelde hiervoor een afwegingskader subsidie – overheidsopdracht, waarin wordt bepaald dat een overheid kan kiezen voor een subsidie in de vorm van een DAEB wanneer de activiteit hoofdzakelijk vanuit een maatschappelijke doelstelling wordt georganiseerd.

          De werking van Kiemkracht voldoet aan deze criteria, aangezien zij via de PT-ploegen sociaal kwetsbare doelgroepen inschakelt voor maatschappelijk onrendabel zwerfvuil rapen.

          Altmark-criteria en compensatie

          De overeenkomst is opgesteld in overeenstemming met het Altmark-arrest (HvJ-EG, C-280/00):

          verduidelijkt dat er bij een DAEB geen sprake mag zijn van overcompensatie. Dit kan worden vermeden door:

          • een transparante en vooraf bepaalde berekeningsmethode;
          • controle door een onafhankelijke externe instantie;
          • een vergoeding die niet hoger is dan de kosten voor het uitvoeren van de dienst, vermeerderd met een redelijke winst.

          Deze principes zijn integraal opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst met Kiemkracht vzw.

          De financiële berekeningswijze is duidelijk omschreven, en de controle op compensatie gebeurt via een onafhankelijke revisor.

          Op basis van deze overwegingen is het juridisch en beleidsmatig verdedigbaar en wenselijk om de samenwerking met Kiemkracht onder te brengen binnen het DAEB-kader in plaats van via een klassieke overheidsopdracht.

          In de voorbije legislatuur en in de opmaak van het nieuwe MJP 2026-2031 waren en zijn hiervoor voldoende kredieten voorzien.

          Voorbije legislatuur en 2025: AC000340 -- Sensibilisering en activering van gemeentelijke diensten, bevolking en bedrijven in functie van het -- OMG -- MJP003819 -- samenwerking met Pro-Natura (bescherming van de biodiversiteit en de landschappen) (MIL).

          Voor 2026 MJP000874.

          Voor het jaar 2026 wordt de prijs per voltijdsequivalent (VTE) vastgesteld op:

          33.966,00 euro per VTE (excl. BTW)

          Dit bedrag is:

          1. gebaseerd op het historisch gehanteerde tarief voor Zaventem, en
          2. verhoogd met een indexaanpassing van 2% t.o.v. het voorgaande jaar.

          Financiële informatie Proper-team:
          Voor het jaar 2026 wordt de prijs per voltijdsequivalent (VTE) vastgesteld op:
          € 33.966,00 per VTE (excl. BTW)
          Zaventem = 1,5 VTE
          BTW: De Proper-team werking is 100% belast met 21% btw

          Totaal bedrag 2026: 1,5 x € 33.966,00 (excl. BTW) = € 50.949

          Totaal bedrag 2026: (1,5 x € 41.098,86) x1,21 (Incl. BTW) = € 61.648,29

           

          Indexatie vanaf 2027 gebeurt automatisch volgens:

          Nieuw contractbedrag jaar N = € 33.966,00 × (Index oktober (N−1) / Index oktober 2025)

          Waarbij:

          Basis contractbedrag = het overeengekomen contractbedrag op de startdatum = € 33.966; 

          Index oktober (N-1)= de door Statbel gepubliceerde consumptieprijsindex van oktober van het jaar voorafgaand aan jaar N;

          Index oktober 2025 = de consumptieprijsindex van oktober van het jaar waarin het contract initieel werd afgesloten.

          De uitgaven worden ingeschreven in het meerjarenplan 2026–2031.

          Voor team-proper is 21% btw van toepassing

          De gemeente Zaventem neemt deel aan de SO inzake het organiseren van een gemeentelijk Properteam voor de periode 2026-2031 met 1,5 VTE (waarbij 1450 uren = 1 VTE), met als kostprijs een bijdrage (excl. BTW) van 33.966 euro per VTE voor 2026 of 50.949 euro voor 1,5 VTE.

          De loonkosten verbonden aan de samenwerkingsovereenkomst voor 1,5 VTE werden voorzien bij de opmaak van het Gemeentelijk MJP 2026-2031.

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          oals voor de periode's 2016-2017, 2018-2019 en 2020-2025 beslist de Gemeenteraad om verder samen te werken met de vzw KiemKracht (vroeger Pro Natura) voor de inzet van een gemeentelijk Properteam.

          Dit met volgende Voltijds-Equivalent: 1,5 VTE Properteam.

          Artikel 1
          De samenwerkingsovereenkomst 2026 - 2031 tussen Kiemkracht vzw en de gemeente Zaventem betreffende een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) - de organisatie van de Proper-Teamploegen (PT-ploegen), waarvan de tekst integraal deel uitmaakt van dit besluit, wordt goedgekeurd. De samenwerkingsovereenkomst loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.

          Financiële informatie Proper-team
          Voor het jaar 2026 wordt de prijs per voltijdsequivalent (VTE) vastgesteld op:
          € 33.966,00 per VTE (excl. BTW)
          Zaventem = 1,5 VTE
          BTW: De Proper-team werking is 100% belast met 21% btw

          Totaal bedrag 2026: 1,5 x € 33.966,00 (excl. BTW) = € 50.949

          Totaal bedrag 2026: (1,5 x € 41.098,86) x1,21 (Incl. BTW) = € 61.648,29

          De uitgaven worden ingeschreven in het meerjarenplan 2026–2031.

          Er wordt vanuit gegaan dat de trend op dit moment 2% index is en wordt doorgetrokken. Mogelijks kan dit stijgen dit is afhankelijk van de consumptieprijsindex van oktober van dat jaar.

          Artikel 2
          De Gemeente Zaventem engageert zich voor een jaarlijks urenpakket overeenstemmend met 1,5 VTE (2.175 uren), aan een basisbedrag van 50.949,00 euro per VTE (excl. BTW) voor 2026, te indexeren volgens de overeengekomen formule.

          Artikel 3
          Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit en de ondertekening van de overeenkomst.

    • -51- Politie

      • CAD

        • INSTAP POLITIE IN RAAMOVEREENKOMST VOOR VERWERKING VAN ICT-INFRASTRUCTUUR EN BIJHORENDE DIENSTVERLENING VIA CIPAL DV Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden (3P ID: 1817)

          Gelet op de principiële beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 27 april 2023 tot gunning via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening”.

          Gelet op de in uitvoering van deze beslissing door de raad van bestuur van Cipal dv goedgekeurde opdrachtdocumenten, inzonderheid:

          het selectiedocument waar het stelt (punt 3.7): “Cipal dv zal in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, in het kader van onderhavige opdracht kunnen optreden als aankoopcentrale voor alle deelnemers in de dienstverlenende vereniging Cipal. Deze besturen zullen zich, net als hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten, op de aankoopcentrale kunnen beroepen om een totaaloplossing in het kader van de te sluiten raamovereenkomst die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht, af te nemen, zonder dat zij verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.

          Gelet op Cipal dv zal in het kader van onderhavige opdracht tevens kunnen optreden als aankoopcentrale voor (zonder dat deze entiteiten verplicht zijn af te nemen via deze

          raamovereenkomst) : Alle andere Vlaamse gemeente- en OCMW-besturen, hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten;

          Gelet op het bestek waar het stelt (punt 4.8): “Cipal dv oefent de overkoepelende leiding van en het overkoepelende toezicht op de uitvoering van de raamovereenkomst uit, terwijl de afnemer de leiding van en het toezicht op de levering van de door de afnemer geplaatste bestelling uitoefent.”

          Gelet op het bestek waar het stelt (punt 4.6): “Gezien de raamovereenkomst niet exclusief is, behoudt de opdrachtgever - net als elke andere afnemer - steeds de vrijheid om een bepaalde aankoop niet via het raamcontract maar volgens de gewone procedures, die de wet op de overheidsopdrachten toelaat, te voeren.”;

          Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 20 juni 2024 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan Dustin Belgium nv met maatschappelijke zetel te Wingepark 5B, 3110 Rotselaar.

          Overwegende dat de voornoemde opdracht van Cipal dv “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23) is een raamovereenkomst met één leverancier en Cipal dv treedt hierbij op als aankoopcentrale in de zin van artikelen 2,6° en 47 van de wet van 17 juni 2016;

          Overwegende dat de gemeente / politiezone Zaventem kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij/het krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2017 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;

          Overwegende dat het is aangewezen dat de gemeente de politiezone Zaventem gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:

          • de in de raamovereenkomst voorziene ICT-infrastructuur voldoen aan de behoefte van het bestuur;
          • het bestuur moet zelf geen gunningsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent;
          • Cipal dv beschikt over knowhow en technische expertise inzake de aankoop van ICT-infrastructuur door aanbestedende overheden;

          Gelet op de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen d.d. 01 december 2025, punt 60401, houdende : “Instap Politie  in raamovereenkomst voor verwerking van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening via Cipal dv . Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden”;

          Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

          Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid  artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat en artikel 43;

          Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

          Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

          Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

          Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

          Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

          Overwegende dat de gemeente / de politiezone Zaventem is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst (geen afnameverplichting);

          Overwegende dat de nodige budgetten zijn beschikbaar zijn in 2025 en volgende jaren op budgetsleutel MJP000071/AC000013 van de exploitatie.

           

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1De gemeente Zaventem/Politiezone Zaventem doet een beroep op de aankoopcentrale van Cipal dv voor de aankoop van ICT- infrastructuur aangeboden via de raamovereenkomst “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23).

          Artikel 2: De gemeente Zaventem/Politiezone Zaventem ( het college van burgemeester en schepenen) wordt belast met de uitvoering.

      • Politie

        • Vacantverklaring van één contractuele betrekking van onderhoudsmedewerker CALOG niveau D

          Gelet op het gemeenteraadsbesluit dd. 30 mei 2023 punt 114; Uitbreiding betreffende de formatie van het operationeel-en logistiek personeel van de politiezone Zaventem;

          Gelet op het college van Burgemeester en Schepenen dd. 12 november 2025 punt 2952 oppensioenstelling van een CALOG-personeelslid niveau D (44-76574-24) met ingang vanaf 1 januari 2026;

          Gelet dat er dus één plaats bij het team onderhoud opnieuw vrij komt;

           

          Gelet dat de aanwerving van onderhoudspersoneelsleden tot één van de personeelscategorieën behoort die nog contractueel aangeworven mogen worden;

          Gelet op het koninklijk besluit van 7 juni 2009 (BS 26 juni 2009) inzake wijzigingen op het gebied van de aanwervings- en selectieprocedure (zie permanente nota DK60 van 3 juli 2009 van DSJ);

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Artikel 1: De gemeenteraad besluit de volgende contractuele betrekking  vacant te verklaren via een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

          -          Eén onderhoudsmedewerker Calog niveau D

          Artikel 2De vacature van onderhoudsmedewerker zal gepubliceerd worden op de website van jobpol van de Federale Politie.

          Artikel 3:      De kandidaten voor de betrekkingen vermeld in artikel 1 zullen onderworpen worden aan een interview met de korpschef die een gemotiveerd advies aangaande de kandidaten zal voorleggen aan de gemeenteraad voor aanwijzing in de vacante betrekkingen.

           

          Artikel 4 :

            Dit besluit wordt overgemaakt aan:

              - De Gouverneur van de Provincie Vlaams-Brabant

                                Federale overheid:

          Dienst Algemene Zaken en Specifiek Toezicht

           t.a.v. de heer Ronny Van Herck

          Provincieplein 1 te 3010 Leuven

          Vlaamse Gemeenschap: 

          Agentschap van Binnenlands Bestuur

          Afdeling Vlaams-Brabant

          Diestsepoort 6 bus 1 te 3000 Leuven

          - FOD Binnenlandse Zaken

          Algemene directie Veiligheids- en Preventiebeleid

          Directie Politiebeheer

          Handelsstraat 96

          1040 Brussel

          De Federale politie, Directie van de mobiliteit en het personeelsbeheer (DRP), Kroonlaan 145B te 1050 Elsene

    • -O05- OCMW Zorg

      • OCMW

        • Goedkeuring reglement en afsprakennota Seniorenraad.

          Gelet op de uitwerking van het reglement en de afsprakennota met het oog op de werking van de seniorenraad, in de werkgroep de dato 21 november 2025, zoals hierbij gevoegd;

          Gelet op de beslissing van de Raad de dato 24 november 2025;

          Gelet op de goedkeuring van het voorgestelde reglement en afsprakennota in het College van Burgemeester en Schepenen de dato 1 december 2025;

          Gelet dat de subsidies vastgesteld zijn op € 4.400 vanaf 2026 zoals aangegeven in het Vast Bureau van 17 november 2025 en het College van Burgemeester en Schepenen de dato 1 december 2025; 

          stemming
          Aanwezig: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez, Bruno Depondt, Elke Martens, Iris De Bondt
          Voorstanders: Natalie Miseur, Dirk Philips, Bart Dewandeleer, Piet Ockerman, Lukas Schillebeeckx, Alihsan Özkan, Hilde Van Craenenbroeck, Wim Driesen, Hamid Akaychouh, Roger Artois, Véronique Pilate, Erik Rennen, Tom De Vits, Lieve Maes, Frederic De Gandt, Jean-Marc Mativa, Sara Kurt, Macha Vanderbist, Philippe Laeremans, Jean-Marie Hernalsteen, Katherine De Bock, Chloë Ockerman, Patrick Delaunoy, Yannick Poot, Diran Okmen, Joren Stultjens, Latifa Benallal, Stefanie De Mol, Nathalie Druine, Sultan Poyraz, Jona Op de Beeck, Jean-Guy Defraigne, Sevgi Dönmez
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          De Gemeenteraad keurt het bijgevoegde reglement en afsprakennota goed inzake de werking van de seniorenraad - in bijlage toegevoegd.

De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2025 om 02:00.

Namens Gemeenteraad,

Iris De Bondt
Waarnemend Algemeen Directeur

Natalie Miseur
Voorzitter